Harry en Huibert zijn zuur

Jaap Robben en Benjamin Leroy: De Zuurtjes. De Geus, 160 blz. € 14,90, 7+.

Een verhaal over twee zure, zeikerige en gierige broers en dat dan bijna 160 bladzijden lang leuk houden is een ambitie van formaat, want een bestaan van Niks, Nooit en Niet is niet vanzelf spannend. Jaap Robben en Benjamin Leroy hebben zich eraan gewaagd en met de Zuurtjes een boek afgeleverd dat grotendeels leest als een trein. Met een merkwaardige, groeiende trek in grote gele zuurballen wil je naar het eind, dat goed of slecht mag heten afhankelijk van het perspectief dat je kiest.

Harry en Huibert Zuur zijn de hoofdpersonen in de Zuurtjes, lelijke broers die zuur kijken, maar ook zuur zijn, doen en eten. In tekst en beeld schetsen Robben en Leroy pagina na pagina hun verbijsterend schrale wereld. De kamers van hun huis worden steeds krapper, schrijft Robben, doordat de twee ‘zo zuur zijn dat zelfs hun bloemetjesbehang ervan verwelkt’. Ze drinken augurkensap en witlofthee, eten zure haring. Ze stofzuigen de stoep (‘stoepzuigen‘) en knippen met hun kunstgebitten een grasstrookje in de tuin.

Hun schuur is tot de nok toe gevuld met lek geprikte voetballen van jochies uit de buurt. Eén keer per jaar gaan ze één dag naar de meest trieste camping op aarde en klokslag kwart voor vijf doen ze dagelijks hun beklag over iets onbenulligs bij de gemeentelijke klachtenlijn. ‘Zo hobbelt het leven van de Zuurtjes voort als een fiets met vierkante wielen’, schrijft Robben.

Leroy tekent Harry en Huibert in zwart-wit, maar citroengeel zijn de achtergronden van hun grauwige wereld. Zelfs als zij in contact komen met de kleurige buitenwereld – prachtige collages en tekeningen in aquarel, inkt en potlood – blijven hun hoofden zwart-wit. Pas als Gerrie de Bok van de gemeentelijke klachtenlijn in hun leven komt, dringt kleur hun huis binnen. Met haar komst begint ook de ontrafeling van het drama van Harry en Huibert, want niemand wordt zo zuur geboren.

In een fotoalbum in sepiakleuren zien we de dolongelukkige jeugd van verwaarlozing en honger die hun moeder hun gaf, een vrouw wier geest steeds mysterieus boven het verhaal hangt. Leroy verbeeldt een pagina’s lange nachtmerrie waarin de broers worden achtergevolgd door een op hun moeder lijkend monster. En dan zijn beiden gewoon hele bange mannetjes. Robben en Leroy houden in het midden of de moeder van Harry en Huibert nog leeft of dat ze maar doen alsof ze boven ziek in bed ligt.

Toch overheerst de lichtheid in dit boek. Niet elke grap is even leuk, de kunstgebitten van de broers worden net iets te veel als lachwapen ingezet en het verhaal dreigt af en toe uit te waaieren, maar de Zuurtjes is bovenal komisch en knap gelaagd. Harry en Huibert zijn sneu en aandoenlijk als zij hun zure bestaan blijven voortzetten, maar toch met iets van gezelligheid, althans hun idee daarvan. Dat het niet ‘goed’ met hen komt, houdt je tot de laatste zin bezig.