De laatste postbode

Moeten we geloven wat gedrukt staat? In een column genaamd ‘De Laatste Postbode’ schreef Maria Barnas onlangs (NRC CS 23 juli) dat zij ‘een paar weken geleden las over een ontslagen postbode’ uit Venlo die drie maanden lang de post niet bezorgde, maar opsloeg in een caravan, waarin hij het papierwerk ‘met een thermoskan koffie erbij’ openmaakte, beduimelde en doorbladerde. Ik ben zelf postbezorger, maar wil direct benadrukken dat het er mij niet om gaat op te komen voor mijn collega; integendeel, deze ‘ontslagen postbode’ heeft naar mijn mening de privacy van klanten geschonden en dient daarvoor in overeenstemming met de wet gestraft te worden. Tenminste, als de man bestaat. Want waarom zouden wij Barnas geloven?

De columnist schrijft dat de caravan ‘tot de nok toe gevuld was’ met stapels post, en dat men de stakker heeft moeten ‘bevrijden’ uit de hele papierwinkel. Hoe moet ik me dat voorstellen? Hoe lang heeft hij daar gezeten totdat voorbijgangers zijn gekreun opmerkten? En die koffie in die thermosfles intrigeert me ook. Was het zwart? Melk en suiker? Irish? Dat weet Maria Barnas vast ook wel.

Ik ben bang dat Barnas zich of om de tuin heeft laten leiden, of gebruik heeft gemaakt van een welvoorziene duim, wat haar goed recht is als schrijfster/dichteres. Maar als columnist, als commentator van de werkelijkheid?

Martijn Suurenbroek