Ook de duivel is katholiek

De Paus vergeleek in Groot-Brittannië atheïsme met nazisme. Maar hoe zit het met de relatie tussen nazisme en katholicisme?

Hubert Wolf: Pope and Devil. The Vatican’s Archives and the Third Reich. The Belknap Press of Harvard University Press, 325 blz. € 27,-

‘Een nazi-tirannie die God uit de maatschappij wil bannen.’ Zo omschreef paus Benedictus XVI het atheïsme tijdens zijn recente vierdaagse staatsbezoek aan Groot-Brittannië. Zijn vergelijking van atheïsme met nazisme leidde tot verontwaardigde reacties. Het Vaticaan reageerde met de bewering dat de paus ‘heel goed weet wat de nazi-ideologie inhoudt.’

Wat nazi's betreft is Benedictus (1927) een ervaringsdeskundige: als veertienjarige werd hij lid van de Hitlerjugend. Maar hij heeft niet goed opgelet tijdens de bijeenkomsten, zo blijkt uit Pope and Devil, het boek van de Duitse kerkhistoricus Hubert Wolf dat twee jaar geleden in Benedictus’ moedertaal verscheen. Wolf laat in zijn boek over de verhouding tussen het Derde Rijk en het Vaticaan zien dat de nazi’s God helemaal niet wilden verdrijven uit Duitsland.

Voor Pope and Devil kon Wolf gebruikmaken van onlangs vrijgegeven gegevens in het Vaticaanse Geheime Archief. Tot opzienbarende vondsten heeft dit niet geleid: Pope and Devil is geen radicale herziening van de geschiedenis van de betrekkingen tussen de pauselijke staat en het nationaal-socialistische Duitsland.

Die betrekkingen begonnen toen het Vaticaan op 20 juli 1933, minder dan een half jaar na Hitlers benoeming tot rijkskanselier, het Rijksconcordaat sloot met het Derde Rijk. Een van de vragen die Wolf beantwoordt, is waarom het Vaticaan zo’n haast had met dit verdrag. Het initiatief ging uit van Hitlers regime, dat werd gehinderd door het verbod op samenwerking met nazi’s dat de Duitse katholieke bisschoppen in 1930 hadden uitgevaardigd. Voor het Vaticaan was het behoud van zelfstandigheid van de katholieke kerk in nazi-Duitsland de belangrijkste reden om in te gaan op de Duitse toenadering. Zestig jaar eerder had de toenmalige kanselier Bismarck een Kulturkampf tegen de katholieke kerk gevoerd. Die had geleid tot een traumatische ervaring van het Vaticaan: doordat veel Duitse parochies geen pastoor meer hadden, stierven veel katholieken zonder het laatste sacrament en bleef de hemel buiten hun bereik. Paus Pius XI en zijn minister van Buitenlandse Zaken kardinaal Pacelli, de sleutelfiguur in Pope and Devil, die in 1939 paus Pius XII werd, was er alles aan gelegen om dit te voorkomen. Om één ziel te redden, zou hij zelfs met de duivel onderhandelen, zei paus Pius XI eens.

Het zieleheil van katholieken was ook de reden dat Pius XI en XII zich niet hebben uitgesproken tegen de jodenvervolging. Uit angst om Hitler voor het hoofd te stoten, beschouwden ze de maatregelen tegen de joodse bevolking als een Duitse interne zaak waarmee andere staten zich niet konden bemoeien. Verder dan de encycliek Mit brennender Sorge uit 1937, waarin racisme in algemene termen werd veroordeeld, gingen ze niet.

Wolf heeft door zijn toegang tot nieuw archiefmateriaal kunnen vaststellen hoe Vaticaanse geestelijken ook na het concordaat bleven worstelen met het nationaal-socialisme. Tot een eensluidend oordeel zijn ze nooit gekomen. Weliswaar waren ze unaniem van mening dat de nationaal- socialistische rassenleer onverenigbaar was met het universalisme van de katholieke kerk, maar over de vraag of Hitlers Mein Kampf, net als Der Mythos des 20. Jahrhunderts van nazi-ideoloog Alfred Rosenberg, op de lijst van verboden boeken moest komen, bereikten ze geen overeenstemming.

Sommige Vaticaanse ideologen vonden Rosenberg een slechte nazi en Hitler een goede. Dit had vooral te maken met hun verschillen in opvatting over het christendom. Rosenberg verachtte het christendom als het geloof van zwakkelingen, maar Hitler vroeg in toespraken soms om Gods zegen. Ook liet hij herhaaldelijk weten dat het ‘christendom de basis is voor alle moraal’ en dat ‘in Duitsland geen publiek of privaat leven mogelijk was zonder het christendom als fundering.’

De opzienbarendste onthulling bewaart Wolf voor de laatste bladzijden van Pope and Devil. In 1938 pleitte de Italiaanse fascistische leider (en Hitlers bondgenoot) Benito Mussolini bij het Vaticaan voor harde maatregelen tegen Hitler, zoals excommunicatie. Alleen zo zou Hitler, die volgens Mussolini rechtstreeks op oorlog afstevende, misschien weer in het gareel komen.

Maar dat was voor het Vaticaan onbespreekbaar. ‘Hitler bleef lid van de katholieke kerk tot hij stierf’, schrijft Wolf. ‘Net als de paus kon zelfs de duivel katholiek zijn.’