Ik ben er weer

Drie jaar fysiotherapie en geheugenspelletjes brachten Edwyn Collins na een hersenbloeding waar hij nu is: klaar om zijn nieuwe muziek aan de wereld te openbaren. Hij staat weer op het podium.

Zingen gaat hem makkelijker af dan praten. Sinds Edwyn Collins in februari 2005 werd getroffen door een dubbele hersenbloeding heeft hij alles opnieuw moeten leren. Gitaarspelen lukt nog steeds niet, want met zijn rechterhand kan hij geen plectrum vasthouden. Maar de linker doet weer bijna alles. Muzikale ideeën werkt hij uit op een keyboard. Nieuwe liedjes komen net zo makkelijk bij hem op als zestien jaar geleden, toen hij zijn grootste hit A girl like you schreef. Met zijn linkerhand heeft hij zichzelf tekenen geleerd. De vogels op de hoes van zijn nieuwe album Losing Sleep, overgetekend uit een vogelboek, zijn van hemzelf. Edwyn is trots. Hij is er weer.

Levenslust was altijd zijn kracht. Begin jaren tachtig was Edwyn Collins het stralende middelpunt van ‘The Sound of Young Scotland’, een muziekbeweging die zich centreerde rond het onafhankelijke platenlabel Postcard in Glasgow. Met zijn groep Orange Juice maakte hij springerige liedjes als Falling and laughing en Simply thrilled honey, losjes geënt op de heldere gitaararpeggio’s van The Byrds en de funkritmes van James Brown. Het cynisme en het duistere toekomstbeeld van de punk werden in Glasgow ingewisseld voor optimisme en vrolijke melodieën. Naast Orange Juice waren er de groepen Aztec Camera en Josef K, die er een vergelijkbare open blik op na hielden. Ze maakten frisse muziek voor een publiek dat voorbij de sombere Britse horizon wilde kijken.

Postcard hield in 1982 op te bestaan. Orange Juice ging nog een paar jaar door, in wisselende bezettingen. Ik ontmoette Edwyn Collins in Londen voor een interview ter gelegenheid van het album The Orange Juice (1984) dat hun laatste zou blijken te zijn. De groep bestond in feite alleen nog uit Edwyn Collins en drummer Zeke Manyika, terwijl verschillende producers krampachtig poogden om ze in een te nauw commercieel jasje te steken. Wat me het meest is bijgebleven van die ontmoeting, is Collins’ aanstekelijke lach. Met een raspend „HGGGGRRRGGGH” liet hij blijken dat niets hem uit zijn humeur kon brengen.

De lach is er nog steeds, hoewel de 51-jarige Edwyn Collin een aura van kwetsbaarheid heeft gekregen. Dit keer is hij zelf naar Amsterdam gekomen, om zijn comeback wereldkundig te maken. Vragen beantwoordt hij met een gezongen tekstregel; partner en manager Grace Maxwell maakt zijn zinnen af als hij de woorden niet kan vinden. Drie jaar van intensieve fysiotherapie, yoga, geheugenspelletjes en hernieuwde muzieklessen brachten Collins op het punt waar hij nu is: klaar om zijn nieuwe muziek aan de wereld te openbaren. Hij zingt een paar regels uit Searching for the truth, het lied waarmee het allemaal weer begon. Midden in de nacht werd hij wakker met de melodie in zijn hoofd. Hij schudde Grace wakker om de recorder aan te zetten en de tekst op te schrijven. „I will always be lucky in my life…,” klinkt het eerst onvast, dan resoluut: „…and I will find a way to get there, get there.” Zijn stem is nog even diep, donker en licht vibrerend in het lage register als ooit tevoren. Een Schotse Elvis, op zoek naar de perfecte popsong.

Na Orange Juice nam hij het heft in eigen hand en kwam er een vijftal soloplaten, culminerend in de wereldhit A girl like you uit 1994. Collins maakte nooit onderscheid tussen de alternatieve popcultuur die hem had voortgebracht en de hitparademuziek die hem bij het grote publiek bekend maakte. Een goed lied was een goed lied. Voor het album A Song for Eurotrash (1998) maakte hij een hilarische cover van Ding a dong, het triviale deuntje waarmee de Nederlandse groep Teach Inn het Songfestival van 1975 won. Edwyn lacht breeduit terwijl hij zijn favoriete tekstregels door de hotelsuite laat galmen: ‘Ding a dong every hour, when you pick the flower, even when your lover is gone gone gone…’ Ondanks die onzinwoorden blijft het een prachtig liedje, vindt hij oprecht.

Van een heel andere orde is de muziek van Losing Sleep, het album waarmee Edwyn Collins triomfantelijk terugkeert als een van de grootste liedjesschrijvers van zijn generatie. ‘What is my role’ vraagt hij zich af in het gelijknamige nummer, waarin hij zichzelf toezingt dat hij niet in somberheid mag vervallen. Come tomorrow, come today is een dapper lied waarin hij zijn demonen te lijf gaat met de woorden ‘It’s good to be here, the best of my years.’

De stevige rocksong Bored met gitaarspel van Johnny Marr uit The Smiths werd ingegeven door zijn twijfels en depressies van de afgelopen jaren: ‘I’m not sure where my heart is / I’m halfway down to the void.’ Popmuziek met diepgang wil hij maken, maar ook met melodieën die vrolijk stemmen en tot meezingen noden. Vele nachten lag hij wakker, geplaagd door de ideeën en flarden van songs die om zijn aandacht vochten. En nu is er Losing Sleep, het album dat hem in staat stelt om voorlopig weer eens rustig te slapen.

De rechterkant van zijn lichaam wil niet meer wat het vroeger kon. Toch staat Edwyn Collins weer regelmatig op het podium. Spijtig vertelt hij dat gitaarspelen op zijn geliefde Fender Telecaster er niet meer in zit. Op de piano doet zijn linkerhand het heel aardig en met zijn stem kan hij bijna alles weer. Samen met Grace („mijn reddende engel”) maakt hij lange wandelingen, onlangs nog in het uiterste noorden van Schotland waar hij zich, blootgesteld aan de elementen, geconfronteerd voelde met zijn nietigheid. Reden te meer om de schoonheid van het leven te bezingen, vindt hij, nu elke dag een geschenk uit de hemel is. Manmoedig neemt hij de pen ter hand, om langzaam en zorgvuldig zijn naam op mijn meegebrachte plaathoezen te kalligraferen. Goede therapie, zegt Grace, nu Edwyn weer vaker voor de opgave zal staan om handtekeningen aan fans uit te delen. Ik heb er vijf meegenomen. Hij signeert ze allemaal.

‘Losing Sleep’ is uitgebracht door Heavenly/V2 Records.