Japan zwicht voor China in 'zeeslag'

Een aanvaring op zee is aanleiding voor een grote rel tussen China en Japan. De twee landen laten hun spierballen rollen. China lijkt op winst te staan.

Onder zware druk van China heeft Japan vandaag een ruim twee weken geleden gearresteerde Chinese visserskapitein vrijgelaten. Daarmee is een kort maar onverwacht fel diplomatiek conflict in Chinees voordeel beslecht.

Het Chinese machtsspel ging gepaard met het arresteren van vier Japanners op verdenking van spionage en het afzeggen van ministerieel overleg en van Japanse schoolreisjes naar de Wereldexpo.

In amper twee weken groeide een incidentele botsing tussen een Chinese trawler en twee Japanse patrouilleschepen bij de Diaoyu/Senkaku-eilanden uit tot de ernstigste diplomatieke confrontatie sinds jaren. Historische spanningen en animositeit die begraven leken, kwamen weer aan de oppervlakte.

China heeft, vooral vanuit westers perspectief bezien, onverwacht heftig gereageerd op de aanhouding van de vijftienkoppige bemanning en de aanvankelijke verlenging van de detentie van kapitein Zhan Qixiong. De vraag is, ook na de vrijlating van de kapitein, waarom China zo nijdig is geworden op Japan, waarmee toch zeer intensieve en profijtelijke economische banden worden onderhouden.

Media, historici en maritieme juristen in beide landen, die in het geheel niet verrast zijn door de plotselinge verslechtering in de Chinees-Japanse relaties, voeren drie categorieën argumenten aan om de verbeten Chinese reactie te verklaren. In de eerste reeks argumenten spelen de twee Sino-Japanse oorlogen – 1894-1895 en 1931-1945 – een grote rol. Japan wordt nog altijd verantwoordelijk gehouden voor „de eeuw van vernedering”. Verliezen van en bezet worden door een in Chinese ogen minderwaardige, kleinere natie wordt nog steeds als een grotere belediging gezien dan geknecht te worden door „westerse barbaren.” Dat Japan pas laat en nooit volmondig excuses aanbood voor de oorlogsmisdaden is voor oudere Chinezen moeilijk te begrijpen.

Het paradoxale is dat de groei van China naar supermachtstatus en tweede economie van de wereld nooit had kunnen plaatsvinden als de Chinese leider Deng Xiaoping niet na de dood van Mao Zedong in 1976 de deuren naar de wereld en ook Japan had opengegooid.

Vervolg Waarom China en Japan slaags raakten pagina 5

Ruzie over ‘zee van vrede’ nooit opgelost

Pragmatische economische samenwerking, het navolgen van muziek- en modetrends uit Tokio, de voorkeur van Chinezen voor Japanse boven Chinese auto’s zijn verschijnselen die nooit gepaard zijn gegaan met een historische verzoening.

De tweede reeks van argumenten die wordt aangevoerd om de Chinese boosheid over het incident met de visserstrawler te verklaren, heeft betrekking op de Diaoyu/Senkaku-eilanden zelf en op de Chinese interpretatie van soevereiniteit. Op basis van eeuwenoude kaarten en geschriften claimt China al veertig jaar de Diaoyu/Senkaku-eilanden, maar ook de Spratley- en Paracel-eilanden in de Zuid-Chinese Zee als Chinees territorium.

Juridische innovaties zoals zeerecht, maritieme soevereiniteit en uit 1972 daterende afspraken over de controle over de eilanden doen, zo betogen Chinese historici, geen recht aan historische aanspraken die dateren uit het tijdperk van de Tang en de Song-keizers. Of anders gezegd, het feit dat de verschillende eilandengroepen eeuwen geleden de oostelijke grenzen van het invloedsgebied van de keizers vormden, weegt in Peking zwaarder. „Wat heeft het voor zin om van China een wereldmacht te maken als we toegevingen moeten doen aan Japan”, zegt de Chinese topwetenschapper Shi Yinhong in When China Rules The World van Martin Jacques.

Pas twee jaar geleden, tijdens het bezoek van president Hu Jintao aan Tokio, was China bereid met Japan een verdrag te sluiten over de ontginning van de gasvoorraden bij de Diaoyu/Senkaku-eilanden. Hu zei toen dat door het verdrag de Oost-Chinese Zee een „zee van vrede en vriendschap” zou worden.

Chinese en Japanse energiemaatschappijen zijn inmiddels begonnen aan de ontginning van de gasvelden, maar disputen over de precieze loop van de zeegrenzen in de Oost-Chinese Zee en daarmee de exclusieve toegang tot de gasvoorraden zijn nooit opgelost. En die voorraden worden voor energieslurpend China steeds belangrijker. Energiezekerheid is een van de motoren van het Chinese buitenlandse beleid.

En dat brengt Aziatische analisten tot de derde categorie argumenten. Die heeft betrekking op de Chinese assertiviteit die na de mondiale economische crisis van 2008/2009 alleen maar is gegroeid. Het nieuwe Chinese zelfbewustzijn manifesteert zich in de fora van de internationale economie en diplomatie, maar ook op vlakbij gelegen zeeën, waar zich grote gas- en olievoorraden bevinden.

Op alles wat ervaren wordt als een hindernis of tegenwerking wordt in Peking zo aangebrand gereageerd dat bij buurlanden de twijfels over het vreedzame karakter van China’s opmars groeien. Niet ten onrechte ziet China de maandenlange marineoefeningen van de VS samen met de Zuid-Korea, Japan, de Filippijnen en Vietnam als een teken dat er geopolitiek tegenwicht geboden wordt aan de Chinese expansie.

President Obama, die vandaag luncht met de leiders van de Zuidoost-Aziatische landen, en minister van Buitenlandse Zaken Clinton kiezen zichtbaar en robuuster dan voorheen de zijde van de Aziatische geallieerden in de territoriale geschillen met China. De VS is niet van plan de leidersrol in het Verre Oosten af te staan of te willen delen met China.

Zo bezien was de Chinese visserskapitein Zhan een loper in een langdurig geopolitiek schaakspel met de reikwijdte van China’s macht als inzet.