De groei is eruit, zegt Brabantse salafist Van de Ven

Abdul-Jabbar van de Ven is salafist. Maar een extremist is hij niet meer. „Als je meer kennis krijgt, zie je dingen breder. Ik zie veel door de vingers. Ik vergeef veel.”

Hij bouwt zijn leven rond de islam, zegt Abdul-Jabbar van de Ven. Het gebed bepaalt zijn dagritme, van de dageraad tot het avondgebed. Tussendoor prevelt hij de smeekbeden.

Maar ook broeder Abdul-Jabbar volgt niet alle regels. De islam verbiedt te spreken met vreemde vrouwen. Maar zoiets, zegt Van de Ven, „is in een land als Nederland natuurlijk niet vol te houden”. In zijn lezingen probeert hij daarom niet al te veel af te geven op het seculiere Nederland. „Je kunt wel alles afkraken, maar ik kom liever met oplossingen. Daar hebben de mensen meer aan.”

De Brabantse prediker Abdul-Jabbar van de Ven (33) – doopnamen Jilles Lambertus Henricus – is een sleutelfiguur binnen het Nederlandse salafisme, een streng orthodoxe vorm van islam die zijn wortels heeft in Saoedi-Arabië. Zelfs binnen zijn eigen zuil geldt de bekeerling als radicaal. Landelijk bekend werd hij met die ene uitspraak in het praatprogramma van EO-directeur Andries Knevel in 2004. Van de Ven zei dat hij verheugd zou zijn als Wilders zou overlijden. Dat vindt hij nog steeds. De inlichtingendienst AIVD houdt hem scherp in de gaten.

Abdul-Jabbar van de Ven is ook een van de hoofdpersonen in het vandaag verschenen rapport Salafisme in Nederland.

Abdul-Jabbar is wat de onderzoekers een ‘jihadi’ noemen. Vechten tegen de westerse bezetters in Afghanistan – ook tegen de Nederlanders – vindt hij legitiem. Maar dat wil niet zeggen dat er in Nederland onschuldige burgers mogen worden opgeblazen. In zijn lezingen legt Van de Ven uit dat er regels zijn voor de jihad. Volgens hemzelf is hij een „remmende factor” bij radicaliserende jongeren. „Voor sommigen ben ik ook een kafir, een ongelovige. Omdat ik te soft ben.”

Vorig jaar constateerde de AIVD dat de beweging over zijn hoogtepunt heen is. Ook Van de Ven denkt dat. „De tijd dat de zaal bij elke lezing vol zat is voorbij”, zegt Van de Ven. „De groei is eruit.”

Tegelijkertijd hebben de salafisten hun toon gematigd. Vroeger, zegt Van de Ven, werd er in de moskee openlijk geld ingezameld voor het islamitische verzet in Tsjetsjenië. Nu hoeden salafistische voorgangers zich voor ‘radicale’ uitspraken, ook uitgesproken types als Fawaz Jneid. „Hij heeft sommige meningen 180 graden veranderd”, zegt Van de Ven. Misschien uit overtuiging, maar misschien ook uit angst.

Volgens Van de Ven staan salafistische moslims onder voortdurende druk van de autoriteiten. Als Abdul-Jabbar met zijn bekeerde hangjongeren naar de moskee wil, wordt hij door het bestuur de deur gewezen. „Dan was de politie langs geweest om voor mij te waarschuwen. Ze hebben liever dat jongeren tasjes roven dan leven naar de islam.”

Abdul-Jabbar is nog steeds „strijdbaar”, zegt hij. Maar ook milder. „Vroeger praatte ik alleen maar over de jihad. Maar als je meer kennis krijgt, zie je dingen breder. Ik tolereer nu meer mensen om me heen. Ik zie veel door de vingers. Ik vergeef veel.”

De democratie wijst hij af. „Maar dat betekent heus niet dat ik tegen de vrijheid en de mensenrechten ben”, zegt Van de Ven. „Laat stáán dat ik de Tweede Kamer wil bestormen. Wij denken gewoon dat er een betere staatsvorm is – de islamitische wet.” Van de Ven denkt niet dat de sharia langs parlementaire weg kan worden ingevoerd. „Dan moet je concessie op concessie doen op je geloof. Voor moslims is dat een heilloze weg.”

De islamitische heilstaat, denkt Abdul-Jabbar van de Ven, zal moeten worden bereikt met dawa: bekering door prediking en door onderwijs. „Sommigen vinden dat misschien beangstigend, maar het is volstrekt legitiem.”

Ondertussen vinden de salafisten in Nederland hun weg, denkt hij. Ook als er een kabinet zou komen met gedoogsteun van de PVV. Orthodoxe moslims liggen niet meer wakker van de uitspraken van de PVV-leider, zegt Abdul-Jabbar van de Ven. „Wij maken ons druk over hoe we moeten bidden en of we de huur nog wel kunnen betalen. Wilders komt alleen langs op het journaal.”