De toenemende neiging tot zelfregie

Het is nog maar de vraag of Marijke Jongbloeds documentaire Dans voor het leven vanmiddag op het Nederlands Filmfestival in Utrecht in première is gegaan, zoals in de bedoeling lag. Een van de geportretteerde dansers, Belle Bonarius, had namelijk een kort geding aangespannen, waarvan de afloop bij het ter perse gaan van dit Cultureel Supplement nog niet bekend was. Het beeld dat in de film wordt gegeven van haar voorbije carrière bij het Nationaal Ballet en haar beginnende zangcarrière bevalt Bonarius in het geheel niet. Tegen beeldvorming richten zich haar bezwaren, eerder dan tegen duidelijke fouten in de documentaire.

Zulke problemen hebben documentairemakers steeds vaker: de mensen die ze met hun camera volgen worden steeds mondiger in die zin, dat ze de neiging hebben om strekking en sfeer van hun optreden in een film zélf in de hand te willen houden, en er van uitgaan dat ze het recht hebben om iets in de film dat hun niet bevalt of niet goed uitkomt, uit de film te censureren.

De filmer is over het algemeen juist blij wanneer zijn onderwerp zich even in de kaart laat kijken en er iets in beeld komt of wordt gezegd, wat betrokkene liever aan het oog had willen onttrekken. Steeds vaker komen daaruit problemen tussen filmmakers en hun onderwerp voort – al blijft de gang naar de rechter voorshands een zeldzaamheid. Het onderwerp beroept zich daarbij in het algemeen op het zogenaamde ‘portretrecht’ – je hoeft niet zomaar in te stemmen met de openbaarmaking van elke afbeelding van jezelf, vooral wanneer die zonder je toestemming tot stand is gekomen.

De filmmakers van hun kant proberen zich in te dekken door hun onderwerp een zogenaamde ‘quit claim’ te laten tekenen, waarbij op voorhand van pogingen tot censuur wordt afgezien.

In het geval van Dans voor het leven is dat laatste overigens niet gebeurd. De film is de derde aflevering van een al in 1980 begonnen drieluik over het leven van de vier dansers. En in 1980 leefde deze problematiek nog niet zo.

Die zorg om het eigen imago is dus een betrekkelijk recent verschijnsel. Je zou zeggen dat in een tijd waarin de communicatiemiddelen alomtegenwoordig zijn, mensen bereid zijn steeds meer van zichzelf prijs te geven – via Facebook, Twitter, blogs en webcams.

De normen voor privacy verschuiven, hoor je vaak zeggen. Veel van wat vroeger als strikt privé gold, ligt nu op straat.

Maar dat is dus maar ten dele waar. Met de groei van de mogelijkheden tot openbaarmaking groeit ook de neiging tot zelfregie over het beeld, dat op die manier ontstaat.

raymond van den boogaard