Een huis vol freaks en doden

Cover van het boek Tigerlily's orchids van Ruth Rendell

Ruth Rendell: Tigerlily’s Orchids. Hutchinson, 280 blz. € 16,-

Aan het eind van Tigerlily’s Orchids staat Lichfield House leeg en ontspruiten Te Koop-bordjes als bomen aan het gazon. Het huis is verdeeld in zes lelijke appartementen en staat in een buitenwijk ‘as dreary as only a London outer suburb can be’. Aan het begin van het boek, een kalme en zwarte psychologische thriller over menselijke kleinheid, moedwil en misverstand, zijn alle appartementen bewoond. De oude hippie Marius, de alternatieve genezeres Rose, het artsenechtpaar Constantine, de episch alcoholistische Olwen, drie samenhokkende studentes en tot slot de mooie, hedonistische menselijke nul Stuart, een nieuwkomer op wiens housewarming party de inwoners elkaar in het boek voor het eerst treffen.

Deze niet uitzonderlijke, maar ook niet saaie en ten diepste niet sympathieke mensen worden door Rendell een klein jaar lang in elkaars nabijheid opgesloten in Lichfield House, om daar, tot ons genoegen, door haar inmiddels achteloos trefzekere pen geëxposeerd, gefileerd en merendeels gedood te worden.

Ze hebben al honderden fictionele doden op hun geweten, Ruth Rendell en haar pseudoniem Barbara Vine, dat ze reserveert voor haar zwartste en beste werk. Rendell is het bekendst door haar reeks boeken over Chief Inspector Wexford, een moreel vastberaden speurder uit het fictionele plaatsje Kingsmarkham en een van de weinige politiemannen die na 45 jaar en 22 boeken nog verrassend gezelschap is. In de individuele thrillers die ze daarnaast schrijft, zijn de misdaden vager en de mysteries vergen meer psychologie dan politiewerk.

In Tigerlily’s Orchids worden de bewoners van Lichfield House bij het betreden en verlaten van hun nondescripte gebouw continu gadegeslagen door overbuurman Duncan, een weduwnaar en gepensioneerde wegenwacht die namen en geschiedenissen voor hen verzint, starend uit de ramen van zijn te grote – en mysterieus hete – woning. Hij zit er tot genoegen van de lezer vaak op verhelderende wijze net naast. Duncans observatie, dwalend door zijn ledig huis, dat je in een kamer waar je zelden komt altijd onwillekeurig uit het raam begint te staren, is tekenend voor het oog voor het bijna oninteressante dat Rendell opnieuw toont.

Wat de fantaserende Duncan werkelijk uit dat raam ziet, wordt langzaam duidelijk door Rendells hinkstapsprongen langs de appartementen van Lichfield House en de handelingen en gedachten van haar bewoners. Rendells methode lijkt op die van de oude hippie Marius, bewoner van appartement 3, die de toekomst duidt door willekeurige verzen uit Miltons Paradise Lost op te slaan.

Soms is dat gebrek aan sturing vermoeiend; Tigerlily’s Orchids is zeker niet Rendells beste werk. Maar die schijnbare willekeur is aan het eind van het boek, als Lichfield House leeg staat en haar bewoners de consequenties van hun daden moeten dragen, verdwenen.