'Afscheid van Ajax heeft me pijn gedaan'

Arnold Mühren werd als jeugdtrainer slachtoffer van de vernieuwingsdrang van Ajax. „In andere landen worden oud-voetballers op handen gedragen.”

‘Het is niet wat je kan, maar wie je kent.” Zo vat Arnold Mühren op het terras van Hotel Volendam samen hoe het volgens hem tegenwoordig werkt in de wereld van het betaald voetbal. De oud-voetballer is wars van vriendjespolitiek en is altijd zichzelf gebleven. Een nuchtere, bescheiden Volendammer met liefde voor het voetbal. „Ik heb in de loop der jaren alle verhalen wel gehoord. En ik ken alle spelletjes die er worden gespeeld. Maar daar moeten ze bij mij niet mee aankomen. Ik wil beoordeeld worden op mijn kwaliteiten. Misschien is het wel een kwaliteit van mij dat ik mijn leven lang hetzelfde ben gebleven”, zegt de voormalig speler van Volendam, Ajax, FC Twente, Ipswich Town en Manchester United.

Ajax had juist graag gezien dat Mühren wel zou veranderen. De club, die hij in totaal als voetballer en als trainer ruim achttien jaar diende, is dit jaar een andere weg ingeslagen. Mühren moest vertrekken en zit nu in afwachting van twee heupoperaties in de ziektewet. „Ze vroegen bij Ajax aan me of ik nog te sturen was. ‘Nee’, heb ik toen gezegd. Ik ben 59 jaar en heb altijd met veel lof van iedereen met kinderen gewerkt. Ik hoorde altijd enthousiaste verhalen. Hoofd jeugdopleiding Jan Olde Riekerink heeft wel eens tegen me gezegd dat zolang hij het voor het zeggen heeft, ik altijd bij Ajax zou kunnen blijven werken. Wat moet ik met dat soort uitspraken? Zeg dan niets. Het afscheid van Ajax had ook anders gekund. Dat heeft wel pijn gedaan. In andere landen worden oud-voetballers op handen gedragen. In Nederland is dat anders.”

Mühren gelooft niet in de manier waarop Ajax zijn jeugdspelers nu wil gaan opleiden. „Ze willen mee gaan met de tijd. Vooruitstrevend zijn. Ajax wil velden gaan overkappen, zodat ze overal sensoren kunnen plaatsen. De voetballers spelen met chips zodat kan worden vastgelegd hoe hoog ze springen. Jongens van acht jaar moeten naar beelden van zichzelf kijken. Iedereen loopt met een laptop rond. Het is het goed recht van Ajax om zo te werken. En misschien hebben ze nog wel gelijk ook. Maar ik geloof er niet in. Het gaat te ver. Je kunt ook te veel willen analyseren. Kinderen moet je laten spelen. Ze moeten genieten van het spel. Ik denk niet dat ze beter gaan voetballen als er sensoren in de hoeken staan. En ik sta niet alleen in mijn kritiek.”

Mühren heeft een medestander in niemand minder dan Johan Cruijff. De beste voetballer die Ajax ooit voortbracht, hekelt het beleid en het spel van de Amsterdamse club. Als het aan Cruijff ligt, moeten er rigoureuze veranderingen plaatsvinden. „Bij Ajax vatten ze zijn uitlatingen op als een aanval. Dat is niet terecht. Cruijff heeft altijd het beste voor met Ajax. Die club gaat hem echt aan het hart. Ik hoor en lees ook dat Ajax hem niet meer serieus neemt. Dat verdient Cruijff niet. Ajax kan beter naar hem luisteren. Ze mogen niet vergeten dat hij de club groot heeft gemaakt. Ze moeten met Cruijff om de tafel gaan zitten, hem aanhoren en de positieve dingen eruit halen. Barcelona heeft wel naar Cruijff geluisterd. Kijk eens waar die club staat. Beter kan toch niet?”

Barcelona speelt in de ogen van Mühren het voetbal waarvoor de mensen naar een stadion komen. Een bijna perfect uitgevoerd positiespel, waarbij voetballers met individuele acties ook nog eens het verschil maken. Het soort voetbal waar Ajax ooit een patent op had. „Als club uit een klein land moet je je zien te onderscheiden. Rinus Michels en Johan Cruijff hebben het voetbal in Nederland geprofessionaliseerd. Ajax heeft naam gemaakt met de manier waarop de club speelde. Ik heb als jonge jongen ooit de overstap van Volendam naar het grote Ajax gemaakt om te leren. Ik heb bij twee finales van de Europa Cup 1 op de bank gezeten. Ik heb als invaller voor Cruijff meegedaan aan de strijd om de wereldbeker. Ik heb mijn ogen en oren altijd open gehouden. Die bagage heb ik meegenomen toen ik in 1974 naar FC Twente ging. Daar kon ik als basisspeler tot volle wasdom komen.”

Ook in Enschede maakte Mühren tussen 1974 en 1978 met FC Twente hoogtijdagen mee. De linksbenige middenvelder vormde op het middenveld met Frans Thijssen en Kick van der Vall een magische driehoek. „Dat was een schitterend elftal. Het mooie is dat Thijssen en Van der Vall nu nog bij de club werken”, zegt Mühren, die met FC Twente in 1975 de UEFA-Cupfinale verloor van Borussia Mönchengladbach. „FC Twente beschikte misschien wel over één van de beste middenlinies die Nederland ooit heeft gekend. Het elftal was volledig in balans. En dat zie ik nu ook weer terug bij het huidige FC Twente. Met Theo Janssen, Wout Brama en Bryan Ruiz hebben ze weer een mooi middenveld. Het positiespel is goed verzorgd. FC Twente speelt het beste voetbal. Ze zijn terecht kampioen van Nederland. Langs de grond acties maken. En niet op hoop van zegen de bal naar voren schieten.”

Mühren ontkomt niet aan een vergelijking tussen het spel van het Ajax en FC Twente. De twee ploegen spelen vanavond in Enschede tegen elkaar en vertegenwoordigen Nederland dit seizoen in de Champions League. „Ik heb ook naar FC Twente-Inter en Real Madrid-Ajax gekeken. Dat was een wereld van verschil. FC Twente voetbalde zoals een Nederlandse club in Europa moet spelen. Verzorgd, aanvallend voetbal. Niemand verwachtte iets van FC Twente. De club heeft zich tegen Inter voor het oog van de wereld op positieve wijze gepresenteerd. Iedereen spreekt met respect over FC Twente. Een dag later was dat bij Ajax precies omgekeerd.”

Het Ajax van Martin Jol was in Estadio Santiago Bernabéu een speelbal van Real Madrid. „Als voetballiefhebber en als Ajacied werd ik daar niet vrolijk van. Real Madrid heeft zeventien kansen gehad. Dat was geen reclame voor Ajax. ‘Is dit nu het spel van het eens zo grote Ajax?’, moeten de mensen hebben gedacht. Dat was natuurlijk niet zo, want Ajax kan veel beter. Ik probeer ook naar de positieve dingen te kijken. Toen Ajax in de tweede helft een paar keer aanzette, kwamen ze toch gevaarlijk door. Ze misten duidelijk Luís Suarez. Die maakt in de eredivisie vaak het verschil. Hij is heel bepalend voor deze ploeg. Maar met zijn kwaliteiten verbloemt hij misschien wel de tekortkomingen van Ajax. Ik ben van mening dat Ajax zeker in de Nederlandse competitie aanvallend en verzorgd voetbal moeten kunnen spelen.”

Mühren heeft aan het begin van de jaren zeventig niet alleen samen met Cruijff in een elftal gespeeld, maar speelde aan het slot van zijn carrière ook onder hem als trainer. „Ik heb de mazzel gehad dat ik met twee generaties wereldspelers heb gespeeld. Met Johan Cruijff, Piet Keizer, Sjaak Swart en Johan Neeskens. Maar ook met Marco van Basten, Frank Rijkaard, Jan Wouters en Dennis Bergkamp. Cruijff is als coach van Ajax nooit kampioen van Nederland geworden, maar de mensen hebben het nog wel steeds over dat elftal.”

Er verschijnt een glimlach op het gezicht van Mühren als hij terugdenkt aan de beginperiode van Cruijff als coach. „De redenering van Cruijff was simpel: ‘We kunnen niet goed verdedigen, dus gaan we aanvallen.’ We speelden soms met negen aanvallers. Cruijff zag doelman Stanley Menzo eigenlijk als een laatste man. Met spelers als Marco van Basten, John Bosman, Gerald Vanenburg, John van ’t Schip, de opkomende Frank Rijkaard en aanvallend ingestelde backs als Peter Boeve en Sonny Silooy probeerde ik samen met Ron Spelbos als een soort politieman spelers terug te sturen. Toen later Jan Wouters werd gehaald van FC Utrecht was de ploeg in balans. In 1987 wonnen we met Cruijff de Europa Cup voor bekerwinnaars tegen Lokomotive Leipzig.”

Coach Louis van Gaal zette Ajax in 1995 opnieuw op de wereldkaart toen hij met een nieuwe lichting Ajacieden met aantrekkelijk en aanvallend voetbal de Champions League won. „Dat was misschien wel het laatste echte Ajax-team”, stelt Mühren vast. „De tijden zijn daarna natuurlijk veranderd. De commerciële belangen zijn enorm. Jongens gaan al vaak op hele jonge leeftijd naar het buitenland. Ze zwerven soms jaren Europa door om aan het einde van hun carrière tot de conclusie te komen dat ze beter bij Ajax hadden kunnen blijven. De portemonnee is belangrijker dan het voetbal. Zo zou het niet moeten zijn.”

Mühren is van mening dat Ajax hoe dan ook terug moet naar het voetbal van de Hollandse School. „Misschien is het moeilijk om de juiste spelers te vinden die de huisstijl van Ajax kunnen uitvoeren. Ajax heeft de afgelopen jaren om wat voor redenen dan ook te veel spelers gehaald die het niveau niet aankunnen. Als club moet je je eigen identiteit bewaken. Aantrekkelijk voetbal hoort bij de cultuur van Ajax en die van Nederland. De zijkanten moeten altijd goed bezet zijn. Misschien dat talenten als Marvin Zeegelaar en Florian Jozefzoon straks de stap kunnen maken. Dat zijn klassieke buitenspelers. Als wij als klein land het verschil willen maken, dan zullen we het op onze eigen manier moeten doen. FC Twente is daar toch een beetje het bewijs van.”

Analyse Ajax pagina 11