Het wonderlijk snelle herstel van Duitsland

Duitsland zette de zwaarste recessie sinds de Tweede Wereldoorlog binnen enkele maanden om in een ongekend krachtige groei. „Iedereen zegt dat het geen crisis meer is.”

NDW luidt de trotse afkorting die in Duitsland sinds kort de ronde doet: het Nieuwe Duitse Wirtschaftswunder. Het is het wonder van een economie die tegen de klippen op groeit. Die Europese en westerse landen de weg kan wijzen uit de diepingrijpende krediet- en eurocrisis, de twee grootste economische gebeurtenissen van deze tijd. NDW staat voor een onverwacht snel aantrekkende groei, voor een relatief gering begrotingstekort en een lage werkloosheid.

Niet iedere Duitser is zich bewust is van zijn bevoorrechte positie. Het hangt er vanaf waar je bent en met wie je spreekt. Op de Marienplatz in hartje München is de crisis nadrukkelijk iets van gisteren. Marianne Angermaier heeft bij het warenhuis Oberpollinger inkopen gedaan en is niet zuinig geweest.

„Als we hier het Oktoberfeest vieren, is iedereen gul. Maar vorig jaar was het allemaal veel minder. Ook wij waren voorzichtig met onze uitgaven. M’n man kreeg met zijn bedrijf minder opdrachten binnen en ik werd gedwongen korter te werken. Die soberheid is verdwenen. Sinds begin dit jaar gaat het goed en mag het geld weer rollen”, vertelt Angermaier.

In Berlijn daarentegen is de opleving nog niet bij iedereen aangekomen. De werkloze administrateur Dieter Ott, die jarenlang de boekhouding deed van culturele instellingen, raakte in maart 2009 z’n baan kwijt en moet sindsdien naar eigen zeggen rondkomen van „Hartz IV en dat is geen vetpot”.

Hartz IV is de Duitse werkloosheidsuitkering, genoemd naar Peter Hartz, de manager die tien jaar geleden in opdracht van toenmalig bondskanselier Gerhard Schröder het Duitse uitkeringsstelsel saneerde.

Dieter Ott, voor in de vijftig, heeft nu gesolliciteerd bij een Mercedesdealer. „Dat is niet mijn ding, maar ik wil aan de slag. Iedereen zegt dat het geen crisis meer is. Dan wil je liever niet als loser achterblijven.” Zijn kansen om weer aan het werk te komen acht hij groter dan een jaar geleden. „Er is weer behoefte aan vakkrachten.”

Beieren en Berlijn zijn altijd elkaars tegenpolen geweest. De beleving van het Nieuwe Duitse Wirtschaftswunder vormt daarop geen uitzondering. Hoe dan ook, vast staat dat de Duitse conjunctuur een paar prima kwartalen achter de rug heeft.

Het landelijk bureau voor statistiek in Wiesbaden bevestigde onlangs een trend die steeds zichtbaarder werd. In het tweede kwartaal van dit jaar groeide het bruto binnenlands product met 2,2 procent. De verwachtingen voor het derde kwartaal zijn nu nog goed, al is voorzichtigheid troef.

Het opmerkelijke is dat de groei werd bereikt vanuit een absoluut dieptepunt. De zwaarste recessie van na de Tweede Wereldoorlog, met een economische krimp van 4,7 procent, werd binnen enkele maanden omgekeerd. „De Duitse economie groeit pijlsnel”, concludeerden de Wiesbadense statistici over het tweede kwartaal.

De groei wordt aangestuurd door de export. Duitsland is na China wereldkampioen export. Na een dramatische dip die anderhalf jaar duurde, lijkt de scherp aantrekkende uitvoer de rest van ’s lands economie op sleeptouw te nemen.

Wie in de havens van Hamburg en Bremen gaat kijken, ziet een en al bedrijvigheid. De dynamiek is terug. Er zijn geen containerschepen meer opgelegd; tot een jaar geleden het zichtbaarste teken van een stagnerende conjunctuur.

De crisis was hevig, maar de wereldwijde vraag naar goederen Made in Germany begon vorig najaar aan te trekken. Vooral landen als China, India, Indonesië en Rusland wilden snel weer zaken doen met Duitsland, dat in de wereld gewild is om z’n auto’s en industriële kwaliteitsproducten.

De uitbundige groei van de export heeft het vertrouwen onder consumenten en investeerders, die vorig jaar nog een dieptepunt bereikte, teruggebracht. De vakbonden zijn assertiever dan vorig jaar. Ze willen delen in de hervonden welvaart en eisen forse loonsverhogingen.

Er heerst weer koopstemming in Duitsland, dat de afgelopen maanden beduidend meer goederen voor de binnenlandse consumptie is gaan invoeren. „Het gaat niet alleen beter met de Duitse export. Ook de import stijgt”, zei minister van Financiën Wolfgang Schäuble kortgeleden tegen buitenlandse correspondenten.

Zijn boodschap werd toen geïnterpreteerd als een geruststellend signaal aan sommige lidstaten van de Europese Unie, die kort daarvoor – met Frankrijk voorop – de stijgende Duitse export hadden bekritiseerd. Maar Schäuble heeft inmiddels gelijk gekregen van de statistici in Wiesbaden.

Bij de buurlanden is de kritiek op Duitsland nog niet verstomd, maar wel minder geworden. Olli Rehn, Europees commissaris van Economische Zaken, zei dat de Europese economie weer vaste grond onder de voeten heeft. „Voor Europa is het goed dat Duitsland de economische ontwikkeling op gang heeft gebracht.”

De grootste zorg van de eurocommissaris is het verschil in groei tussen de lidstaten. Als de prognoses uitkomen, groeit de Duitse economie dit jaar met maximaal 3,5 procent. De verwachting voor alle 27 EU-landen tezamen ligt op de helft: 1,8 procent. Frankrijk mag blij zijn met 1,6 procent groei, in Spanje zal het bruto binnenlands product misschien nog afnemen.

Zulke verschillen leveren niet spanningen op in de eurozone, ze zetten ook kwaad bloed. Maar bondskanselier Angela Merkel geeft geen krimp. Ze wijst de kritiek op de Duitse export van de hand. De kracht van Duitsland, zei ze onlangs in de Bondsdag, „mag niet worden verward met de zwakte van anderen”.

Of Europa blijvend zal profiteren van de Duitse groei, hangt af van de duurzaamheid van de Duitse opleving. De liberale minister van Economische Zaken, Rainer Brüderle, is in jubelstemming. „Over de hele linie zien we herstel. Zowel de industrie als de dienstensector profiteren.”

Economen uiten zich terughoudender. De Amerikaanse economie, de belangrijkste ter wereld, hapert en het is de vraag of Duitsland zich daarvan zomaar kan loskoppelen, is een veelgehoorde opmerking. Dat is er mede de reden van dat Klaus Zimmermann, voorzitter van het Deutsche Institut für Wirtschaftsforschung (DIW) – een van de grote economische instellingen in de Bondsrepubliek – rekening houdt met een afzwakking van de Duitse groei in de tweede helft van dit jaar.

Zimmermann staat niet alleen. Er zijn meer sceptici, voor wie de groei van dit moment te snel gaat en te onverwacht is gekomen. De Duitsers hebben wat dat betreft een reputatie hoog te houden van terughoudendheid en zelf opgelegd pessimisme.

Met die sombere mentaliteit maakt Christoph Bruns, manager van het aandelenfonds Loys Global, korte metten. In het financiële medium Börse Online merkt hij op dat Duitsland met glans als winnaar uit de kredietcrisis is gekomen. Anders dan de Verenigde Staten, met een malaise op de woningmarkt en hoge hypotheekschulden onder huiseigenaren, is de Bondsrepubliek verschoond gebleven van zulke „structurele problemen”.

De media en veel economische experts zaten er volgens Bruns met hun pessimistische prognoses voor een langdurige recessie in Duitsland helemaal naast. „Ze hebben zichzelf voor schut gezet”, meent Bruns, die er lapidair aan toevoegt dat deze opgefokte hysterie niets met de werkelijkheid te maken had.

Blijft de vraag of de afwezigheid van ‘Amerikaanse’ problemen op de woningmarkt en met de hypotheken de enige oorzaak is van het Nieuwe Duitse Wirtschaftswunder. Waarschijnlijk niet.

De regering-Merkel heeft in 2008 en 2009 succesvol de neergaande conjunctuur bestreden met een kolossaal en uiterst kostbaar pakket maatregelen, uiteenlopend van een slooppremie voor gebruikte auto’s tot verplicht korter werken in de industrie.

Het gevolg daarvan is geweest dat de recessie door de Duitsers als minder ernstig werd ervaren dan ze in werkelijkheid was. Door de tijdelijk verplichte arbeidstijdverkorting nam de werkloosheid niet toe. En wie in die crisismaanden een nieuwe auto kocht, kreeg voor z’n oude wagen twee mille premie van de staat. Dat leidde ertoe dat de dip in de belangrijke Duitse auto-industrie meeviel, of, zoals bij Volkswagen, helemaal uitbleef.

Merkel claimt nu het economische succes. „We hebben de juiste politiek gevoerd”, zegt ze. Dat het land de recessie goed bewapend inging, is echter de verdienste van haar voorganger Gerhard Schröder. Zijn tot op heden omstreden gebleven sanering van de verzorgingsstaat, ruim tien jaar geleden, heeft de Duitse economie flexibel en weerbaar gemaakt.