Post-apocalyptisch fundamentalisme

Wetenschapsfantasieën van Frankenstein en huiveringwe Ze eten mensenvlees, Buitenaardse wezens bedreigen de aarde.

Justin Cronin: De oversteek (Passage). Uit het Engels vertaald door Dennis Keesmaat en Boukje Verheij. Cargo, 998 blz. €24,90

Zodra in een toekomstroman een wetenschappelijke onderneming ‘het Noach- project’ wordt genoemd, is het oppassen geblazen. Zo’n bijbelse naam valt in de literatuur niet voor niets, en al helemaal niet in een genre dat de afgelopen decennia steeds vatbaarder is geworden voor godsdienstige inblazingen. In de roman De oversteek van Justin Cronin, waarin het Noach-project voorkomt, blijft die bovennatuurlijkheid aanvankelijk beperkt. Een zesjarig meisje dat als vondeling bij een nonnenconvent wordt afgegeven oefent een vreemde invloed uit op de mensen en dieren om haar heen. De non die haar opvangt voelt daardoor een bijzondere kracht in haar ontstaan. Dat is voorlopig alles. En dan nemen de meer hardboiled elementen van de sf-thriller het over. Een ultrageheim biologisch experiment van het Amerikaanse leger loopt uit de hand. Het meisje wordt verbeten opgejaagd door de geheime dienst. Wat die twee precies met elkaar te maken hebben blijft honderden bladzijden lang een raadsel.

De oversteek is de derde roman van de bijna 50-jarige Justin Cronin, een docent creative writing wiens eerdere boeken niet veel meer opleverden dan keurige recensies en een enkele literaire prijs. Heel anders ging het met De oversteek. Het boek sloeg in als een bom, de filmrechten gingen voor een paar miljoen dollar van de hand en regisseur Ridley Scott werd ervoor aangetrokken om het boek in de bioscoop te krijgen.

Die laatste lijkt in ieder geval een goede keuze. In de film Alien wist Scott op ongeëvenaarde wijze de dreiging op te roepen van een buitenaards wezen dat de toeschouwer nauwelijks te zien kreeg. Hetzelfde doet Cronin in De oversteek. De monsters die het resultaat zijn van het legerexperiment en na ontsnapping uit hun gevangenschap vrijwel de hele Amerikaanse bevolking uitroeien worden ook door hem uiterst spaarzaam beschreven. De dreiging die van elke bladzijde uitgaat wordt er alleen maar beklemmender door.

‘Viralen’ worden deze mutanten genoemd, ‘springers’, ‘paffers’ of ‘draco’s’. Het meest hebben ze weg van de ouderwetse vampiers. Niet de watjes-achtige wezens die Stephenie Meyer in haar Twilight--boeken opnieuw populair heeft gemaakt, maar de ouderwets huiveringwekkende monsters uit de klassieke Dracula-literatuur. Daaraan voegde Cronin de horror toe van de zombiefilm The Night of the Living Dead, de wetenschapsfantasieën van Frankenstein en de apocalyptische taferelen van het rampenepos.

Het resultaat is, in weerwil van alle onwaarschijnlijkheid, overtuigend. Cronin weet de spanning er goed in te houden, met snelle acties en huiveringwekkende beschrijvingen. Hallucinant is het beeld dat Cronin oproept van het verlaten en verwoeste Las Vegas, waar hij zijn overlevenden op hun tocht laat belanden. Bloedstollend is het offerritueel in een nederzetting die de ‘paffers’ op afstand probeert te houden door hun op gezette tijden te voorzien van nieuw mensenvlees. En ontluisterend is de lynchpartij in een andere enclave waar een post-apocalyptisch fundamentalisme de dienst uitmaakt en enkele dissidenten slachtoffer worden van de volkswoede.

Daarmee blijkt De oversteek gaandeweg veel religieuzer van inslag dan zich aanvankelijk laat aanzien. De lange en hachelijke omzwerving die Cronin zijn groepje overlevenden laat maken, wordt bijna letterlijk de tocht door de woestijn op zoek naar een beloofd land. Een paar van hen worden door het vampier-virus niet ontmenselijkt maar groeien uit tot ware verlossers. ‘Nieuwe mensen’ worden ze genoemd, of soms zelfs ‘het Nieuwe Iets’, begiftigd met het vermogen om de zielen die aan het kwaad ten offer zijn gevallen alsnog daarvan te bevrijden.

Of de overlevenden na de zondvloed van het uit de hand gelopen Noach-project werkelijk een nieuwe aarde te verwachten hebben, laat Cronin aan het eind van De oversteek in het midden. Het boek is pas het eerste deel van een trilogie en veel blijft in De oversteek nog onduidelijk. Waarin bestaat precies de uitverkoren rol van de ‘nieuwe mensen’, van wie is de kleine Amy de oer-belichaming? En wat ligt er eigenlijk aan de andere kant van die ‘oversteek’ waarin een heel religieus programma doorklinkt? Of De oversteek werkelijk de opmaat is voor een godsdienstige allegorie blijft vooralsnog ongewis, maar je houdt je hart vast. Ook in de Matrix-triologie kwam de religieuze aap pas in het tweede deel uit de mouw, om in het derde deel uit te monden in een onvervalste kruisiging, nederdaling ter helle, verlossing van de zielen en de stichting van een nieuw Zion. Misschien zal het met De oversteek mee blijken te vallen. De vervolgdelen zijn aangekondigd voor 2012 en 2014. Tot die tijd is het boek goed voor een flink wat spanning, gruwel en mysterie. Niet voor humor, want dat is duidelijk Cronins sterkste punt niet.

Het aardigst zijn nog zijn knipoogjes naar de klassieke vampier-mythologie. Is knoflook daarin een beproefd middel om enge bijters op een afstand te houden, dan blijkt het in De oversteek juist een lokmiddel te zijn. Rond de val die een paar overlevenden hebben opgezet om ‘paffers’ te vangen, zijn de bomen ermee vol gehangen. ‘Een klassieke truc’, legt één van hen uit. ‘Die klotedraco’s zijn er gek op.’