De verboden stad van Vladimir Poetin

Vreemdelingen zijn niet welkom op het Russisch Eiland. Bij de bouw van een stad verdwijnen miljoenen in zakken van corrupte ambtenaren. Illegale arbeiders worden uitgebuit.

Het stille woud op het Russisch Eiland eindigt abrupt bij een zorgvuldig gekapte vlakte. Tientallen vrachtwagens racen er heen en weer. Even houden ze halt bij een controlepost, waar een staalkabel over de weg is gespannen. Dan rijden ze door een stofwolk de verboden stad binnen.

Vreemdelingen zijn niet welkom op dit terrein van 2.800 hectare, journalisten al helemaal niet. Alleen auto’s met een speciale vergunning worden doorgelaten. Gennadi Paskotin heeft zo’n vergunning, achter de voorruit van zijn Toyota geplakt, omdat zijn huis op het verboden gebied staat. En omdat de bewakers weten wie hij is, mag hij doorrijden zonder dat ze zijn auto inspecteren. „Je herkent het niet meer terug. Eeuwenoude bossen zijn hier gekapt.”

Voorbij de staalkabel doemen in de mist betonnen karkassen van enorme gebouwen op. Achter, naast, boven de eerste rij staan steeds weer nieuwe bouwsels, het een nog hoger dan het ander. Met hun trapvormige gevels zijn het moderne variaties van de piramides van Cheops, gebouwd in opdracht van premier Poetin, die hier in 2012 een tweedaagse economische topconferentie wil organiseren. „Na afloop moeten die gebouwen dienen als businesscentra, oceanografische onderzoekscentra en een universiteit voor 55.000 studenten en 45.000 personeelsleden”, zegt Paskotin. „10 miljard dollar is ermee gemoeid. Maar wie wil er in godsnaam in deze uithoek studeren? Vladivostok heeft al een prima universiteit.”

Terwijl hij zich druk maakt, komen uit de gebouwen als mieren zwermen arbeiders aanzetten. Ze zijn met vele duizenden, niet alleen Russen, Oezbeken en Chinezen, maar ook Tadzjieken, Turken, Peruanen, Mexicanen, Filippino’s, Noord-Koreanen, Vietnamezen. Mannen en vrouwen met bouwhelmen op en oranje werkvesten aan. Ze kunnen elkaar meestal niet verstaan. Het Bijbelse Babel is hier herschapen. Compleet met slavernij, want een groot deel van de arbeiders is illegaal en ontvangt zijn salaris niet.

Nog geen jaar geleden leefde Paskotin in het paradijselijke dorpje Ajaks aan een baai op de oostzijde van het Russisch Eiland, dat in totaal 5.000 zielen telt. „Maar toen kregen we ineens een regeringsdelegatie op bezoek, onder leiding van vicepremier Sjoevalov”, vertelt de oud-marineofficier, die zich inmiddels heeft opgeworpen als voorzitter van de belangenvereniging van de eilanders. „En die delegatie bepaalde dat precies op de plek van onze huizen in 2012 de topconferentie zou worden gehouden.”

Als compensatie voor het verlies van hun woningen kregen ze geld aangeboden om een appartement op het vasteland te kopen. Maar 104 van hen, onder wie Paskotin, sloegen dat aanbod af. „We wilden op deze plek blijven. Ik woon hier tenslotte al 35 jaar. Toen we voor de rechter onze zaak hadden verloren, kregen we als goedmakertje geld voor de bouw van een nieuw huis, elders op het eiland. Met 64 vierkante meter ga ik er nu 5 vierkante meter op vooruit.”

Waarom de kosten voor de conferentie zo hoog zijn, is niet duidelijk. Een verklaring zou kunnen zijn dat Poetin voor zijn nieuwste prestigeproject – dat vijf keer zo duur is als de Olympische Winterspelen in Vancouver – een gebied heeft uitgekozen waar geen enkele infrastructuur bestaat. Daarom moeten er behalve conferentiecentra en hotels een snelweg en een enorme brug naar het vasteland worden gebouwd. Maar volgens diverse analisten verdwijnt meer dan de helft van het bedrag in de zakken van regeringsfunctionarissen. „De bouwkosten worden minstens 40 procent hoger opgevoerd dan ze in werkelijkheid zijn”, zegt Lada Glybina, een onderzoeksjournaliste die in Vladivostok over de kwestie schrijft. „Een ander probleem is dat alleen Moskouse bedrijven bij de bouw zijn betrokken. Aannemers in Vladivostok zijn daar woedend over.”

Een nog groter probleem vormen de gastarbeiders, die, als ze geen onderkomen in slaapbarakken hebben gevonden, in primitieve omstandigheden leven. Volgens Ljoedmila Gvan van bouwconcern Krokoes is zeker 40 procent van hen illegaal. „Ons bedrijf wil ze zo snel mogelijk legaliseren, zodat ze alle rechten krijgen”, zegt ze. Een van die rechten is dat ze op tijd hun salaris krijgen. „Zo’n illegale arbeider kost niets”, zegt Glybina. „Je hoeft geen belasting, salaris, of ziektekostenverzekering voor hem te betalen. En als hij om het leven komt, door een ongeluk of door geweld, hoef je zijn lijk alleen maar in zee te gooien. Ze worden hier door koppelbazen, die hen 1.000 roebel (24 euro) per dag in het vooruitzicht stellen, naartoe gehaald. Daarna belanden ze met zijn dertigen op een klein kamertje, wordt hun paspoort afgenomen en krijgen ze na het verlopen van hun contract geen cent uitbetaald.”

„Na drie maanden wordt een arbeidersploeg meestal vervangen”, zegt Paskotin. „De vertrekkende arbeiders krijgen dan geen of amper salaris, ook omdat er geld voor voedsel en huisvesting op hun loon is ingehouden, wat hun van tevoren niet is verteld. Veel Russische arbeiders stappen uit protest naar de rechter. Dat kunnen ze doen omdat ze legaal zijn. Maar er is nog geen zaak voorgekomen.”

Over een weg die door de eindeloze konvooien vrachtwagens is verwoest rijden we naar Paskotins huis, gevestigd in een drie verdiepingen hoge flat achter het kantoor van Krokoes, eigendom van de schoonzoon van de Azerbajdzjaanse president, die weer een vriend van Poetin is. „Van de 72 gezinnen die hier woonden zijn er 52 vertrokken”, zegt Paskotin. „Alleen zij die zich niet hebben laten intimideren zitten er nog. Ik ben niet tegen de nieuwbouw, maar ik wil niet dat onze levensomstandigheden verslechteren en ons eiland wordt verwoest.”

Een eindje verderop is in een loods een supermarkt gevestigd. Het wemelt er van de gastarbeiders die koekjes, brood, snoepgoed, sigaretten kopen. „Drank is er verboden”, zegt Paskotin. „Als iemand hier dronken wordt aangetroffen, kan hij vertrekken.”

Voor een klein huis schuin tegenover de supermarkt klautert de 84-jarige Lidia Radionova over een stapel houtblokken die de toegang tot de voordeur van haar huisje blokkeert. Radionova is ook een van de eilandbewoners die weigeren te vertrekken. „Het is hier een gekkenhuis, met al die auto’s die dag en nacht langs denderen”, schreeuwt ze over het motorgeronk heen. „Maar ik ben onder Stalin gedeporteerd en dat laat ik niet nog eens gebeuren.” Aan Paskotin vraagt Radionova nu of hij ervoor kan zorgen dat ze een fatsoenlijke toegang tot haar huisje krijgt. Dan worden we opgemerkt door twee bewakers die naar onze papieren vragen. Paskotin wijst op zijn vergunning achter de voorruit van zijn Toyota. „Die is alleen voor uw auto”, zegt een van de bewakers. „Ik wil uw paspoort zien.” Paskotin antwoordt dat de bewakers dan ook hun paspoort moeten tonen. De andere bewaker wijst op zijn badge waarop zijn naam staat. Paskotin pakt nu zijn eigen, geplastificeerde visitekaartje en laat dat zien waarna we verder mogen rijden. „Die bewakers zijn zelf illegaal”, schatert Paskotin.

Bij de ingang van het bouwterrein komen net aangekomen Chinezen aanzetten. Ze hebben hun koffers afgegeven en lopen nu, als verdwaalde toeristen, met gamellen in hun hand in een lange optocht naar de gaarkeukens. Morgen begint hun eerste werkdag.