Geef ons liever gebrek aan fatsoen

In Duitsland is Siegfried Lenz door critici geprezen om de ‘retro-charme’ van zijn seksscènes. Het verhaal speelt in de jaren vijftig, een tijd van hooggesloten badpakken.

Siegfried Lenz: Een minuut stilte. Uit het Duits vertaald door Gerrit Bussink. Van Gennep, 110 blz. € 9,90.

Siegfried Lenz speelt in zijn novelle Een minuut stilte virtuoos met een raamvertelling en met slim ingebouwde flashbacks. Die raamvertelling, dat is een herdenkingsbijeenkomst op een school. Het Lessinggymnasium in het fictieve Noord-Duitse stadje Hirtshafen staat stil bij de dood van een lerares. Intussen denkt de verteller aan de tijd met haar terug. Christian hield van Stella. De minuut stilte valt samen met een zomer vol tedere erotiek.

Over die opzet, met zijn spanning tussen verteltijd en vertelde tijd, tussen zwijgen en spreken, heeft Lenz goed nagedacht. Veelbelovend is ook het schaamteloze gegeven. Een relatie van een leerling met een lerares, dat kán niet goed gaan. Heeft zij zelfmoord gepleegd? Dat zou heel bevredigend zijn voor de lezer, die een sterk verhaal verwacht. Het zou ook passen bij de traditie van de novelle. Een novelle, in Goethe’s definitie, moet over iets ongehoords gaan, iets buitengewoon onfatsoenlijks dat de conventies tart, evenals de goede smaak.

Maar Stella Petersen heeft de hand niet aan zichzelf geslagen. Stella Petersen, zo blijkt uit een terugblik, is door een ongeluk om het leven gekomen. Daar kan niemand morele bezwaren tegen hebben, dat is geen taboe. Stella is, om het grof te stellen, als fatsoenlijke vrouw gestorven, in harmonie met de waarden van haar school. Het gewaagdste trekje van de novelle, het doorbreken van sociale normen, heeft Lenz onschadelijk gemaakt. En Stella’s verhouding dan?

Het verhaal speelt zich af in de tijd van hooggesloten badpakken en Volkswagen Kevers: in de late jaren vijftig waarschijnlijk, een intens preutse tijd. Een goede gelegenheid voor de auteur om de keurigheid te bruuskeren, door zijn helden dingen te laten doen waarmee zij heel Hirtshafen het schaamrood op de kaken jagen. Maar dat doen zij niet. Alleen al de leeftijd van Stella’s leerling stelt teleur: Christian is al achttien, zo goed als volwassen. En zijn docente is amper ouder dan hij.

Anders dan in dat andere recente Duitse boek over een onmogelijke liefde, De voorlezer van Bernhard Schlink, hoeven Lenz’ geliefden geen leeftijdskloof te overwinnen. Ze zijn niet ongelijk. Neem alleen al hun gespierde lijven. In het maritieme decor dat Lenz voor hen ontwierp zwemmen Christian en Stella wat af. Ze kunnen allebei geweldig duiken. Hun sportieve instelling brengt met zich mee dat zij ook in geestelijk opzicht op één lijn zitten.

Hier dus alwéér geen conflicten. En ook de omgeving biedt geen weerstand. Christians ouders vinden een belastende foto en knikken elkaar berustend toe. De alwetende rector glimlacht wijs. Allemaal lieve, verstandige mensen heeft Lenz om het stel heen gezet: er dreigt geen enkel gevaar.

De enige onzekere factor is Christians voorzichtigheid. Maar Lenz’ keuze voor een verlegen held is nog geen excuus voor de bleekheid van de erotische passages. Bleek in de letterlijke zin van het woord: ‘Je zat op de radiateur’, herinnert Christian zich, ‘toen een windvlaag je strandjurk omhoog blies en je bleekblauwe slipje zichtbaar werd.’ Nog een voorbeeld. Het eerste intieme contact tussen lerares en leerling verloopt als volgt: ‘Ik voelde haar adem, ze ademde iets sneller, ik voelde de aanraking van haar borst. Ik zoende haar nog een keer.’

Wat in zulke beschrijvingen stoort, is de inwisselbaarheid ervan. Neem een andere man en een andere vrouw en zij beleven precies hetzelfde. De door Duitse critici zo geprezen ‘retro-charme’ van Lenz’ seksscènes komt neer op een pijnlijk gebrek aan fantasie. Zelfs wie over de kuise jaren vijftig schrijft mag zich best enige frivoliteit permitteren als het om de ontdekking van de andere sekse gaat.

Zie Die Blechtrommel van Günter Grass. Diens kleuterklein gebleven personage Oskarchen vindt een even kinderlijke als effectieve manier om zijn Marie te bevredigen: hij strooit bruispoeder in haar navel en likt dat vlijtig op. Terwijl Grass zijn held iets heel persoonlijks laat doen, blijft zijn leeftijdgenoot Siegfried Lenz (1926) aan de oppervlakte. Hij laat individuele eigenaardigheden weg en gebruikt clichés. Ook bij de keuze van zijn symbolen.

Zo kan de zeemeerminnensymboliek amper opzichtiger. De kleur van Stella’s badpak is groen, ze krijgt complimenten van een visser die als watergod verkleed is en dan tekent iemand haar ook nog eens, juist, als een zeemeermin, met vissenstaart en al. ‘Je zag er zo sprookjesachtig mooi uit, Stella, dat ik je overal gevolgd zou zijn, ook naar de bodem van de zee’, voegt de auteur er totaal overbodig aan toe.

Valt er dan niets positiefs meer te melden? Toch wel. Dat Lenz dit werk op de fragiele leeftijd van 82 jaar voltooide, is een hele prestatie. Oude mannen spelen sowieso een belangrijke rol in het boek. Als Lenz in het dagelijks leven net zo veel hulp nodig heeft als zij, dan is het met zijn gezondheid niet al te best gesteld. Wat het respect voor zijn wilskracht vergroot.

De schrijver van romans als Deutschstunde, Der Mann im Strom en Heimatmuseum of van verhalen als ‘Das Feuerschiff’ en ‘Das Serbische Mädchen’ heeft een trouw publiek. Ruim twaalf miljoen boeken van hem zijn er in Duitsland verkocht en van Schweigeminute, zoals Een minuut stilte oorspronkelijk heet, gingen er sinds zijn verschijnen in 2008 al 150.000 exemplaren over de toonbank. Het boek leest gemakkelijk, stelt geen lastige vragen aan de lezer en heeft een weemoedige sfeer. Voor velen zal dat voldoende zijn. Wie van literatuur méér eist, die zal zijn heil elders moeten zoeken.