Jungleboek

Ingrid Betancourt spaart zichzelf niet in haar boek over de tijd dat ze in handen was van de FARC. Haar boek is beter dan verslagen van voormalig medegijzelaars, vindt Latijns-Amerika-deskundige Michiel Baud.

Ingrid Betancoourt in New York, 14 september 2010. Foto AFP / Emmanuel Dunand TO GO WITH AFP STORY BY MYRIAM CHAPLAIN-RIOU French-Colombian former FARC hostage Ingrid Betancourt poses in a street on September 14, 2010 in New York. Ingrid Betancourt will release a book intitled "Meme le silence a une fin" (Even silence ends) about her captivity on September 21, 2010 notably in France, US and Colombia. AFP PHOTO / EMMANUEL DUNAND AFP

Ingrid Betancourt: Zelfs aan de stilte komt een eind. Mijn jaren van gevangenschap in de jungle van Colombia. Vertaald door Floor Borsboom en Frans van Cuijlenborg. Balans, 496 blz. € 19,95

Door haar grote bekendheid werd Ingrid Betancourt, tot 2002 kandidate voor het Colombiaanse presidentschap, het symbool van het treurige lot van honderden gijzelaars die in het oerwoud van Colombia worden vastgehouden. De eind 2007 door de FARC vrijgegeven videobeelden van een zieke, uitgemergelde Betancourt gingen de hele wereld over en schokten de publieke opinie. Op 23 februari 2002 werd Betancourt, samen met haar persoonlijk assistente Clara Rojas, door de Colombiaanse guerrillabeweging FARC gevangen genomen. Na een gijzeling van zes en een half jaar in de Colombiaanse jungle werd zij door een gewaagde actie van het Colombiaanse leger in juli 2008 bevrijd. De laatste jaren is er al meer bekend geworden van het verhaal van haar gijzeling. Clara Rojas publiceerde vorige jaar haar relaas van deze periode. Drie Amerikaanse gijzelaars die gelijktijdig met Betancourt vrij kwamen, schreven ook een boek (beide besproken in Boeken, 29-05-09). Beide uitgaven baarden enig opzien door het negatieve beeld dat zij schetsten van hun beroemde medegevangene. Zij zou misbruik hebben gemaakt van haar privileges en zich tijdens haar gevangenschap egoïstisch en hooghartig hebben gedragen.

Nu heeft Ingrid Betancourt in een vuistdik boek haar eigen verhaal gepubliceerd. Het is zonder enige twijfel het indrukwekkendste boek van de drie. Haar boek neemt de lezer mee in de gruwelen van een eindeloze, tropische gevangenschap. Het is een boek over de verscheurde werkelijkheid van Colombia, maar meer dan dat is het een boek over menselijke relaties in extreme omstandigheden. Uiteindelijk gaat het boek over de persoonlijke strijd van Betancourt in omstandigheden van gedwongen eenzaamheid en isolatie.

Onorthodoxe visies

Toen Ingrid Betancourt gegijzeld werd was zij bezig met een tamelijk hopeloze, maar bevlogen campagne voor het Colombiaanse presidentschap. Haar beweging wilde een alternatief bieden voor de ‘oude politiek’ van Colombia waar gevestigde partijen en politici elkaar de hand boven het hoofd hielden en die nauwelijks in staat was oplossingen te vinden voor de grote problemen van het land. Zij was zelf uit een goede Frans-Colombiaanse familie afkomstig en stond bekend als een vrouw die geen blad voor de mond nam. Zij was een vurig pleitbezorger van een vredesproces dat een einde zou kunnen maken aan het endemische geweld in Colombia. Het leverde haar links en rechts vele vijanden op. Haar onorthodoxe visies verschaften haar anderzijds ook een interessante tussenpositie. Zij was in 2002 een actieve medespeler geworden bij de vredesbesprekingen tussen de regering en de FARC. In een later beroemd geworden foto is zij te zien terwijl zij in ontspannen sfeer promotiemateriaal van haar beweging aan een aantal kopstukken van de FARC uitdeelt. Dit gebeurde tijdens een ontmoeting van enkele presidentskandidaten en de FARC-leiding; slechts negen dagen voor haar gijzeling!

De gevangenschap van Ingrid Betancourt en haar lotgenoten speelde zich vrijwel geheel af onder het ondoordringbare bladerdek van het tropische regenwoud. Zij werd de belangrijkste gijzelaar van de FARC die in de loop der jaren steeds dieper de jungle in werd meegenomen, ver van de Colombiaanse en Amerikaanse veiligheidstroepen die haar zochten. Terwijl zij lange tijd bleef geloven elk moment te kunnen worden vrijgelaten, verstreek de tijd. Haar boek toont pijnlijk duidelijk hoe de voortdurende onzekerheid de grootste marteling was in haar bestaan als gijzelaar.

Politiek speelde nauwelijks meer een rol in het kampleven. Betancourts boek laat de banale alledaagse werkelijkheid van de gevangenschap zien, waarin de kleinste dingen groot belang kregen. Zij beschrijft bijvoorbeeld hoe het lezen van een achtergelaten Harry Potter-deel haar een ultiem geluksmoment bezorgde.

De regen was een continue factor, het drooghouden van de kleding de belangrijkste zorg van de gijzelaars. De zorg om persoonlijke hygiëne, een goede slaapplaats en het eten bepaalde het dagelijks leven van de gevangenen. Dat verklaart ook waarom de spanningen tussen de gevangenen konden oplopen. Irritaties over het gedrag van anderen werden versterkt door een onderling wantrouwen dat gevoed werd door de leiding. Een kleine gunst voor een individuele gevangene, leidde gauw tot roddel en uitsluiting. Anderzijds ontstonden er diep gevoelde vriendschappen en zelfs liefdesrelaties.

Betancourt schetst een intiem en bij tijd en wijle onthutsend beeld van de onderlinge relaties. Anders dan bijvoorbeeld Clara Rojas spaart zij zichzelf daarbij niet. Zij is zich er voortdurend van bewust wat de martelende onzekerheid en de precaire levensomstandigheden met mensen doet; hoe het de menselijke geest verengt en elke gevangene terugwerpt op zichzelf. De pijnlijke paradox is dat de kampleiding daarbij soms meer zekerheid bood dan de lotgenoten. Ingrid Betancourt vertelt een verhaal van vijandschap en willekeur, maar ook van compassie en samenwerking. Hiermee tilt zij haar verhaal bewust naar een meer universele dimensie. Op een bepaalde manier waren cipiers en gevangenen gelijkelijk veroordeeld tot een opgejaagd leven. De guerrilleros die als haar cipiers fungeerden, waren zelf ook voortdurend op de vlucht. Zij sleurden de gevangenen in meedogenloze dagmarsen met zich mee, steeds verder de jungle in.

Represailles

Soms hadden de kampen een meer permanent karakter, maar zodra er gevaar van ontdekking bestond, trok men weer verder. Nieuwe kampen werden in een oogwenk opgezet door het bouwen van kleine gecamoufleerde houten hutten die ruimte gaven aan de hangmatten en de schamele bezittingen van de gevangenen.

Hoezeer de gijzelaars ook moesten leven in de isolatie van het regenwoud, ze beschikten over één levenslijn met de buitenwereld: de radio. Tijdens het grootste deel van hun gevangenschap mochten ze naar de radio luisteren. Dat gaf hen de gelegenheid de voortgang in het vredesproces te volgen en naar muziek te luisteren. Maar het belangrijkste waren de nachtelijke uizendingen waarin boodschappen van de familie van de gijzelaars werden uitgezonden. De tekenen van medeleven van hun geliefden – vaak tegen beter weten in – waren essentieel voor de gijzelaars. Ook de moeder van Ingrid Betancourt sprak haar dochter zo vaak mogelijk toe. De ontroerendste passages van het boek zijn die waarin Ingrid beschrijft hoe die uitzendingen haar tegelijkertijd immens veel geluk en pijn bezorgden.

Ingrid Betancourt probeerde drie keer te ontsnappen. De eerste keer was met Clara Rojas toen ze nog maar net gevangen genomen waren. De laatste keer lukte het haar om met haar vriend Lucho drie dagen uit handen van hun achtervolgers te blijven. Uiteindelijk werden ze toch gepakt. Elke keer leidde zo’n ontsnapping tot represailles die het hele kamp raakten. Betancourt werd er niet populairder door. De laatste ontsnapping in juli 2005 leidde tot een meedogenloos hard regime dat haar bijna de dood in joeg. Haar gezondheid ging steeds verder achteruit. Op het laatst kon ze nauwelijks meer lopen en moest ze gedurende dagmarsen gedragen worden. Onder haar medegevangenen leidde dat weer tot kritiek en afgunst.

Het was in deze periode in 2007 dat Betancourt voor het eerst haar hoop en levenskracht verloor. Verzwakt en uitgeput door de slopende ziekte en gefrustreerd door de pesterijen van haar bewakers legde zij zich langzamerhand neer bij de uitzichtloosheid van haar situatie.

Drie keer staat de FARC haar toe een levensteken te sturen. Twee keer in een videoboodschap. De laatste keer mocht zij een brief aan haar moeder schrijven, die uiteindelijk bij toeval door het leger gevonden werd. Deze brief werd in 2008 in het Nederlands gepubliceerd door uitgeverij De Geus (Boeken, 07-05-08). Het is een ontroerend epistel dat met de kennis van het hier besproken boek alleen nog maar krachtiger is. Betancourt schrijft de brief op het dieptepunt van haar gijzeling. Ze vertelt over wanhoop en uitputting, maar de toon is positief en zonder een spoor van zelfmedelijden.

Hetzelfde geldt uiteindelijk voor het boek dat nu verschenen is. Het is een uniek egodocument waarin de waanzin van het Colombiaanse conflict op pregnante wijze tot uiting komt. Natuurlijk is het achteraf geschreven, natuurlijk geeft het boek alleen haar visie weer. Maar het verschaft de lezer een aangrijpend inzicht in de realiteit van zes jaar gevangenschap. Het is een boek over eenzaamheid en vechtlust van een vrouw die in een context van isolatie en wreedheid moet overleven door voor zichzelf te kiezen – maar die tegelijk haar menselijkheid weet te bewaren.