Britse banken onder scherper toezicht

De knappe koppen die zich buigen over de toekomstige structuur van de Britse bankensector, zeggen dat iedere optie ter discussie staat. Maar ondanks dit vertoon van ruimdenkendheid is het niet moeilijk in te zien waarmee de Independent Commission on Banking (de door de Britse regering ingestelde commissie) op de proppen moet komen en waarschijnlijk komt als zij over een jaar verslag uitbrengt.

De lange lijst met mogelijke oplossingen is een nachtmerrie voor bankiers: het scheiden van ‘gewone’ banken en zakenbanken, zoals dat in het verleden ook is gebeurd, het reguleren van de lucratieve maar riskante handel voor eigen rekening en het herstellen van gezonde concurrentieverhoudingen. Dat zou kunnen leiden tot grootscheepse opsplitsingen, gedwongen verkopen, extra kapitaaleisen en lagere rendementen op het aandelenkapitaal. Bovendien zegt de commissie dat deze lijst niet uitputtend is.

Maar er tekent zich al een intelligente consensus af onder bankiers en toezichthouders over de weg voorwaarts. Het scheiden van gewone banken en zakenbanken is geen wondermiddel voor het voorkomen van nóg een crisis. Het Britse Northern Rock was een ‘doodgewone’ kredietverlener; Lehman Brothers was een pure zakenbank. Toch gingen ze allebei failliet. Er zijn minder botte instrumenten nodig. Het instellen van zogenoemde ‘firewalls’ tussen gewone banken en zakenbanken – zodat iedere divisie zichzelf kan bedruipen in termen van kapitaal en liquiditeit – zou een soortgelijk effect hebben als een opsplitsing. Maar dat zou – hoewel ze méér kapitaal vergen – Britse banken er niet toe aanzetten naar het buitenland te verhuizen, wat dreigt als het tot opsplitsingen komt.

‘Levende testamenten’, een ander item op de agenda, lijken ook verstandig. Dit zijn programma’s waarmee banken in geval van een crisis op ordelijke wijze kunnen worden ontmanteld. In de praktijk betekent dit dat er ook ‘firewalls’ geplaatst zou kunnen worden tussen verschillende soorten activiteiten – bijvoorbeeld op handelsgebied – die ieder afzonderlijk zouden kunnen worden gekapitaliseerd. Voeg daaraan toe dat de banken op grond van de nieuwe voorschriften van het Basel-comité (‘Basel III’) toch al worden gedwongen om meer kapitaal van hogere kwaliteit vast te houden en het is lastig in te zien waarom de extremere ideeën van de commissie de eindstreep zouden halen.

De politieke werkelijkheid is dat Britse banken onder scherper toezicht moeten komen te staan, waarbij zelfs de hardste maatregelen niet worden uitgesloten. Maar de reeks mogelijke oplossingen is waarschijnlijk niet zo breed als nu wordt gesuggereerd.

Christopher Hughes