Waarom bekende ze? Ina Post vraagt het zich elke dag af

Gisteren was de laatste dag van de herzieningszaak tegen Ina Post, die in 1987 moord bekende op een 89-jarige.

Ze zei: „Ik heb één troost. Schuldig word ik nooit.”

Al vierentwintig jaar vecht Ina Post tegen justitie. En daarbij denkt ze voortdurend aan de tekst van popgroep Bløf, zei ze gisteren voor het gerechtshof in Den Bosch: „Terug. Je wilt terug naar de plek waar je nooit bent geweest.”

Ina Post (54) bekende in 1986 dat ze een 89-jarige vrouw had vermoord in het verpleegtehuis, waar ze werkte. „Ik wil daarmee zeggen”, snikte ze gisteren tegen de rechters in Den Bosch, „dat ik terug wil naar die dag dat ik bekende. Als ik niet zo zwak was en bestand was geweest tegen de druk die op me werd uitgeoefend, dan had deze dag nooit bestaan.”

Post deed gisteren, de laatste zittingsdag van haar heropende zaak, een nerveuze poging voor eerherstel. Ze zei dat ze 24 jaar heeft gevochten tegen de veroordeling voor moord. Post kreeg zes jaar cel, maar kwam vervroegd vrij wegens goed gedrag. Na vier eerdere pogingen slaagde ze er vorig jaar toch in een herziening van haar strafzaak af te dwingen.

De Hoge Raad besloot daartoe na een rapport dat experts in 2008 opstelden over de verhoren. De deskundigen kritiseerden vooral het verhoor van Post, wat later werd bevestigd door onderzoek van de de advocaat-generaal van de Hoge Raad. De deskundigen en de Hoge Raad zeiden dat twee nieuwe feiten tot vrijspraak van Post hadden geleid, als de rechter daar indertijd van op de hoogte zou zijn geweest. Ze had valse bekentenissen afgelegd. Het Openbaar Ministerie (OM) en rechter hadden zich te veel laten leiden omdat het onderzoek te onnauwkeurig was.

Post vraagt zich nog elke dag af waarom ze die valse bekentenissen heeft gedaan; ze bekende niet één keer, maar drie keer. „Waarom, waardoor, waarvoor? Omdat ik een bange vrouw was, die zocht naar de makkelijkste weg om weg te komen van de mensen die me bang maakten.” Ze doelt daarmee op de politie, die volgens haar verdediging de verdachte onder druk zette. Ook gisteren bekritiseerde advocaat Geert-Jan Knoops de ‘tunnelvisie’ die het OM volgens hem tot op de dag van vandaag heeft. Want nog steeds vindt het OM dat Post de oude mevrouw Kolstee heeft gewurgd. Het hof doet over twee weken uitspraak.

„U, rechter, zei dat er meer is in het leven dan deze zaak alleen”, vertelde Post geëmotioneerd in de rechtbank. „Dat weet ik, maar zo lang u denkt dat ik in staat ben een moord te plegen, moet ik vechten. Moord is het ergste waar een mens van beschuldigd kan worden. Het is voor mij belangrijk dat mensen niet denken dat ik een slecht mens ben. Het is nog pijnlijker als ik aan mijn ouders denk. Het is een belediging naar hen toe om te denken dat zij iemand op de wereld hebben gezet die tot zoiets in staat zou zijn.”

Post: „Ik denk vooral aan mijn moeder. Hoe erg het voor haar geweest moet zijn. Hoe zij zich in die tijd verstopte, en letterlijk gevlucht is uit de plaats waar zij haar hele leven had gewoond. En ik kon niets voor haar doen, want ik zat opgesloten.” Ze zit nog steeds ‘gevangen’, zo voelt Post het: „Geestelijk gevangen. Ik vecht al 24 jaar om daar uit te komen en te ontdekken dat er inderdaad meer in het leven is dan deze zaak alleen. Maar ik ben bang dat ik weer zomaar van huis word weggehaald. Dat maakt dat ik dagelijks moet knokken om mijn leven te leiden.”

Die jaren in de cel, die gaan voorbij, zei Post. De beschuldiging dat ze iemand vermoordde, draagt ze haar hele leven. „Er is niemand die mij ooit die jaren kan teruggeven. Maar ik heb één troost. Schuldig word ik nooit. Om de simpele reden dat ik mevrouw Kolstee niet heb vermoord.”