Benut meststoffen voor terugwinnen van kali

Dat het bij kalikoorts voornamelijk gaat om kaliumchloride, blijkt niet uit het artikel over de markt voor kalimeststoffen in NRC Handelsblad van 11 september. Het is de grondstof voor de meeste kalimeststoffen, ontstaan door opdroging van oude zeeën. Dit zout staat in de landbouwwereld bekend als kali 60 of kali 40, afhankelijk van het kaligehalte. Verreweg de meeste kali dient men toe in de vorm van kali 60. In Nederland gebruiken we er steeds minder van, aldus het artikel, wat een goede ontwikkeling is die zich ook voor de fosfaat- en stikstofkunstmest voltrekt.

De drastische daling van het kunstmestverbruik is opvallend en een gevolg van beter gebruik van dierlijke mest. De hele sector heeft zich daarvoor ingespannen. Daar staat wel tegenover dat de mineralen uit de dierlijke mest die nu gebruikt worden in plaats van kunstmest, komen uit de veevoeders van elders. Die gewassen danken hun ontwikkeling uiteraard ook aan kunstmest. Die kunstmest hoort eigenlijk in de Nederlandse statistieken thuis.

Hoe moet het nu met de dalende voorraden kali? Terugwinnen uit zeewater, zoals onderzocht rond 1970 door v/h Hoogovens is een mogelijkheid, maar duur. Een meer voor de hand liggende optie vormt het beter benutten van de meststoffen. Met precisielandbouw kan op het verbruik minstens 25 procent bespaard worden. Het agrarische bedrijfsleven en het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit werken sinds begin van dit jaar nauw samen (in het programma Precisielandbouw) om een snelle adoptie van dit type landbouw te bewerkstelligen.

H.Bartlema

Nederlands Centrum voor de Ontwikkeling van Rijenbemesting, Wageningen