Indonesië-Nederland

Minister Van der Hoeven (Economische Zaken, CDA) is dit jaar nog in Indonesië geweest om de economische relatie van Nederland met dat land „te versterken en te bevestigen”. Blijkens gegevens van haar ministerie bedroeg de waarde van de handel tussen Indonesië, het grootste moslimland ter wereld, en Nederland vorig jaar circa 2,7 miljard euro. Ongeveer honderd Nederlandse bedrijven hebben een vaste vestiging in Indonesië. Bijna 3.000 Nederlandse ondernemingen doen er zaken.

Behalve de algemene wenselijkheid van een goede relatie tussen twee landen is er hier ook sprake van een specifiek economisch belang, dat ook tot uitdrukking wordt gebracht in het bestaan van de Gemengde Economische Commissie Indonesië-Nederland. Niet in de laatste plaats dankzij een bezoek in 2005 van toenmalig minister Bot (Buitenlandse Zaken, CDA) is de lange tijd verkilde relatie tussen Nederland en Indonesië, tussen voormalige kolonisator en voormalige kolonie, aanzienlijk verbeterd.

Die goede verstandhouding liep deze week schade op door de woorden van de Indonesische ambassadeur in Nederland, Habibie. Aan de vooravond van een staatsbezoek van president Yudhoyono aan Nederland (van 6 tot en met 9 oktober) merkte de ambassadeur over de kiezers van de PVV op: „Misschien hebben ze last van een angstpsychose.” Onder meer dat citaat leidde direct tot vragen van de Tweede Kamerleden Wilders en Kortenoeven van die partij aan minister Verhagen (Buitenlandse Zaken, CDA). Die stuurde een hoge ambtenaar naar de ambassadeur, waarop Habibie zijn uitlating over de PVV-kiezers introk.

Wat niet wegneemt dat ze nog steeds zwart op roze staan – ze waren te lezen in Het Financieele Dagblad – en dat de ambassadeur zijn uitlatingen over PVV-leider Wilders niét introk. Hij omschreef diens gedrag als „schreeuwen” en „blaffen” en betichtte hem van „haatzaaierij”. Wilders en zijn collega noemden dat op hun beurt „beledigende uitlatingen”. Maar, zo had Habibi al gezegd: „Als je iemand beledigt, vraag je om een reactie.” Daar heeft de ambassadeur een punt. Verder zijn dergelijke woorden en weerwoorden echter niet erg vruchtbaar.

Reacties vanuit het Indonesische ministerie van Buitenlandse Zaken in Jakarta duiden erop dat de ambassadeur wellicht eerder zijn persoonlijke standpunt heeft verwoord dan dat van zijn land.

Dat neemt niet weg dat er een signaalwerking vanuit gaat. Dat Wilders straks niet wordt opgenomen in een eventuele regering van VVD en CDA, scheelt, maar in zijn gedoogrol is hij met zijn partij voor zo’n kabinet van aanmerkelijke betekenis. De vraag is of in het buitenland blijvend het genuanceerde onderscheid tussen regeren en gedogen zal worden waargenomen. Het is dus gewenst dat de onderhandelaars van VVD en CDA – onder wie minister Verhagen – ervoor zorgen dat de invloed van de PVV op het buitenlandse beleid van Nederland minimaal blijft. In het belang van Nederland.