Blij met de verslaafde buurman in de Schilderswijk

Waar winden stedelingen zich over op? In Den Haag strijden buurtbewoners vóór opvang van drugsverslaafden.

De entree van Woodstock, aan de rand van de Haagse Schilderswijk. Het opvangcentrum huisvest 33 verslaafden aan alcohol en drugs. Foto NRC Handelsblad, Rien Zilvold den haag opvangcentrum woodstock foto rien zilvold

Er is veel veranderd in het leven van Bram Nuborg. „Ik ben al tien jaar niet meer in aanraking met de politie geweest.”

De Hagenaar woont in Woodstock, een tijdelijk opvangcentrum van zorginstelling Parnassia voor oudere drugsverslaafden aan de rand van de Schilderswijk. In zijn kamer staan verschillende elektronische apparaten. „Eerlijk verdiend. Ik heb zelf een Playstation bij elkaar gespaard.” Op de salontafel een spiegel en een mesje, voor als hij coke versnijdt en snuift. „Ik gebruik al vijfendertig jaar.”

Vroeger financierde Bram zijn verslaving met misdaad. „Ik leidde een dubbelleven. Mensen dachten dat ik ’s morgens netjes in pak en koffertje vertrok naar een eigen bedrijf. In feite legde ik contacten om weer een klappertje te maken. Roofovervallen en zo. Ik had geen normen en waarden. Als ik tienduizend euro nodig had en u had die, dan verdiende u een pak slaag, vond ik, want ik had dat geld nodig. Ik ben elf keer vrijgesproken bij gebrek aan bewijs. Uiteindelijk heb ik me losgemaakt van die wereld. Heeft me zes jaar gekost. Het werd me te heftig. Mensen in hun benen schieten zodat ze hun pincode zouden vertellen, daar wilde ik niet aan meedoen.”

In Woodstock wonen sinds twee jaar 33 Hagenaars die al jaren verslaafd zijn aan drugs en alcohol. De opvang maakt deel uit van een grootscheeps plan van de gemeente om alle tweeduizend dak- en thuislozen onder dak te brengen. Opmerkelijk is de reactie van de buurt. Twee jaar geleden kregen verontruste buurtbewoners nog de toezegging dat Woodstock een tijdelijke voorziening zou zijn. Nu zijn er liefst vierhonderd handtekeningen opgehaald voor het behoud van Woodstock.

Het initiatief kwam van buurvrouw Marianne Lubbers. „De actie liep gesmeerd”, zegt ze. „Deze mensen verdienen het om niet weer te worden weggestuurd. Het zijn doodzieke mensen. Zielepieten die moeten worden geholpen. Dat gebeurt hier. Voor de leiding van Woodstock neem ik mijn hoge hoed af.”

Ook andere buurtbewoners dragen de verslaafden een warm hart toe. „We hebben totaal geen last”, zegt Rob van Hoorn tegen bewoner Bram. „Klasse”, reageert hij. „Een opsteker.” Rob: „De mensen krijgen hier de structuur die ze nodig hebben.” Bram: „U snijdt precies het goede punt aan.”

Buurtbewoner Ingrid du Mortier komt regelmatig langs voor een kopje koffie. „Wat hun is overkomen, kan ons allemaal gebeuren. Moeten die mensen hier weg? Dat kán niet!” Bram: „Tussen zes plankjes.”

Woodstock dankt zijn populariteit onder meer aan het werk dat de bewoners verzetten. Per dag kunnen ze 125 euro per maand verdienen met klusjes: werken bij de receptie, in de keuken, in de tuin, bij het duivenhok. Omwonenden zijn twee keer per week welkom voor een goedkope maaltijd van drie gangen. „Plus de stoelgang”, grapt een omwonende. Op zondag is er bingo. Maandagen zijn gereserveerd voor Surinaamse klaverjassers. Met het verdiende geld kunnen de bewoners zelf hun verslaving betalen. Methadon krijgen ze gratis.

Manager Johan den Dulk: „Het is heel belangrijk dat de bewoners werken. In die tijd denken ze niet aan hun verslaving. Werken geeft bovendien structuur aan hun leven. Ze liggen niet de hele dag op bed om biertjes naar binnen te gooien. Ze kúnnen iets.” Hij verklaart de populariteit ook uit het feit dat hij veel tijd en energie heeft gestoken in „communicatie” met de buurt. „De omgeving ziet dat het zieke mensen zijn die er het beste van proberen te maken.”

Woodstock heeft vanaf het begin bovendien een goede pers gehad. „We hebben vanaf het begin veel positieve aandacht gekregen. Ik denk weleens dat dat komt door de naam Woodstock. Veel mensen hebben nu eenmaal te maken gehad met de hippiecultuur van de jaren zestig en zeventig. Zijn daar óók gevoelig voor. Net zoals ze gevoelig zijn voor de muziek van de Rolling Stones, waarvan de platen hier aan de muur hangen.”

En nog iets: ze zitten hier aan de rand van de Schilderswijk, een buurt die „van oudsher een achterstandswijk is”, zegt Johan den Dulk. „De mensen zijn hier meer gewend dan in een brave burgermanswijk. Ze hebben een grote tolerantie.”

Bram Nudorp is „dankbaar” dat hij hier woont. Voor het eerst in zijn leven begint hij voor zijn gevoel deel uit te maken van de samenleving. „Als ik vroeger een supermarkt binnenliep, waren ze bang dat ik iets zou stelen. En nu word ik behandeld als klant! Ik kan het niet goed uitleggen, maar dat ik hier zit, geeft mij het gevoel dat ik in mijn leven toch íéts goed moet hebben gedaan.”

Een woordvoerder laat weten dat wethouder Rabin Baldewsingh (PvdA) „erg blij” is met de steun vanuit de buurt. „We bereiden een raadsbesluit voor. Handhaving van Woodstock op de huidige locatie is daarbij een van de nadrukkelijke opties.”