China dicteert Japan

Een incident met één vissersbootje heeft afgelopen weken duidelijk gemaakt dat de machtsverhoudingen in Azië drastisch zijn veranderd. Niet alleen kleinere landen in de regio moeten dat onderkennen. Ook Japan, tot voor kort de tweede industriemacht ter wereld maar halverwege dit jaar ingehaald door China, voegt zich.

De regering in Tokio heeft vandaag daarom dan toch de kapitein van de vissersboot vrijgelaten, die ruim twee weken geleden werd aangehouden. Hij zou met zijn schip hebben gevaren in Japanse territoriale wateren. Nota bene rond de betwiste Senkaku-eilanden – of Diaoyu-eilanden, zoals ze heten in China dat de onbewoonde archipel tussen Taiwan en Okinawa op grond van eeuwenoude bronnen claimt.

Dat ging niet con amore. Japan is onder druk door de knieën gegaan. Stap voor stap voerde de Chinese regering de pressie op. Een soort staatsbezoek werd afgelast. Een groep Japanse schoolkinderen, die de expo Shanghai wilde bezoeken, mocht het land op de valreep niet in. Vier Japanners werden gearresteerd, omdat ze een militaire basis zouden hebben gefilmd. Peking kondigde een exportverbod af op schaarse metalen, die van belang zijn voor de hightechindustrie.

Op veel steun hoefde Japan intussen niet te rekenen. De Amerikaanse president Obama bracht de kwestie gisteren niet ter sprake in zijn twee uur durende onderhoud met de Chinese premier Wen Jiabao, die deze week in New York was voor de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties.

Het diplomatieke conflict ging al die weken gepaard met veel tromgeroffel, waarbij vooral veel oud ressentiment doorklonk.

Hoewel Japan voor China een cruciale partner is en de banden allang zijn verzakelijkt, blijft de wrede Japanse bezetting in de Tweede Wereldoorlog opspelen. Zeker ook in China, dat zijn historische identificaties in dat verleden moet zoeken zolang de eigen recente geschiedenis onder Mao nog omgeven is door politieke taboes.

Maar de nu vrijgelaten kapitein staat ook voor een bredere geopolitieke context die in westerse ogen ouderwets lijkt: namelijk een conventioneel veiligheidsvraagstuk. Terwijl Amerika en Europa steeds meer denken in transnationale en grensoverschrijdende veiligheid (terrorisme, klimaat, energie), redeneert China nog in nationale en territoriale termen.

De regering in Peking spreekt veel over de noodzaak van „non-interventie” en „wederzijds vertrouwen”. Ze bedoelt daarmee dat haar buitenlandse politiek erop is gericht een „vreedzame omgeving” te scheppen voor de ontwikkeling van China zelf. De overwinning op Japan bewijst dat deze vorm van ‘vooruit verdedigen’ in een nieuwe fase is beland.

Binnen een week kan blijken waartoe dat verder leidt. Over vier dagen begint in Noord-Korea een bijzonder congres van de communistische Arbeiderspartij. Tegelijkertijd houden de VS en Zuid-Korea oefeningen met hun onderzeebootvloot. Gesterkt door het succes in Japan zal China daarop zijn eigen antwoord geven. Want zonder Peking kan ook de Noord-Koreaanse dreiging niet meer worden ontmanteld.