Te lange lsd-trip

Gasper Noé leeft van de controverse. Zijn films breken met de goede smaak en schuwen horror en porno niet. Van hem is nu ‘Enter the Void’ te zien. „ Ditmaal wilde ik u alleen stoned maken.”

Een jeugddroom met trekjes van een nachtmerrie. De Franse schandaalregisseur Gaspar Noé (46) zwoegde drie jaar lang aan Enter the Void, waarvan hij het script als twintiger bedacht. Vanaf deze week is hij in de bioscoop te zien, zijn tripfilm waarin we door de ogen van een junkie leven, sterven en reïncarneren. Of niet.

Zijn meest persoonlijke film tot nu toe, noemt Noé Enter the Void. En tevens de film waarop hij de minste invloed had. „Hierin zitten duizend keer meer computereffecten dan in al mijn vorige films samen. Ik kon uitleggen wat ik wilde, het resultaat afkeuren of goedkeuren, maar ik zat vaak niet achter het stuur.” En dan de montage. „Iedereen wist waar ik moest snijden. Meestal de boeiendste scènes, zoals die orgie in het Love Hotel of dat shot vanuit de binnenkant van een vagina met binnendringende penis.”

Noé, aan de telefoon vanuit de Verenigde Staten, had de bemoeizucht deels aan zichzelf te danken. Had hij in de lente van vorig jaar maar niet moeten toegeven aan Thierry Frémaux, directeur van het Filmfestival van Cannes, toen die kwam kijken hoe zijn film er voorstond. „Enter the Void was nog lang niet klaar, maar Thierry was enthousiast: laat gewoon een eerste versie zien onder het motto ‘werk in uitvoering’, zei hij. Dat deed Coppola in 1979 in Cannes met Apocalypse Now. Of geef me desnoods twintig minuten.” Noé liet zich overhalen: zijn film ging de competitie in zonder begintitels, relatief structuurloos en met de onvoldragen visuele effecten verstopt in duisternis. Het boegeroep overstemde het applaus. „Het was alsof ik naakt aan het WK voetbal meedeed. Na Cannes heb ik nog een half jaar gemonteerd.”

Het rumoer in Cannes was te verwachten: Gaspar Noé leeft van controverse. In zijn debuut Seul Contre Tous (1998) volgden we een misantropische slager die Celine-achtige tirades spuit. Met Irréversible vestigde Noé in 2002 zijn reputatie. Het werd een wereldwijd schandaal, dit achterstevoren vertelde verhaal waarin de kijker van hel in paradijs belandt in het droeve besef dat het de hoofdrolspelers andersom vergaat. Irréversible werd berucht om een eindeloze verkrachting in een voetgangerstunnel, Noé werd seksisme, homofobie en shockeren om het shockeren verweten. Veel bezoekers werden onwel. Niet alleen door gruwelbeelden – een hoofd tot pulp geslagen met een brandblusser – maar ook door desoriënterend camerawerk, stroboscoopeffecten en misselijkmakend geluid.

Noé-haters zien hem als puberale provocateur, maar niemand kan de oorspronkelijkheid en rauwe kracht van zijn films ontkennen. Ze bieden altijd een opwindende, bijna fysieke ervaring, brengen je naar plekken waar je niet eerder was. Of, in Noé’s visie, niet onder ogen durft te zien: de beestachtige reflexen, oedipale impulsen en oerangsten die onze kern vormen.

In Noé’s kleine, woeste oeuvre is Enter the Void relatief dromerig. Noé: „Ditmaal wilde ik u alleen stoned maken. Vaak glijden zaken in en uit focus, zodat je ogen moeite hebben met scherpstellen. Soms gebruik ik een licht stroboscoopeffect. Dat helpt je een droombeeld te ontwikkelen, zoals een oude filmprojector dat doet.” Enter the Void is een drugstrip van twee uur en veertig minuten. Bewust iets te lang, als een lsd-trip. We zien de wereld door de ogen van Oscar (Nathaniel Brown), een dealer in Tokio: neon, wolkenkrabbers, nauwe steegjes en stripclubs. Oscar heeft een intense band met zijn zus Linda (Paz de la Huerta), die als stripper werkt. Ze zagen samen hun ouders sterven. Zwoeren elkaar nooit in de steek te laten.

We arriveren in Oscars hoofd als hij in de nawee van een lsd-trip het middel DMT gebruikt. Dan wandelt hij met een vriend naar nachtclub The Void voor een drugsdeal. Het loopt mis: de politie schiet Oscar in het toilet neer. Waarna we door verleden, heden en toekomst meanderen, zweven over de daken van Tokio, gaten induiken – een kraan, een wond – en door mystieke ruimtes scheren vol wit licht en bulderend lawaai. Het is een mix van melodrama, hallucinatie en avant-gardistische video.

Noé schreef het oerscript voor Enter the Void toen hij als jonge twintiger „vrij enthousiast tripmiddelen gebruikte”. Zijn inspiratie was Altered States van Ken Russel, waarin een wetenschapper experimenteert met paddestoelen. Noé: „Ik dacht: dat kan beter. Dus schreef ik een film over een jongen die onder invloed van lsd uit zijn lichaam treedt, zoals ik zelf vaak zonder succes probeerde. Het Tibetaanse Dodenboek ligt naast zijn bed, dus denkt hij dat hij sterft. En volgt de route van het Dodenboek.” Op televisie zag Noé in die tijd Lady In The Lake, een film noir uit 1947 die volledig door de ogen van hoofdpersoon Philip Marlowe is gefilmd. Noé: „Zo moet het, dacht ik. Voor de huidige generatie is dat niet zo vreemd. Die spelen zoveel videogames uit het perspectief van eerste persoon.” Stanley Kubricks’ 2001: A Space Oddysey was een tweede inspiratiebron: als zevenjarige had Noé met „open mond” gekeken naar deze trip voorbij tijd en ruimte. „Een helder én mystiek meesterwerk dat overmoedig grijpt naar de essentie van het leven.”

Noé situeerde Enter the Void eerst in New York. „ Maar toen ik de film eenmaal kon maken, was New York zijn Taxi Driver-achtige aura kwijt. Tokio was geschikter: die stad is nuchter al hallucinogeen. En past perfect bij DMT. Dat is een lucide, neongekleurde ervaring van vijf minuten. Enorm intens.”

Enter the Void lijkt een dramatisering van het Tibetaanse Dodenboek, een boeddhistisch geschrift dat in de jaren zestig een soort bijbel werd voor lsd-gebruikers. Toch is Noé zelf een atheïst. „Volstrekt en principieel. Al laat ik graag de optie open dat het een film is over reïncarnatie. Interessante films, zoals Eraserhead of 2001, laten rijen deuren openstaan.”

Zelf ziet hij het anders. „Dood is afwezigheid van leven, mijn film heet niet voor niets Enter the Void.” Noé ziet zijn film als de laatste, eindeloze seconden in het hoofd van een stervende dealer op een vieze plee in Tokio. „Eerst reizen we nog vrij ordentelijk door Oscars herinneringen en fantasie, geleidelijk zie je de hallucinatie imploderen, wegzakken in primaire impulsen. Melk drinken als baby en seks vloeien ineen. Oscar wordt passiever, glijdt weg in het niets. En wij met hem.”

Mochten we hopen dat er licht is aan het eind van de tunnel en Oscar reïncarneert: „In de film zit een vluchtig beeld verstopt van de vrouw die hem baart. Het is zijn eigen moeder. Het is niet Oscars toekomst maar zijn geboorte, de meest traumatische, diepst verborgen herinnering van allemaal. Door een kanaal te worden geperst en dan komt alles tegelijk: licht, lucht en droogte. Nee, schreeuw je. En daarna ja.”

Na drie jaar waken en slapen met Enter the Void is Noé nu toe aan iets „heel kleins en intiems”. „Een documentaire of pornofilm.”