Flarfen over doelpunten, pure poëzie

Hij zit erin bevat de twaalf gedichten die Van Gelder en Ticheler uitspraken bij de goals van Oranje op het WK.

De twee radioverslaggevers behoren tot de flarfdichters.

Ik weet nog precies wat ik schreeuwde toen Arjen Robben zijn eerste treffer maakte op het WK deze zomer:

‘Ongelofelijk!

Je weet dat hij het gaat doen

en dan doet-ie het ook nog

Zo scoort-ie al het hele seizoen

naar binnen komen

dreigen

dribbelen

schieten

Ongelofelijk!

Je weet dat hij het gaat doen

en dan doet-ie het ook nog.

Ongelofelijk!’

Op dat moment besefte ik het niet, maar wat ik in mijn blijdschap allemaal uitbraakte, in een afgeladen Amsterdamse kroeg tegen vriend A., die instemmend knikte, alsof hij me had gehoord: het was pure poëzie.

Je knipt je zinnen en kreten op in korte stukjes, zet ze los op de regel en dan zie je het: een gedicht.

Pure poëzie: je ziet het pas als het er staat.

Op die manier is ook de bundel Hij zit erin samengesteld. Het bevat de twaalf gedichten die radioverslaggevers Jack van Gelder en Bas Ticheler uitspraken bij de twaalf goals van Oranje op het WK in Zuid-Afrika. Hun zinnen en kreten zijn opgeknipt, los op de regel gezet en ‘plof’ (welk doelpunt van Oranje wordt hier verklankt?): gedichten.

Die commentaren blijken op papier pure poëzie. Stuk voor stuk heldendichten over de daden van Nederland op het WK 2010.” Staat op de achterflap. De poëzie die Van Gelder en Ticheler schrijven is beeldend, met heldere plaatsbepalingen en overzichtelijke anekdotes: er wordt gescoord. De taal is meestal zakelijk, de dichters zijn zuinig met metaforen. Maar als ze zich tot deze stijlfiguur wenden, dan is het ook meteen raak.

‘doelman als een haas terug’

‘het is nu kleintjesbasketbal’

‘en Júlio César

is portier van de nachtclub

laat alles door’

De vierde en laatste metafoor in de bundel kent een Van Ostaijen-achtige allure:

‘die naaimachine ging draaien

tetoep

tetoep

tetoep

tetoep, tetoep

en dan draait-ie

en dan zit-ie er gewoon in’

Bij de sportcommentator als dichter denken de meeste voetballiefhebbers waarschijnlijk eerst aan Hugo Walker, van het bulderende ‘Komt dat schot’. Zijn quotes staan online, maar niet in het bezielde verband van een gedicht.

De mogelijkheden van de sportcommentator werden waarschijnlijk voor het eerst herkend in de jaren tachtig door een Duitser, de experimentele muzikant Holger Hiller. Tijdens een bezoek aan Nederland had hij de stem van Theo Koomen van de radio opgenomen, en vervolgens verknipt en gemixt. Het resultaat was een ritmisch ‘Atje, Atje, Atje Keulen-Deelstra, Keulen-Deelstra, Atje, Atje’. Briljant nummer, maar nog geen gedicht.

Het was wachten op Van Gelder en Ticheler.

De twee mannen hebben tijdens hun werk vast niet beseft dat ze poëzie voordroegen. Maar er is iets anders wat ze denk ik nog niet weten: met deze ready mades scharen ze zich onder het selecte gezelschap van Nederlandse flarfdichters. Flarf (een Amerikaanse term) is de jongste tak van de poëzie, deze eeuw ontstaan, als benaming voor het willekeurig van internet plukken en rangschikken van tekst voor een collage. Zeg maar: dada 2.0.

Nu is radio een ouderwetser medium, geen internet, dus Hij zit erin is eigenlijk een spin-off: retro-flarf. Alleen dat al maakt dit boekje een vondst. Hij zit erin is in dat opzicht ook een eyeopener. Flarf leek me onzin, ondanks de behartenswaardige woorden van de Nederlandse flarfpionier Ton van ’t Hof, die zelf een flarfbundel schreef en een Nederlandse bloemlezing samenstelde. Aangevuurd door flarfdichters Van Gelder en Ticheler ga ik die toch maar eens aanschaffen.

Pure poëzie: je ziet het pas als het er staat.

Let u intussen op. Luister goed naar wat uw vrouw, uw man, uw vrienden en collega’s uitbraken. Zeker tijdens Studio Sport! Leg het vast. Let’s all flarf!

Jack van Gelder & Bas Ticheler: ‘Hij zit erin!’. Betram + De Leeuw Uitgevers, € 6,95.