Jong, mooi, begaafd... en overwerkt

Paul Cohen maakte Janine, over een uitzonderlijk talent en de persoonlijke prijs die moet worden betaald.

De film gaat vanavond op het Film Festival in première.

„Beste allen”, schreef violiste Janine Jansen vorige maand op haar website. „Ik moet helaas al mijn concerten voor de komende tijd afzeggen, nadat mijn dokters volledige rust hebben geadviseerd om te herstellen van uitputting door overwerktheid. Ik zie erg uit naar het moment waarop ik weer zal kunnen optreden, zodra ik ‘mijn batterijen heb opgeladen’. Warme groeten, Janine.”

De laatste jaren is het hard gegaan met Janine Jansen (32). Te hard, blijkt nu. Nadat in 2003 haar debuut-cd was verschenen, is ze uitgegroeid tot een van de grote sterren van de klassieke muziek, mede dankzij een uitgekiend marketingbeleid van platenmaatschappij Decca. Met collega’s als de Duitse Julia Fischer en de Amerikaanse Hilary Hahn is ze het gezicht van een nieuwe generatie vioolvirtuozen: vrouw, jong, mooi en hoogbegaafd, waarbij Jansen opvalt door de warmte en de spontaniteit van haar spel.

Inmiddels heet Jansen de ‘Queen of the Download’ te zijn, omdat de internetgeneratie massaal haar opnamen van onder meer het Vioolconcert van Beethoven en de Vier Jaargetijden van Vivaldi weet te vinden. Dat is niet alleen te danken aan haar muzikale talent. Jansen – en de mensen achter haar – maakt handig gebruik van de moderne communicatiemiddelen, zoals het vorig jaar verschenen Janine, ‘het glossy personality magazine door, over en rondom Janine Jansen’.

Documentairemaker Paul Cohen, die al verschillende muziekfilms maakte, volgde de violist de afgelopen drie jaar en zag hoe het langzaam misging. Zijn film Janine geeft een openhartig en onthullend beeld van een uitzonderlijk muzikaal talent, van de machinerie achter het succes, en de persoonlijke prijs die moet worden betaald voor de hoge vlucht van haar carrière. Janine doet voor klassieke muziek wat Hazes: zij gelooft in mij deed voor het levenslied.

„Soms heb ik het gevoel dat ik alleen maar geef”, verzucht Jansen aan het einde van de film. Dodelijk vermoeid na een concert rijdt ze naar haar sobere rijtjeshuis in Soest. Daarvoor heeft Cohen haar gefilmd als ze in de klinische omstandigheden van de opnamestudio worstelt met de Chaconne voor soloviool van Bach.

Maar ook: in besprekingen met de platenmaatschappij en met de makers van de glossy die haar naam draagt. En ook talloze handen schudden en altijd blijven glimlachen is onderdeel van een muziekcarrière. „Soms komt ze ’s avonds thuis met kramp in haar kaken van het glimlachen”, vertelt haar ex-vriend Julian Rachlin.

Marketingmanager Paul Popma van Universal Music, waar Decca onderdeel van is, laat zich ontvallen: „Mijn taak is om zoveel mogelijk Janine Jansens te shippen, is het niet linksom dan rechtsom.” Maar hij is ook degene die aan Jansen vraagt: „Heb je niet het gevoel dat we je te veel uitbuiten? Soms denk ik dat het wel heel veel is, wat we van je vragen.” Nee, zegt Jansen, in dit cruciale moment in de film. „Ik wil het ook allemaal graag doen.”

Paul Cohen kent Janine Jansen al veel langer. In 1995 filmde hij haar voor de eerste keer, toen hij werkte aan een film waarin haar vioolleraar Philipp Hirshhorn een belangrijke rol speelde. „Janine stelde veel vertrouwen in ons”, vertelt de regisseur. „Gelukkig vindt ze dat het een mooie film is geworden. Voor haar was het wel confronterend om de film te zien. Dat zei ze er meteen bij.”

Mocht u overal bij zijn?

„In het begin lag dat weleens moeilijk. Op zeker moment dook ze met een dirigent een kamertje in, om het Vioolconcert van Beethoven door te spreken en riep ze: ‘Nu even niet jongens.’ Ik heb haar toen gezegd dat, als ze wilde dat het een mooie film zou worden, wij de kans moesten krijgen om erbij te zijn. Dat begreep ze. Soms moet je ook een beetje door de kieren heen filmen.”

Stond voor u al meteen het conflict centraal tussen de twee werelden waarin Janine Jansen zich begeeft, van de kunst en de commercie?

„Dat diende zich aan. Voor mijn research ben ik gaan praten met haar platenmaatschappij Decca in Londen. Toen is mij duidelijk geworden hoe ongelofelijk veel werk er verzet moet worden om een klassieke artiest in deze tijd in de lucht te houden. De verkoop van klassieke cd’s is sinds de jaren tachtig dramatisch gekelderd. Janine is in Nederland een buitengewoon succesvolle klassieke artiest. Maar dat betekent dat er 30.000 tot 40.000 exemplaren van een nieuwe cd van haar worden verkocht. Vergeleken met een artiest in het populaire segment, is dat heel weinig. Om een artiest als Janine ‘verkoopbaar’ te houden, moet de platenmaatschappij bergen werk verzetten. Als de verkoopcijfers onder een bepaalde drempel zakken, ben je weg. Er is bijna geen groter contrast denkbaar tussen de hemelse muziek van Bach en Beethoven, en de wereld van de marketing en de lifestyle. Maar zo werkt het nu eenmaal.”

Veel mensen die de film zien zullen misschien denken: die arme vrouw wordt vermorzeld door de commercie en de industrie.

„Je moet wel beseffen dat er honderden, misschien wel duizenden muzikale talenten zijn zoals Janine. Er zijn heel veel musici die verschrikkelijk goed zijn, maar toch totaal onbekend blijven, omdat ze niet deze hele machinerie achter zich hebben staan. Janine is zich heel erg bewust van het belang van de machinerie die haar voortstuwt en die haar op zeker moment ook de vrijheid geeft om het Vioolconcert van Benjamin Britten op te nemen.

„Dat is een ongelofelijk goede cd geworden, haar opname is historisch ongeëvenaard. Maar Britten is geen naam waarmee je meteen heel veel cd’s verkoopt. Zo’n cd kun je alleen maken als je ‘Janine Jansen’ bent. De naam. Dat weet ze. Janine is heel erg bij de tijd, daarom is ze voor het management en de platenindustrie ook zo geschikt om mee te werken.

„Ze heeft enorm geknokt om te komen waar ze nu is. Daarin is ze, in combinatie met haar management, te ver gegaan. Ze heeft te veel van zichzelf gevraagd. De mensen om haar heen hebben te lang gedacht: als je zelf zo graag wilt, vooruit dan maar met die handel. Want dat is het natuurlijk wel: handel.”

Hoe voorkomt u dat u als filmmaker zelf onderdeel wordt van het hele circus om Jansen heen?

„Tot op zekere hoogte waren we natuurlijk gewoon de zoveelste cameraploeg. Er was even sprake van dat de film ook in het magazine zou komen: ‘Filmteam volgt Janine Jansen voor bioscoopfilm’. Als dat was gebeurd, had ik dat zeker in de film opgenomen. Niet uit ijdelheid, maar om te laten zien hoe de slang in zijn eigen staart bijt.”

Toch komt de film niet voyeuristisch over.

„We zijn dat natuurlijk wel. Maar je moet ervoor waken om te dichtbij te komen met de camera. Een bepaalde afstand kan, paradoxaal genoeg, intimiteit creëren. In gesprekken probeer ik dan vervolgens juist wel zo dichtbij mogelijk te komen.”

Heel mooi is de openingsscène van de film, waarin Janine Jansen alleen maar luistert naar het orkest, nog voordat ze zelf gaat spelen in het Vioolconcert van Beethoven.

„Haar gezicht is voor een filmmaker een feest, omdat ze zo expressief is. Er zijn ook musici, en dat zijn soms heel grote, die veel introverter zijn. Bij haar zie je hoe ze leeft in de muziek. Je ziet hoe de muziek bij haar binnenkomt.”

Wanneer kwam u erachter, dat u een film aan het maken was die in mineur eindigt, die eigenlijk een steeds groter probleem laat zien?

„Eigenlijk pas in de montage. Toen ik het eind-shot draaide, waarin ze alleen thuiskomt in de nacht, herkende ik dat meteen als een sterk beeld. Maar ik vond niet dat de film zo moest eindigen. Ik dacht: dat is een fase en dan gaat de film nog even omhoog, naar iets vrolijkers. Zo kun je mensen niet de bioscoop uitsturen. Maar dat omhoog kwam niet meer. Dat was er gewoon niet.”

Hoe gaat het nu verder met haar?

„Ze heeft volgens mij het grootste gelijk van de wereld dat ze alles heeft afgezegd. Ik hoop dat ze helemaal de rust en de balans terugvindt die ze is kwijtgeraakt. Ik ben ervan overtuigd dat haar dat ook gaat lukken, want ze is een heel krachtig mens.”

Janine gaat vanavond in première op het Nederlands Filmfestival in Utrecht en draait vanaf 7 oktober in de bioscoop.