Grootvader Wen geeft les in Chinese economie

De VS willen dat China zijn munt opwaardeert, en dreigen met sancties. Maar de Chinese premier Wen Jiaboa, op staatsbezoek, laat zich niet gek maken.

Met een spoedcursus Chinese economie probeert de Chinese premier Wen Jiabao de Amerikanen ervan te overtuigen dat de Chinese munt, de yuan, niet de oorzaak is van de stijgende werkloosheid in de VS.

Grootvader Wen, zoals hij in China wordt genoemd, maakte in zijn ontmoetingen gisteren in New York met het Amerikaanse bedrijfsleven en president Obama ook duidelijk dat China niet gevoelig is voor Amerikaanse dreigementen met handelssancties als zijn land de munt niet snel, en met minimaal 20 procent, revalueert ten opzichte van de dollar. De koers van de yuan is door de Chinese monetaire autoriteiten al geruime tijd vastgezet op de koers: 1 dollar = 6.80 yuan. Volgens Amerikaanse economen en politici is het kunstmatig manipuleren van de koers een vorm van oneerlijke exportsteun. Het Congres bezint zich op strafmaatregelen.

Beminnelijk en charmant lachend hanteerde Wen twee argumenten waarom China vasthoudt aan een zeer geleidelijke, trage opwaardering van de wisselkoers. Als hij Amerikaanse Congresleden hun zin zou geven zou de Chinese exportsector een keiharde klap krijgen. Vele exportbedrijven die met flinterdunne marges werken voor internationale bedrijven zouden failliet gaan, miljoenen arbeidsmigranten zouden werkloos raken. Dat kan toch ook niemand in de VS willen, hoopte Wen.

Zijn tweede argument is dat een snelle revaluatie geen gevolgen zal hebben voor het Amerikaanse handelstekort met China. Verwacht wordt dat dit tekort dit jaar zal oplopen tot 227 miljard dollar. In de eerst helft van dit jaar was het tekort al 119 miljard dollar.

Volgens Wen vergissen president Obama, minister van Financiën Geithner, Congresleden en de vakbewegingen zich als zij denken dat als China de wisselkoers helemaal vrij laat Amerikanen weer op grote schaal arbeidsintensieve, laagwaardige producten gaan maken. „De tijd dat dergelijke producten in de VS werden gemaakt en niet in China is allang voorbij en komt niet meer terug”, doceerde Wen.

„Als de VS deze producten niet uit China zou importeren, dan zouden ze wel uit een ander lage-lonenland worden geïmporteerd”, redeneerde Wen. Hij had er aan toe kunnen voegen dat het juist Amerikaanse bedrijven, die weer recordwinsten maken, en de consumenten zijn die profiteren van de stabiele yuan en de lage lonen in China. Hij had als voorbeeld de productie van de iPad kunnen nemen, of van talloze andere producten.

De iPad is weliswaar ontworpen en ontwikkeld in de VS, maar wordt gemonteerd in een zwaar bewaakte fabriek bij het Chinese Shenzhen, met onderdelen uit Israël, Zuid-Korea, Japan en Taiwan. In deze fabrieken van het Taiwanese Hon Hai Precision werken 920.000 Chinese arbeiders, die ook pc’s van HP, Dell, Acer en Asus maken met onderdelen die uit alle delen van de wereld naar China worden verscheept.

„De hoge werkloosheid in de VS kan dus niet in de schoenen van China geschoven worden”, aldus Wen. Hij voegde er aan toe dat de overigens stijgende exporten van de VS naar China (80 miljard in de eerste helft van 2010, een stijging van 14 procent) nieuwe banen creëren in de VS. Als Washington niet zoveel restricties zou plaatsen op de exporten naar China dan zou de werkloosheid in de VS beduidend lager zijn, zette Wen zijn les voort.

Hij gaf als voorbeeld Duitsland waar dankzij de exporten naar Azië, en vooral China, de economie weer groeit. Hetzelfde geldt voor Nederland. Waarom de VS onvoldoende in staat is hoogwaardige banen te creëren of te behouden, is niet China’s probleem, impliceerde de premier.

Of Wen’s lessen in Chinese economie aan de vooravond van tussentijdse Congresverkiezingen effect sorteren wordt in China betwijfeld. „Het kernprobleem is niet de yuan of de goedkope arbeid, het probleem is dat de VS meer investeert en consumeert dan het produceert. Zo lang de vraag in de VS groter is dan het aanbod zal de VS importeren en geld lenen van andere landen, China voorop”, aldus Huo Jianguo, directeur van de Chinese Academie voor Internationale Handel. Onlangs zei hij op het World Economic Forum in Tianjin dat China zich niet al te bezorgd maakt over dreigende handelssancties van het Amerikaanse Congres.

Als wetsvoorstellen van Democratische afgevaardigden daadwerkelijk worden aangenomen – en dat is onzeker – dan kunnen de Amerikaanse autoriteiten China aanklagen bij de Wereldhandelsorganisatie of de Chinese importtarieven bij wijze van straf verhogen. De VS kunnen ook China officieel kenmerken als een „koersmanipulator”. Maar ook daar ligt China niet wakker van. „Pure symboolpolitiek”, aldus Huo.

Toch zette China afgelopen zomer „babystapjes” door de waarde van de yuan met 1,8 procent te laten stijgen. Over het hele jaar verwachten de analisten van zakenbanken in Hongkong en Shanghai een opwaardering van 5 tot 6 procent. Hoewel Obama gisteren aandrong op meer actie, staat hij niet te trappelen om over de yuan een groot handelsconflict met China aan te gaan. De wederzijdse belangen zijn daarvoor veel te groot.