Moet ik vrijen met Agesaréte?

In een tweewekelijkse serie over boeken die bijna onopgemerkt bleven Een wereld vol goden, een historische gids vol gewone en ongewone teksten.

In Dodona, in het oude Griekenland, in een hoog overbladerd eikenwoud, zetelde het orakel van Zeus. Uit het ruisen der bladeren werd de toekomst afgelezen. Daar trokken de Grieken naar toe als ze om raad verlegen zaten. Ze krasten hun vraag op langwerpige strookjes lood, die daarna werden opgerold of opgevouwen.

Er zijn er een paar honderd van teruggevonden, zodat we nu nog steeds kunnen lezen dat Kleoútos naar Dodona kwam voor een beroepskeuzeadvies. ‘Kleoútos vraagt Zeus en Dióne of schapen houden voor hem nuttig en voordelig is.’ Anderen kwamen voor een relatieadvies. ‘Moet ik gemeenschap hebben met Agesaréte?’ Of voor goede raad inzake een eventuele verhuizing. ‘Zou ik het beter hebben in Orikós op het platteland, of zoals ik nu woon?’ Misschien kon de godheid ook even zeggen wie er achter een diefstal zat. ‘Heeft Thopíon het zilver gestolen?’

Het zijn allemaal heel gewone en herkenbare vragen, zoals ze nog steeds gesteld worden aan waarzeggers, kaartlezers, priesters, pastoors, mediums of aan de leuke astrologes van Astro TV. Ze geven je het gevoel alsof die vragen en prangende kwesties ook vandaag nog op loden strookjes ingekrast hadden kunnen worden en aan de alwetende ruiseik voorgelegd. Dat is precies het ooggetuigegevoel dat Evelyn van ‘t Wout heeft willen bereiken met de honderden teksten die zij heeft verzameld (en voor het grootste deel zelf vertaald) in Een wereld vol goden. Het is geen geschiedenisboek en geen literaire bloemlezing. Je zou het een historische reisgids kunnen noemen. Het gaat bijvoorbeeld om beschrijvingen van ziektegevallen, rechtstreeks uit de dagboeken van dokters, met vreemde ziektebeelden en merkwaardige diagnoses. Rechtbankverslagen, en pleidooien van advocaten. Teksten op de scherven van een schervengericht. Voorschriften voor begrafenissen. Instructies en aanbevelingen voor de reis naar de onderwereld, ingekrast op dunne gouden plaatjes, meegegeven aan de doden. Korte zakelijke instructies, gekrast in de donkere glazuurlaag van een potscherf: ‘Thamneús, leg de zaag onder de drempel van de tuindeur.’ En ook in het oude Griekenland werd al op muren geschreven, en ook toen ging het vaak om obsceniteiten en seksuele prestaties. Ik citeer Krímon, achtste eeuw v. Chr., op het eiland Thera: ‘Hier neukte Krímon Amotíon.”

Wie denkt: ik wou dat ik nog eens een dag in het oude Griekenland kon rondlopen, moet door dit boek gaan dwalen. Er valt op elke hoek van elke bladzijde wel wat te beleven. En tussen de korte teksten door staan overal ook langere stukken. Sportverslagen over wagenrennen. Levendige scènes met filosofen die elkaar al debatterend te slim af zijn, tot ergernis van de ander. Waarnemingen van de rondtrekkende historicus Herodotus, bijvoorbeeld over de vraag waarom de schedels van Egyptenaren zoveel harder zijn dan die van de Perzen. Het nog altijd weer ontroerende verslag van het moment waarop het terugtrekkende leger van tienduizend Grieken eindelijk weer, na alle ontberingen, de zee ziet. Xenophôn: ‘Ze begonnen allemaal hard te lopen, ook de achterhoede; lastdieren en paarden draafden mee. Toen ze allemaal op de top waren, omhelsden de soldaten elkaar en hun generaals en kapiteins, huilend.’

Je slaat een bladzij om en het gewone leven gaat weer verder – met het gemopper over het onbeschofte gedrag van de visboer op de markt. Hij negeert je gewoon. ‘En alsof hij niets gehoord heeft, gaat hij op een inktvis staan meppen.’

Een wereld vol goden. Ooggetuigen van het klassieke Griekenland. Samenst. P.E. van ’t Wout. Bert Bakker. 270 blz. € 19,95