Avontuur in Polen boven veilig Breda

Trainer Robert Maaskant verruilde NAC Breda voor Wisla Kraków. De Poolse fans zijn blij, al begrijpen ze zijn keuze nauwelijks.

Robert Maaskant weet iets wat wij niet weten. Althans, dat denken de fans van de Poolse voetbalclub Wisla Kraków die met hun neuzen tegen het hek van het trainingsveld gedrukt staan. Ze vinden het geweldig dat de Nederlandse trainer („de langste die we ooit hebben gehad”) sinds kort in plaats van NAC Breda hun club leidt, maar geloven kunnen ze het nauwelijks.

Wie verruilt de met topspelers en geld overladen Nederlandse competitie nou voor dit hier, in Polen? Ze wijzen naar het modderpad langs het trainingsveld, naar de lelijke blokflats ernaast en naar het stadion, na vier jaar verbouwing nog steeds een bouwput. „Is hij soms gek of zo”, zegt een tandeloos mannetje. „Hopelijk wel”, zegt een andere fan. „Van mij mag hij wel tien jaar blijven.”

Maaskant (41) lacht. „Nee, ik ben niet gek”, zegt de trainer nadat hij de spelers alle hoeken van het veld heeft laten zien. „Nederlandse ploegen zijn misschien sterker, maar als trainer van NAC zou ik in de middenmoot zijn gebleven. Hier speel ik voor het kampioenschap, misschien ook wel voor Europees voetbal. Het was voor mij een keuze tussen veiligheid en avontuur.”

Avontuur dus in Krakau, de tweede stad van Polen, maar de hoofdstad als het om voetbal gaat. Toneel van een oude voetbaloorlog, de Heilige Oorlog in de volksmond, tussen Wisla en Cracovia, waarvan de clubstadions gescheiden zijn door een park. Hoewel het ergste geweld voorbij lijkt, is Krakau berucht om supportersveldslagen, met messen en bijlen, soms zelfs met dodelijke slachtoffers.

Maaskant verbaast zich nu al over de ruim honderd jaar oude vete. „Zie je dat volgende veldje daar”, zegt hij, wijzend naar roestige doelpalen die net boven het gras uitsteken. „Dat behoort toe aan onze rivaal. Wij willen het graag kopen, maar Cracovia vertikt het en laat het gewoon liggen.” En dat terwijl het enige trainingsveld waarover Wisla beschikt echt te weinig is.

Wisla is in handen van de 54-jarige ondernemer Boguslaw Cupial, de op zeven na rijkste Pool. Zijn bedrijf produceert telecommunicatie- en elektriciteitskabels. Zijn troetelkind was de afgelopen tien jaar zes keer landskampioen, maar zoals zo vaak in Polen wil Europees voetbal niet lukken. Dat wil Cupial veranderen, met een nieuw stadion, moderne voetbalfaciliteiten, een trits buitenlandse voetballers – op het veld staan twaalf nationaliteiten – en een dosis Nederlandse voetbalfilosofie.

Maaskant kwam eind augustus naar Wisla, in het kielzog van Stan Valckx, de voormalig international en manager van PSV, die kort daarvoor tot technisch directeur van de club was benoemd. „Polen is geen groot voetballand”, zegt Valckx (46), als enige in pak op het trainingsveld. „Maar kijk naar de ontwikkeling die Oekraïne en Rusland hebben doorgemaakt, vooral op clubniveau. Over drie, vier jaar kan Polen dat ook.”

Valckx verwacht veel van het aanstaande EK voetbal in 2012, dat Polen en Oekraïne samen organiseren, en vooral van de bouwdrift die dit heeft veroorzaakt. Zelfs concurrent Cracovia, de hekkensluiter in de competitie, bouwt een nieuw stadion. „Alles in het land wordt tegelijk aangepakt”, zegt Valckx. „In andere landen is de hand juist op de knip gegaan. Ook als het gaat om tv-gelden, sponsoring en marketing valt er nog een hoop te winnen in Polen.”

Geld is niet alles, er moet gewonnen worden en Maaskant heeft al één nederlaag op zak, tegen Jagiellona Bialystok, de aanvoerder van de Ekstraklasa. Een wedstrijd vol drama, rood voor de keeper in de slotminuten. Maar de trainer is niet ontevreden. Wisla heeft een onrustige tijd achter de rug, met verschillende trainerswisselingen en nieuwe aankopen. Teambuilding vergt tijd. Hij wilde natuurlijk winnen in Bialystok, maar vindt niet dat er slecht is gespeeld. „Het vertrouwen is terug.”

De fans beamen dat. „Zo goed hebben we al in jaren niet meer gespeeld”, zegt het tandeloze mannetje. Maaskant: „Deze jongens zouden prima kunnen meedraaien in een Nederlandse club, maar ze missen tactische volwassenheid. Het tempo ligt hoog, ze vliegen overal op af, zonder na te denken. Ik begrijp dat dit een beetje de Poolse volksaard is, maar dat gaan we dus veranderen.”

Nog niet zo lang geleden was er nog een Nederlander die dat wilde: Leo Beenhakker. Onder zijn hoede wist het Poolse nationale elftal zich in 2007 voor het eerst te kwalificeren voor een EK. Het land stond op z’n kop, Beenhakker kreeg een presidentiële onderscheiding. Maar de huidige technisch directeur van Feyenoord ging ten onder aan intriges van voetbalbond PZPN, een na het communisme nooit hervormde organisatie, waarvan sommige leden het succes van de niet-Pool moeilijk konden verkroppen.

„Wij houden nog steeds van Leo”, zeggen de fans langs het trainingsveld. Zdzislaw Kapka, een lokale voetballegende die naar de training is komen kijken, bromt over stagnatie in het Poolse voetbal. „Bij jullie worden spelers van jongs af aan gestimuleerd en klaargestoomd voor het grote werk”, zegt Kapka (55). „Bij ons zie je zelfs geen jongens meer op straat voetballen.”

Maaskant kent de verhalen. „Ik zal nog wel te maken krijgen met de discussie over cultuurverschillen”, zegt hij. „Gelukkig ben ik hier niet binnengekomen als een Hiddink of Beenhakker, als een trainer met de grote carrière, maar als de man in opkomst.”