Vondeling van verleden

In alle romans van Peek is lotsverbondenheid bepalend.

Zo ook in Ik wás Amerika, waar een Wehrmachtsoldaat in 1943 te werk gaat als katoenplukker in de VS.

Ik wás Amerika, de derde roman van Gustaaf Peek (1975), speelt in Texas en beslaat de episode 1939-1979 met flashbacks naar de 19de eeuw, toen de slavernij weliswaar was afgeschaft, maar zwarten in de VS geen burgerrechten hadden, en ook andere geïmporteerde arbeidskrachten, zoals de Chinese koelies, vogelvrij waren.

In 1943 wordt de Nederlandse moordenaar en Wehrmachtsoldaat Dirk in het zuiden van de VS te werk gesteld als katoenplukker. Zijn regiment is in Noord-Afrika krijgsgevangen gemaakt. Daar begint een verhaal dat associaties oproept met Philip Roths geweldige boeken over de geschiedenis van de American Dream en haar schaduwzijden.

In Ik wás Amerika laat Gustaaf Peek zijn lezers doordringen in de geheimen van zijn personages en creëert zo een lotsverbondenheid met hen en hun diffuse geschiedenis. Een fenomenaal geschreven, bezielde roman, waarin universele thema’s als radeloosheid, eenzaamheid, zinloosheid en verlangen naar betekenis worden verbeeld.

In Texas worden de Duitsers, die al brallend en feestend de overwinning van Hitler afwachten, aanzienlijk beter behandeld dan de zwarte bevolking buiten het krijgsgevangenkamp. De krijgsgevangen Dirk moet werken bij de landeigenares Mrs. Love, die de blonde vijand voortrekt boven haar zwarte personeel. Ze vertelt Dirk over de slaven die haar vader erfde, over een lynchpartij van een ‘nikker’ die ze als meisje heeft gezien. Wat moet je anders met mensen die hun plaats niet meer weten, dat is immers ook het probleem in Duitsland? Dirk antwoordt dat de Joden ‘de ziekte van de wereld zijn’.

Intussen is Dirk evenzeer een vondeling van de geschiedenis als de zwarte landarbeider Harris met wie hij op de katoenvelden vriendschap sluit. Ook Harris heeft, behalve zijn vermeende halfzusje Sissy met wie hij samen opgroeide, geen familie. Toch slagen ze erin, dwars door taal-, ras- en klassenbarrières heen een vorm van intimiteit te creëren. Zoals in al Peeks romans blijken niet bloedbanden bepalend voor het creëren van een familie of een substituut daarvan, maar lotsverbondenheid.

Nog voor de oorlog eindigt en Dirk een ongewisse toekomst in Europa tegemoet gaat, worden Harris en Dirk slachtoffer van een lynchpartij zoals beschreven door Mrs. Love. Op het nippertje worden ze gered door Dirks nazi-vrienden. Deze gemeenschappelijk doorstane beproeving en het feit dat Dirk Harris’ halfzus Sissy zwanger heeft gemaakt, scheppen een band voor het leven. Sissy sterft kort na de bevalling, haar kind als nieuwe vondeling van de geschiedenis achterlatend.

In 1979 keert Dirk terug naar Texas om Harris te bezoeken. Ze weten niet van elkaar hoe ze de afgelopen veertig jaar hebben geleefd. Wat Harris en Dirk bindt, is het verdwenen kind van Sissy, Dirks dochter aan wie Peek zijn indringendste hoofdstukken wijdt. Deze verweesde jonge vrouw, nazaat van Afrikaanse slaven en een onbekende Nederlander met een bruin verleden, staat helemaal alleen. Plunderend en moordend gaat zij in San Francisco anoniem ten onder. Is zij de titelheldin van deze roman, was zij Amerika?

Sinds zijn debuut Armin (2006), over een kind dat in een nazistische Lebensbornkliniek voor Arische rassenveredeling werd geboren, blijkt wel een fascinatie voor contemporaine geschiedenis. In het bijzonder voor individuen die door die geschiedenis te vondeling zijn gelegd. In Dover (2008) gaf Peek de 58 naamloze Chinezen die in 2000 dood werden aangetroffen in de vrachtwagen van een Nederlandse mensensmokkelaar een gezicht en een geschiedenis.

De geschiedschrijver van de American Dream is in Ik was Amerika miss Lilly, een bibliothecaresse met wie Harris op zijn oude dag alsnog het geluk vindt. Ze bedrijven voor het eerst de liefde op 30 april 1975, het einde van de Vietnamoorlog. Lilly, een vrijgevochten zwarte vrouw, hoort nergens bij, wordt uitgekotst door zwarte burgerrechtenactivisten omdat ze de Amerikaanse discriminatie van andere minderheidsgroepen, in casu de Chinezen, aan de kaak stelt.

Lilly is al dood als Harris en Dirk elkaar bijna veertig jaar na het einde van WO II weer ontmoeten. Ze zijn beiden alleen op de wereld, maar beschouwen elkaar als hun enige familie.

In korte, fabelachtig geschreven fragmenten die op het eerste gezicht los van elkaar lijken te staan, en pas op het einde als een puzzel in elkaar vallen, blijkt hoe de van toevalligheden aan elkaar hangende levensverhalen met elkaar verweven zijn. Alleen al de vorm van dit mozaïek is superieur. Zolang deze niet-lineaire verteltrant die de auteur al vaker met succes beproefde niet verwordt tot maniertje, kan Peek ermee uitgroeien tot een groot schrijver van een betekenisvol oeuvre.

Gustaaf Peek: Ik wás Amerika. Querido, 286 blz. € 17,95 ****