Als kinderen slapen zit Máxima achter computer

Prinses Máxima praat in New York over haar ‘avondwerk’: financiële diensten toegankelijk maken voor mensen in ontwikkelingslanden.

Hillary Clinton is er nog niet. Premier Balkenende is er ook nog niet. Maar prinses Máxima staat hier, in een conferentiezaaltje in een hotel in New York, al geanimeerd te spreken met enkele deelnemers van een discussiemiddag over het toegankelijk maken van financiële diensten voor arme mensen en kleine bedrijven in ontwikkelingslanden. Pas over een half uur zal de forumdiscussie beginnen, maar de prinses lijkt daar amper op te kunnen wachten.

Het is dan ook haar onderwerp. Een jaar geleden benoemde Ban Ki-moon, secretaris-generaal van de Verenigde Naties, Máxima tot speciale pleitbezorger voor ‘inclusive finance’. „We zijn nog op zoek naar een goed Nederlands woord”, zegt ze. „Maar het gaat erom dat we willen bevorderen dat mensen tegen redelijke kosten en via degelijke instellingen toegang krijgen tot een breed spectrum aan financiële diensten.

„In Kenia bijvoorbeeld kan maar vijftien procent van de bevolking gebruik maken van een bank. Wel heeft tachtig procent toegang tot een mobiele telefoon, en de vraag is dan hoe we daarop kunnen bouwen. Banktransacties via de telefoon, wat we mobiel bankieren noemen, kan het leven van mensen in de Derde Wereld enorm verbeteren.”

Een jaar na de aanvaarding van haar positie bij de Verenigde Naties vertelt Máxima in New York over de manier waarop ze haar functie invult en over ‘de revolutie’ waar ze bij betrokken is. Gisteren overhandigde ze haar eerste jaarverslag aan Ban Ki-moon. „Toegang tot financiële diensten geeft mensen meer macht over hun eigen leven”, staat daarin. „Het is een middel om te helpen de armoede te verminderen.”

Als premier Balkenende, in New York voor de Algemene Vergadering van de VN, een korte inleiding heeft gehouden komt eregast Hillary Clinton binnen. Dat de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken in haar drukke programma in New York, tussen alle besprekingen over het vredesproces in het Midden-Oosten, en de situatie in Iran, Afghanistan en Soedan, tijd heeft vrijgemaakt voor dit politiek bescheiden onderwerp is opmerkelijk. „Ik heb al lang geleden geleerd”, zegt Clinton, „dat je overal talent tegenkomt, maar niet overal de kansen om dat talent te benutten. Zo’n drie miljard mensen kunnen niet deelnemen aan ons financiële systeem. Het is belangrijk dat daar verandering in komt.”

Voor de economie van een land, zegt Máxima als zij het woord krijgt, is een financiële infrastructuur even belangrijk als bijvoorbeeld wegen. „In Tanzania hoorde ik over leraren die twee weken vrij moeten nemen om hun salaris te gaan ophalen! ”

Voor Clinton even later weer vertrekt naar een volgende bijeenkomst, poseert ze nog even met de panelleden en prinses Máxima voor een groepsfoto. Terwijl persfotografen elkaar verdringen, schiet kroonprins Willem-Alexander, die vooraan in het publiek zit, ook snel een plaatje.

Een dag later gaat Máxima nog wat meer in op wat ze „mijn avondwerk” noemt. „Als de kinderen zijn gaan slapen ga ik achter de computer zitten en doe ik mijn conference calls voor deze functie.”

„Aanvankelijk werd ik gevraagd als adviseur voor het Jaar van het microkrediet 2005”, zegt de prinses. „Maar al meteen op de eerste bijeenkomst met mijn 27 mede-adviseurs stelden we vast dat het veel te beperkt is om je alleen te richten op de verstrekking van die hele kleine leningen aan mensen die bij de traditionele banken niet terecht kunnen. Microkrediet kan een heel nuttig instrument zijn, maar mensen hebben nog meer financiële diensten nodig: de mogelijkheid om een spaarrekening te openen, en een betaalrekening om geld over te maken en salaris te ontvangen. En ook hebben we geleerd dat belangrijk is hóe al die bankdiensten verleend worden, dat er regels nodig zijn die de consument beschermen, dat er voor mensen in de stad en voor mensen op het platteland verschillende diensten nodig zijn.”

Van microkrediet werd aanvankelijk veel verwacht. Maar onder meer door de relatief hoge uitvoeringskosten voor al die kleine leninkjes moet de klant soms rentes van tientallen procenten betalen.

„Daarover wordt al lang een hele goede discussie gevoerd. Sommige spelers op deze markt hebben de uitgangspunten, laat ik maar zeggen, niet helemaal gerespecteerd. Dat is een les die we geleerd hebben. We hebben al veel in beweging gebracht om consumenten te beschermen en daar aandacht voor te vragen. Je ziet dat de rentes aan het dalen zijn. In Bolivia werden eerst rentes gerekend van 40 procent, dat is nu zo’n 17 procent.

„Over de effecten en resultaten van microkrediet is het laatste woord nog niet gezegd. Maar je ziet wel bijvoorbeeld in Pakistan dat vrouwen die drie jaar micro-krediet hebben gekregen, veertig procent meer inkomsten hebben dan andere vrouwen.”

Het begon als charitas, maar langzamerhand begeven ook commerciële partijen zich op deze markt. Kan het bedienen van de allerarmsten samengaan met het streven naar maximale winst en beursgang, zoals in India gebeurt?

„Charitas heeft een belangrijke rol gespeeld om dit soort financiering van de grond te krijgen. Maar inmiddels hebben we samenwerking met particuliere bedrijven nodig, bijvoorbeeld in privaat-publieke samenwerking. Op zich is er niets slechts aan als bedrijven hier geld aan willen verdienen. Het gaat erom de juiste balans te vinden tussen het sociale en het economische doel.”

In New York hebben staatshoofden en regeringsleiders deze week gesproken over de acht zogeheten Millenniumdoelen voor bestrijding van honger en armoede. Waarom is toegang tot financiële diensten eigenlijk niet één van die doelen?

„Zo’n onderwerp als van mijn man, die VN-adviseur is voor water en sanitatie, dat is vele malen belangrijker dan het hebben van spaargeld. Als je geen water hebt kan je niet leven. Maar de vraag is wel: hoe kan je zorgen dat water binnen iemands bereik komt door financiële diensten. Zo kan men in Bangladesh met kleine kredieten waterfilters kopen, waardoor er geen dodelijk arsenicum meer zit in het water dat ze drinken.”

Waar bestaat uw werk in de praktijk uit?

„Ik lees landen niet de les, daar gaat het me niet om. Ik bezoek landen bij voorkeur met leden van mijn groep van experts. Ik was in april bijvoorbeeld in Rwanda, dan praat ik met de minister van Financiën over ‘financiële inclusiviteit’, en met mensen van het ministerie van Landbouw, met banken en telefoonbedrijven. Maar ik ga ook naar rurale gebieden om daar met vrouwen en dorpsraden te spreken. Het goede van mijn positie is dat ik mensen kan samenbrengen. Het is opmerkelijk hoe weinig mensen en instellingen met elkaar spreken. Dat wij dat op gang brengen, is al een enorme toegevoegde waarde.”