Ouderwets euforisch

cd techno

Underworld:

Barking **

Rick Smith (1960) en Karl Hyde (1958) worden oud. Underworld is al lang niet toonaangevend meer – dat was de Britse dance-act in de jaren negentig met hits als ‘Cowgirl’, ‘Born Slippy’ en ‘King of Snake’. Ondanks twee ietwat teleurstellende albums in de jaren nul, is Underworld nog altijd een van de beste live-acts ter wereld.

Barking is de eerste nieuwe studioplaat in drie jaar, die is aangekondigd als een terugkeer naar de oude vorm. Dat klopt ten dele: Barking is ouderwets euforisch. Maar om het enigszins versleten Underworld-geluid van een nieuw laagje verf te voorzien, hebben Smith en Hyde wel de hulp moeten inroepen van een batterij gastproducers, zoals de Duitse trancemeister Paul van Dyke, de Iraanse techno-dj Dubfire en de Britse drum-’n-bass-man High Contrast.

Het is moeilijk te zeggen wat precies hun bijdrage is, maar de nummers dragen onmiskenbaar hun handtekening. De hulp van Dubfire pakt het beste uit: ‘Bird 1’ en ‘Grace’ zijn heerlijk atmosferische technotracks.

Maar de andere nummers missen diepgang. Underworld heeft het grote gebaar nooit geschuwd, maar wist pakkende dansvloerhits te maken zonder te vervallen in makkelijke concepten. ‘Scribble’, ‘Always Loved A Film’, ‘Diamond Jigsaw’ en ‘Between Stars’ zijn echter platte, pompeuze tracks, waarop Hyde en Smith hun scherpe randje echt kwijt zijn.