'Iedereen tuint er weer in'

De beste van de klas blijft dat niet al te lang. Dat geldt in ieder geval in de wereld van beleggingsfondsen. De belegger moet kijken naar andere criteria, betoogt professor Jenke te Horst.

Beleggers laten zich te vaak leiden door het verleden. Bij de keuze voor een beleggingsfonds gaat de belegger, zowel particulier als professioneel, vaak af op de lijstjes van best presterende fondsen. Maar de lijstjes gaan over het resultaat over de afgelopen periode en die biedt écht geen garantie voor de toekomst. De belegger heeft er meer baat bij als hij let op zaken zoals de omvang van een fonds en de beheerskosten. Dit zou hoogleraar financiering Jenke ter Horst vanmiddag betogen in zijn oratie „Slim beleggen en de waarde van rangordes” aan de Universiteit van van Tilburg. „Slim beleggen is moeilijk, maar het kan wel.”

Het lijkt slim om als belegger te kiezen voor het best presterende fonds.

„Maar dat is het niet. Het helpt om het enorme universum van beleggingsfondsen in te perken. De prestatierangorde heeft geen financiële waarde. De toppers van het ene jaar blijken meestal weer terug te vallen naar de middenmoot. De fondsen die onderaan staan blijven daar wel vaak hangen.”

Waar moet de belegger dan op letten? Er zijn in Nederland alleen al 500 beleggingsfondsen.

„En in de Verenigde Staten zelfs meer dan 7.500. Maar met zijn allen in een kudde achter de best presterende fondsen aanrennen, werkt niet. Beter kan je kijken naar de omvang van het beheerde vermogen. Hoe groter het fonds hoe minder meestal de prestaties. Vaak zijn het fondsen die in een niche actief zijn. Verder zijn de beheerskosten belangrijk en de familieomvang: is er een groot scala aan verschillende fondsen bij de aanbieder.”

Hoe belangrijk is het voor een fonds om in de top te staan?

„Heel belangrijk. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat de best presterende 20 procent van de fondsen de grootste groei zagen in het beheerd vermogen. Overigens blijkt dat fondsen minder gaan presteren als ze te groot worden, ergens ligt het omslagpunt. Waar dat punt ligt, verschilt per sector. Opvallend was dat beleggers in duurzame beleggingsfondsen minder gevoelig bleken voor historische rendementen.

Die beleggers in duurzame fondsen bleken ook al minder snel geld terug te trekken als een fonds minder presteert.

„Fondsen die mede gebaseerd zijn op duurzaamheid, en die bijvoorbeeld niet beleggen in bedrijven die wapens of sigaretten maken, presteren niet beter dan de ‘gewone’ beleggingsfondsen. Maar de belegger die hiervoor kiest kijkt vaak verder dan alleen het rendement, die vindt het niet erg als hij even minder resultaten ziet. Er spelen ook ethische motieven mee.

Verschillen de tips voor de duurzame belegger?

„Uit ons onderzoek blijkt dat het helpt als het fonds een activistische strategie volgt bij aandeelhoudersvergaderingen. Verder maakt het uit als het selectiebeleid voor het beleggingsfonds gebaseerd is op onderzoek dat binnen de instelling gedaan is.

Denkt u dat de belegger oor heeft voor uw onderzoek? De verleiding om met de best presterende in zee te gaan is verleidelijk.

„Beleggers, particulier en professioneel, tuinen er vaak toch weer in zo lijkt het. Men gaat mee met de winnaars en is bang de boot te missen. Je mag wel verwachten dat mensen nadenken en hun gezond verstand gebruiken. Wellicht is het een goed idee om nog meer voorlichting te geven door de overheid en de toezichthouder AFM.”