Een schipperende eenling en activist

In Hitch-22 toont de polemist en herrieschopper Christopher Hitchens hoeveel moeite het kostte zijn idealen te laten varen en de bakens te verzetten.

Christopher Hitchens: Hitch-22. Atlantic Books, 352 blz. € 27,-

Een herrieschoppende eenling. Een denker die dwars tegen de stroom in zwemt. Als zodanig wordt Christopher Hitchens vaak omschreven. De in Engeland geboren Amerikaanse journalist, polemist en opiniemaker staat bekend om zijn stevige stellingnames. Hij benadert zijn onderwerpen vaak vanuit een letterlijk ongehoorde invalshoek en schetst met verfrissende eenzijdigheid een beeld dat we nog niet kenden. Daarbij kan Hitchens mensen met woorden zowel ophemelen als kapotmaken. Hij schreef een lofboek over zijn literaire held George Orwell, maar noemde Moeder Teresa ‘een religieuze fundamentaliste [en] een primitieve predikster’ die ‘een cultus gebaseerd op dood, lijden en onderwerping wil verspreiden’. Zijn doorbraak in Nederland was het duidelijk getitelde God Is Not Great: How Religion Poisons Everything uit 2007. Maar met zijn memoires Hitch-22 gooit hij het over een andere boeg, door zichzelf onder de loep te nemen. Maar lovend, of lakend?

Christopher is zoon van een doopsgezinde marinier (bijnaam: Commander Hitchens) en een kledingverkoopster met Joodse ouders. Moeder moet en zal Christopher tot de Britse elite laten behoren, dus hij krijgt als eerste Hitchens een opleiding. In een internaat ontdekt hij zijn lichamelijke zwakheid, en zoekt zijn heil in woorden. Wanneer een latere huismeester hem waarschuwt geen pamflettist te worden, weet hij dat hij pamflettist wil worden. Via contacten uit het socialistisch activisme vindt hij als lid van de schrijvende pers zijn plek in de elite.

Zelfmoordpact

Moeder Yvonne krijgt onvoorwaardelijke liefde: ‘Ze was de melk in de koffie, de gin in de Campari’. Kritiek is er amper. Als Hitchens 24 is, wordt zijn moeder dood gevonden met haar nieuwe partner Timothy Bryan. Volgens de politie was Yvonne vermoord door Bryan, die daarna zelfmoord pleegde. Maar Hitchens gooit die verklaring overboord en stelt dat beiden een zelfmoordpact hadden gesloten. Daarop volgt een indrukwekkende passage waarin Hitchens de literatuur over self-slaughter doorwerkt. Hij zoekt vergeefs troost in de zelfdodingen beschreven door Shakespeare en toont aan hoe wetenschappelijke verklaringen en sociologische categorieën van zelfmoord niet op Yvonne van toepassing zijn. Tussen de regels door zie je Hitchens worstelen om boven water te blijven. Wanhopig en twijfelend probeert hij met woorden grip te krijgen op de wereld.

Yvonne is geen uitzondering, in die zin dat Hitchens zijn hele leven beschrijft door andermans aandeel erin te benadrukken. Zijn ouders, de hoofdmeester die hem literatuur liet ontdekken, schoolvrienden die hem leerden niet te bidden. Volop lovend en lakend natuurlijk: James Fenton, aan wie het boek is opgedragen, wordt meermaals de beste Engelstalige dichter van zijn generatie genoemd. Van Bill Clinton wordt bevestigd dat hij inderdaad niet inhaleerde: Hitchens was erbij op die beruchte avond, en stelt dat de oud-president zijn drugs veel liever in de vorm van koekjes en brownies nam.

Ook persoonlijker zaken komen boven water. Homoseksuele flirts, bordeelbezoek, de gedwongen keuze voor pamflettisme wegens gebrek aan talent voor fictie. Maar die openbaringen betreffen veelal politieke gebeurtenissen of jeugdzonden uit het veilige verleden. Het écht dichtbije blijft buiten beeld. Details van seksuele avonturen zijn ‘niet erg belangrijk’, geruchten over alcoholisme worden afgeserveerd als overdrijvingen. En hoewel hij toegeeft niet altijd ’s werelds allerbeste vader te zijn geweest, blijven huwelijken en kinderen verder nagenoeg onbesproken. Typisch is dat gezinsleden niet in het register zijn opgenomen.

Toch betekent dat niet dat Hitchens zichzelf niet blootgeeft. Naar eigen zeggen zijn de omissies om geliefden te beschermen, niet om zichzelf te sparen. Maar er lijkt ook iets anders te gebeuren: door andermans invloed aan te wijzen, bewijst hij minder een eenling te zijn dan vaak gedacht. En ook op andere gebieden zet hij alle zeilen bij zichzelf verfrissend te schetsen.

Stijltechnisch is Hitchens weer bloemrijk en bombastisch. Dure woorden, veel citaten en geen beschrijving van een stad zonder opsomming van de schrijvers die er ooit woonden, of de mening van Orwell erover. Maar meer dan in eerder werk wordt Hitch-22 overheerst door terugkerende thema’s, symbolieken en een uitgekiende woordkeuze. Hitchens is hier meer dan ooit een schrijver in plaats van een pamflettist.

Overloper

Het belangrijkste thema is tweespalt. Als vat vol tegenstrijdigheden wil Hitchens tonen ‘hoe het is om aan twee fronten tegelijk te vechten, om te proberen tegenovergestelde ideeën in hetzelfde hoofd te laten leven, en soms zelfs om twee gezichten tegelijkertijd te laten zien’. Een liefde voor de elite én een socialistische verbondenheid met de armen. Intellectuele vriendenclubjes die zich uitleven in banale woordspelletjes. Hitchens moet twee verschillende gezichten tonen: een als activist van de Internationale Socialisten en een als journalist voor de grootste commerciële bladen. En de journalistiek zelf is ook een tweeslachtig ambacht, waarbij reporters oppervlakkig beleefd zijn en tegelijkertijd proberen politici te villen. Geen wonder dat Hitchens verhuist naar Amerika, een land dat door de unieke mix van moderniteit en conservatisme zélf ook twee gezichten heeft.

Eenmaal in Amerika schippert hij tussen exploitatie van zijn Engelsheid en assimilatie, totdat hij op 11 september 2001 beseft hoezeer hij gehecht is aan de VS. De populaire opinie is al snel dat Amerika de aanslagen op de Twin Towers over zichzelf heeft afgeroepen, maar dat bestrijdt Hitchens direct. En terwijl de wereld steeds anti-Amerikaanser wordt, steunt Hitchens uiteindelijk de inval in Irak. Niet als een oorlog tegen Irakezen, maar als een oorlog tegen Saddam Hussein en vóór de Irakezen. Hitchens kreeg veel kritiek: de ooit zo linkse anti- oorlogsactivist zou een overloper zijn.

In Hitch-22 toont de auteur hoe zulke stellingnames tot stand komen. Hoe het moeite kost zijn idealen te laten varen, hoe het pijn doet de bakens te verzetten. Zo wordt een nieuwe Hitchens zichtbaar. Niet de zelfverzekerde herrieschopper, maar een twijfelaar die ‘onzekerheid’ als voornaamste karaktereigenschap noemt. De zoon van een koersvaste marinier blijkt een schipperaar die zijn hele leven moet worstelen om boven water te blijven en die wanhopig probeert grip op de wereld te krijgen. Met deze invalshoek laat Hitchens een ongehoorde kant van zichzelf zien. Een kant die we nog niet kenden: a-typisch, maar typisch Hitchens.