Smerige kamers, chaos en terreur

Negen dagen voor aanvang van de Gemenebest Spelen is New Delhi nog lang niet klaar.

Dat betekent grote imagoschade voor een land met grote ambities.

De 31-jarige Hitender slaat de afgang van India van nabij gade. Hij heeft zijn auto geparkeerd op de vluchtstrook van een viaduct bij het Jawaharlal Nehru-stadion in New Delhi, het volledig gerenoveerde sportstadion waar volgende week zondag de Gemenebest Spelen worden geopend. Tenminste, als alles op het laatste moment nog in orde komt.

Hitender, werkzaam in de IT-sector, kijkt naar de nog niet opgeruimde restanten van een voetgangersbrug die dinsdag instortte. Dat een loopbrug instort is niet zo heel spectaculair, zeiden de Indiase autoriteiten, ook al vielen er 27 gewonden. Maar het afgelopen etmaal is die brug symbool geworden van wat er allemaal mis is bij de voorbereidingen op de Gemenebest Spelen.

Vuilnis in de kamers in het Games Village, smerige toiletten en wastafels, straathonden die slapen op de bedmatrassen, uitwerpselen in de gangen, kapotte stopcontacten, ontbrekende tegels. Dat zijn enkele klachten die de afgelopen dagen door buitenlandse sportfunctionarissen werden geïnventariseerd.

En los daarvan is er de vrees voor besmetting met knokkelkoorts. Door de aanhoudende moesson blijft op veel plaatsen water staan, ook in de overstroomde buurt van het Games Village aan de oever van de rivier Yamuna. De poelen zijn een broedplaats voor muggen die de ziekte overbrengen. Er zijn al duizenden meldingen.

Hitender denkt wel te weten waarom de brug het begaf. „Corruptie”, zegt hij. Ambtenaren incasseerden smeergeld en de aannemer bespaarde op deugdelijke materialen, vermoedt hij. „Heel slecht voor het imago van India in de wereld. Ik ben diep teleurgesteld.”

Bij alle grote sportevenementen in de wereld wordt geklaagd over de hoge kosten en worden vraagtekens gezet bij het nut ervan voor de gewone mensen. Dat was in 2008 zo bij de Olympische Spelen in Peking en dit jaar bij het wereldkampioenschap voetbal in Zuid-Afrika. En zo is het ook in India. Maar in dit land, de grootste democratie ter wereld die zich graag wil profileren als opkomende economische supermacht, hebben de problemen zich de afgelopen maanden opgestapeld tot bijkans onoverkomelijke omvang.

Met nog negen dagen te gaan tot het begin van de Spelen is de rek er nu uit. Belangrijke deelnemende landen als Nieuw-Zeeland, Engeland, Canada en Australië hebben het vertrek van hun sporters naar Delhi uitgesteld of dreigen daarmee. Individuele sporters hebben aangekondigd niet te zullen gaan, niet alleen wegens blessures.

Met het opknappen van de stadions, de inrichting van de spelersonderkomens en verfraaiing van het stadsbeeld overschreden de Indiase autoriteiten steeds weer de gestelde tijdslimieten. En steeds zeiden ze: het is jammer, maar nu gaan we de zaken echt regelen.

Migrantenarbeiders uit alle delen van India, van wie de gezinnen de afgelopen weken zorgvuldig werden weggestopt in tentjes achter grote kleurrijke panelen langs het trottoir, kregen de opdracht dag en nacht door te werken. Gisteren stond een grote groep arbeiders bij het stadion te wachten tot ze aan het werk konden. Bij het Siri-stadion, enkele kilometers naar het zuiden, waren arbeiders gisterochtend nog bezig met het aanleggen van de parkeerplaatsen.

Gisteren zou er overleg zijn tussen de inderhaast overgekomen voorzitter van de Commonwealth Games Federation, Mike Fennell, en de Indiase premier Manmohan Singh. Misschien doorbreekt die ontmoeting het stilzwijgen van de lijdzame premier. Misschien wordt zo ook de lethargie van de Indiase autoriteiten doorbroken. Zij hielden zich de afgelopen maanden doof voor alle waarschuwingen die werden afgegeven in de woorden van de voorzitter van de Canadese federatie van de Gemenebest Spelen. „Het is onbegrijpelijk dat de Indiase autoriteiten zich zo onverschillig hebben gedragen bij de voorbereiding.”

En dan is er de veiligheid, volgens de voorzitter van de Australische sportfederatie de belangrijkste overweging voor de sporters al dan niet naar Delhi te gaan. Gisterochtend paradeerden tientallen vrouwelijke politieagenten met zware wapens op de rug voor het Nehru-stadion. Dat is een geruststellend gezicht, maar het neemt niet de twijfel weg die bij veel landen opnieuw is gegroeid na een schietpartij, afgelopen zondag bij de Jama Masjid, de grote moskee in de Oude Stad van Delhi. Daar opende een man op een motor het vuur op een groep Taiwanese toeristen. Twee van hen raakten gewond.

Terreurdreiging is iets wat India niet geheel in de hand heeft. Hetzelfde kun je zeggen van de moesson, die deze keer veel langer aanhoudt dan normaal. Maar tegenover alle negatieve berichten staan ook successen. Het wegennet in Delhi is in een jaar drastisch verbeterd, het metronetwerk is razendsnel uitgebreid en er is een gloednieuwe luchthaven.

Dat die pluspunten onderbelicht blijven in de huidige chaos rond de Spelen hebben de autoriteiten aan zichzelf te wijten door hun voortdurende ontkenning van de problemen. Gisteren nog beweerde een topman van het Indiase olympisch comité dat het Westen nu eenmaal anders denkt over reinheid dan India.

Als veel landen inderdaad afzien van deelname aan de Spelen, straalt dat volgens politiek analist Bibek Debroy van het Centre for Policy Research negatief af op India’s imago van vrijheid, eenheid en kracht. Maar hij denkt niet dat zakenlieden zich door het debacle laten leiden bij hun overwegingen te investeren. „Daarbij gelden andere overwegingen. De Indiase groei is niet in gevaar.”

Rechtenstudente Perma (21) is een van de honderden vrijwilligers die de bezoekers aan de Spelen zullen begeleiden. „India heeft de reputatie dat alles op het laatste moment goed komt. Dat zal nu ook gebeuren”, zegt ze met een stralende glimlach.