Wazige dagen

Er zijn dagen dat ik alles licht voel verschuiven. Deze dagen beginnen met een ruis die alle orde uit mijn gedachten blaast. Hij laat zich niet verjagen door stevige koffie of een douche. Ik ben als een verkeerd afgestelde lens. Of ik mijn ogen wijd opensper, of ik ga rennen, zwemmen, op mijn hoofd staan, niets helpt.

Ik kijk naar sprekende gezichten die iets van me willen. Ik geef antwoord, maar hoor mijn woorden licht vervormd. Mijn stem klinkt te laat. Ik probeer erbij te blijven, in het moment, en direct en adequaat te reageren, maar ik merk aan de gezichten dat ik de verkeerde toon aansla.

Omdat ik buiten het patroon val, beginnen zij mijn zinnen te onderbreken, als in een telefoongesprek op lange afstand. De afstand tussen mij en de anderen wordt groter. Ik doe mijn best me te concentreren, ik probeer elke woord te onthouden, maar hoor ze al bijna niet meer.

Het beangstigende is dat ik er niet voor kies om in deze toestand terecht te komen. De wazigheid kiest mij. Omwikkelt me en troost me soms. Verzacht de werkelijkheid.

De werkelijkheid blijft intussen natuurlijk gewoon doorgaan, en verrast me met intense details die veel te groot en plotseling in mijn gezichtsveld springen. Meestal blijf ik binnen op wazige dagen. Het is beter voor mezelf en naar ik vermoed ook beter voor anderen.

Een paar dagen geleden ben ik ondanks aanzwellende wazigheid toch naar een opening gegaan. Ik merkte dat het zo slecht nog niet was om tussen drinkende en pratende mensen te staan. Het maakte niet echt uit of ik naar ze luisterde. Ik kon een beetje meegolven op het stemgeluid, de bewegingen, het geknik van hoofden.

Ik werd voorgesteld aan de kunstenaar Emily Wardill en een vriend van haar, Michael Harding, toneelschrijver. Michael deed het verhaal terwijl Emily af en toe knikte. Net een beetje te laat. Ik herkende de afwezige blik, die al niet meer zijn best deed zich te concentreren. Deze herkenning forceerde een opening in mijn als verdoofde gedachten. Ik had geen enkele moeite me te concentreren.

Michael vertelde het verhaal met het meest serieuze gezicht dat ik ooit heb gezien. Zijn ogen glommen ondertussen van een lach die – mocht hij zijn gezicht niet in de plooi kunnen houden – onbedaarlijk zou zijn en nog lang en bulderend over ons heen zou rollen.

De twee waren na de openingsavond van Emily’s expositie in De Appel gaan wandelen. Ze zwierven uren door de stad, tot ze honger kregen en bij een levensmiddelengroothandel een enorme, blinkende kaas zagen liggen. Ze keken elkaar aan en besloten zonder iets te zeggen het ding mee naar buiten te slepen. Michael droeg de kaas als een volle maan richting de deur, die weigerde open te gaan. Ze bleken bij de ingang te staan.

Gevraagd naar hun intenties met de kaas, antwoordde Michael: ‘We were feeling a bit peckish.’ Gearresteerd voor de poging tot diefstal zijn de twee in een cel beland. Een vriend heeft 250 euro voor elk moeten neertellen om ze mee naar huis te kunnen nemen.

Emily en Michael bleven nog lang nadat het verhaal uit was een maan dragen. Hun armen als van een ballerina, in een mooie, exacte, ronde beweging.

Buiten stond een volmaakte kaas aan de hemel. Zo helder en scherp had ik al dagen niets gezien.