Over kiezers gaat de ambassadeur dus niet

Kritiek van ambassadeur Habibie wekte Wilders’ woede. Minister Verhagen suste de gemoederen; de ambassadeur bond in.

Met een snelle gedeeltelijke spijtbetuiging van de Indonesische ambassadeur in Den Haag is een diplomatiek conflict tussen zijn land en Nederland afgewend.

Ambassadeur Junus Habibie liet gistermiddag weten dat hij zijn uitspraak dat PVV-kiezers „misschien” wel last hebben van een „angstpsychose” beter niet had kunnen doen. De ambassadeur deed zijn bekritiseerde uitspraken in een vraaggesprek met Het Financieele Dagblad.

Voor PVV-leider Geert Wilders die de zaak aanhangig maakte, is de kwestie voorlopig afgedaan. Onmiddellijk na het verschijnen van het interview eiste hij gistermorgen van demissionair minister Verhagen (Buitenlandse Zaken, CDA) dat hij ambassadeur Habibie zou ontbieden om hem zijn ongenoegen kenbaar te maken.

Maar dit volgens de regels van het diplomatieke verkeer zware middel is niet gehanteerd. Eén van de topambtenaren van de afdeling Politieke Zaken van het ministerie van Buitenlandse Zaken heeft gisteren contact gehad met de ambassadeur. Die kwam vervolgens met de mededeling dat hij zijn uitspraak over de PVV-kiezers „beter niet had kunnen doen”.

Voor PVV-leider Geert Wilders is deze terugtrekkende beweging van de ambassadeur voldoende. „Hij is tot mijn vreugde flink door het stof gegaan. Niet op alle punten, oké, maar wel ten aanzien van zijn aanval op de PVV-kiezer. Dus ik laat het hier nu maar even bij”, stelde Wilders vanmorgen tegenover het persbureau ANP.

De uitspraak over de PVV-kiezers ging ook minister Verhagen te ver. „De ambassadeur heeft zich niet uit te laten over de kiezers van de PVV”, zei hij gisteren. Het laatste woord was hier volgens hem dan ook niet over gezegd. Vandaar het contact op ambtelijk niveau. Wilders op zijn beurt bedankte Verhagen vanmorgen voor de „terechte interventie”.

Voor de oppositie in de Tweede Kamer is de zaak hiermee nog niet afgedaan. D66-leider Alexander Pechtold is er uitermate verbaasd over dat minister Verhagen wel is gevallen over de woorden van ambassadeur Habibie, maar niet over de uitlatingen van Wilders. Hij doelt hierbij op het aanvankelijke commentaar van de PVV-leider op het interview. In de wandelgangen van de Tweede Kamer merkte Wilders op dat Indonesië „een toontje lager diende te zingen” en dat als Indonesiërs naar Nederland komen ze zich „moeten gedragen”.

Pechtold noemt deze kwalificaties „absurd” en meent dat Wilders hiermee heel Indonesië „beledigt”. Als Verhagen de ambassadeur aanspreekt op zijn woorden, moet hij dat ook bij Wilders doen, vindt Pechtold. „Maar Verhagen doet helemaal niks.”

Vandaar dat hij vragen aan de minister heeft gesteld en mogelijk volgende week in de Tweede Kamer een debat over de kwestie wil voeren. De D66-fractievoorzitter vreest dat de affaire de toch al gevoelige betrekkingen met Indonesië kan schaden.

Voor het ministerie van Buitenlandse Zaken is het voorlopig al een hele opluchting dat het voorgenomen staatsbezoek van de Indonesische president Yudhoyono, gepland van 6 tot 9 oktober, gewoon doorgaat. Want dat was de andere boodschap van ambassadeur Habibie in het gewraakte interview: onomwonden liet hij weten dat als de PVV daadwerkelijk tot een nieuw kabinet zou zijn toegetreden, het staatsbezoek zeer twijfelachtig zou zijn geweest.

„De president komt natuurlijk niet als hier iemand in het kabinet zit die de islam achterlijk noemt. Ik wil niet dat mijn president hier als een clown wordt neergezet”, aldus de Indonesische ambassadeur. Maar met een constructie waarbij de PVV buiten de regering verkeert, komt de samenwerking niet in gevaar. „Als de heer Wilders buiten de regering staat, mag hij schreeuwen wat hij wil. Zolang hij maar buiten het kabinet blijft blaffen.”

Zo bezien wordt de oplossing waarvoor VVD, CDA en PVV kiezen, waarbij de laatste gedoogsteun aan het kabinet geeft, dus ook begrepen in het buitenland. Eerder vroeg iemand als voormalig NAVO-secretaris-generaal Jaap de Hoop Scheffer zich bijvoorbeeld af of deze nuance in het buitenland wel zou overkomen. Op het ministerie van Buitenlandse Zaken in Den Haag is nu met opluchting geconstateerd dat dit voor Indonesië in ieder geval wel zo is. De ambtenaren in Jakarta en in Den Haag kunnen dus ook gewoon doorgaan met de voorbereidingen van het staatsbezoek. Onder het wakend oog van Wilders, dat wel. Want die zal de aanloop naar het staatsbezoek „scherp” blijven volgen, zei hij vanmorgen nog.