Toen nog een nummer

Het is 1970. Brazilië gaat gebukt onder een militair regime als een 22-jarige meisje met vastberaden blik voor de politiefoto poseert.

Dat meisje heet Dilma Rousseff. Ze is zojuist opgepakt door de militaire politie en wordt verdacht van verzet tegen de dictatuur. De ‘Jeanne d’ Arc van de guerrillabeweging’ wordt ze genoemd. Die geuzennaam dankt ze aan de drie jaar dat ze mede leiding gaf aan de ondergrondse beweging.

De blik op deze foto zal ze niet lang hebben volgehouden. Ze zal worden gemarteld en geslagen, tot bloedens toe. Ze zal elektrische schokken ondergaan en uren doorbrengen op een ‘parrot’s perch’, een papegaaienstok: haar polsen gebonden aan haar enkels, gerold op een paal boven de grond.

Drie later wordt Dilma Rousseff vrijgelaten. Ze bevalt van een dochter en rond haar studie economie af. Rousseff raakt politiek betrokken en wordt in 1986 minister van Financiën voor de stad Porto Alegre. In 2000 sluit ze zich aan bij de Arbeiderspartij van uittredend president Lula da Silva.

Nu maakt het meisje op deze foto grote kans de eerste vrouwelijke president van Brazilië te worden. Rousseff haalde in aanloop naar de presidentsverkiezingen op 3 oktober al meer geld op dan haar acht opponenten samen. In de peilingen krijgt ze steun van 51 procent van de bevolking. En haar ideologie? Die is gewijzigd, van marxisme naar praktisch kapitalisme.