Allemaal boos op Ahmadinejad

Straatprotesten van de oppositie in Iran zijn er niet meer. In plaats daarvan woedt er nu een ongekende politieke strijd binnen het leiderschap van de islamitische republiek.

Binnen het Iraanse regime woedt een ongekende politieke strijd, die de islamitische republiek steeds meer verlamt.

Het conflict draait om pogingen van president Ahmadinejad om zijn presidentiële macht te vergroten. Het is op vele manieren ingrijpender dan de burgerprotesten die volgden op zijn betwiste verkiezingsoverwinning. De ‘Groene beweging’, zoals de oppositie wordt genoemd, is niet meer zichtbaar met demonstraties, maar kan nog steeds op brede steun van stedelijke Iraniërs rekenen.

De verschillende Iraanse leiders steunden de regering tegen de demonstranten, maar beginnen het steeds onmogelijker te vinden om met Ahmadinejad samen te werken. Vrijwel alle machtscentra in het land, het parlement, de rechtsprekende macht en andere invloedrijke organen, hebben nu openlijk ruzie met Ahmadinejad en zijn regering.

Op het eerste gezicht lijkt Ahmadinejads positie in gevaar. Maar vorige week sprak opperste leider ayatollah Ali Khamenei, die in Iran het laatste woord heeft, nogmaals steun voor de regering uit. Voorlopig staat de president daardoor sterker dan zijn politieke tegenstanders. „Zijn ontslag zou voor velen het logische offer zijn om de spanningen te verminderen”, zegt Abbas Abdi, een politiek analist die kritisch staat ten opzichte van de president. „Maar dat gebeurt alleen als de leidinggevende factie haar positie verandert.”

De ruzies hebben wel directe gevolgen voor het land. Verscheidene wetten die zijn aangenomen door het parlement, zijn niet bekrachtigd door Ahmadinejad. Deze week werd een ingrijpend en ambitieus plan voor de herverdeling van staatssubsidies opnieuw uitgesteld. Dit plan voorziet in het uitkeren van directe geldbedragen aan de armen en tegelijkertijd stopzetting van de subsidies van onder andere benzine, energie en brood. Tegenstanders in het parlement vrezen dat de uitvoering van dit plan tot grote onrust en inflatie zal leiden.

Het parlement is woedend over een interview dat Ahmadinejad vlak voor zijn vertrek aan de regeringskrant Iran gaf. Daarin zei hij dat zijn regering na opperste leider Khamenei de hoogste macht in het land is, en niet het parlement.

Hij wreef zout in de wonden door te zeggen dat een verordening van ayatollah Khomeiny, de grondlegger van de islamitische republiek, waarin wordt bevestigd dat het parlement de belangrijkste macht is na de opperste leider, niet meer van deze tijd is. „Zulke zinnen behoren tot de tijd dat we een parlementair systeem hadden”, zei Ahmadinejad. In 1989, na de dood van Khomeiny werd de grondwet aangepast en de functie van premier afgeschaft.

De politieke facties vinden allemaal dat ze regeren volgens Khomeiny’s ideeën en voorschriften. Zeggen dat Khomeiny’s woorden niet langer van deze tijd zijn, is een van de grootste politieke taboes voor het politieke establishment.

„Khomeiny heeft deze verordening gemaakt om een dictatuur te voorkomen”, zei parlementsvoorzitter Ali Larijani maandag. Vorige week beschuldigde ayatollah Ali Akbar Hashemi-Rafsanjani – een andere grootmacht in Iran – Ahmadinejad ervan dat zijn eisen tot een dictatuur kunnen leiden.

Deze mannen vertegenwoordigen invloedrijke geestelijken en politici, revolutionairen van het eerste uur met lange carrières in de top van de macht, die zich openlijk van de president afkeren. Algemene boosheid over de slechte economie, over het negeren van de gevolgen van de internationale sancties tegen het nucleaire programma en over het weigeren van elke samenwerking, wordt gevoed door specifieke klachten over de mensen met wie Ahmadinejad zich omringt en zijn hang naar nationalisme.

Ahmadinejad heeft zijn critici er op zijn beurt van beschuldigd zich te hebben verrijkt sinds de islamitische revolutie van 1979. Hij en opperste leider Khamenei kritiseren publiekelijk „klagers” die „overdrijven” en die weigeren de grote sprongen voorwaarts te erkennen, die het land volgens hen heeft gemaakt.

Bij zijn verdediging van de regering gaf Khamenei af op degenen die volgens hem het volk „hoop” op de toekomst en daarmee geloof in het politieke systeem – een mix van theocratie en directe verkiezingen – doen verliezen.

„Grootse daden worden verricht – toegewijde en oprechte prestaties”, zei Khamenei, die de ambities van de regering steunt om van Iran een van de machtigste landen in de wereld te maken.

Hij waarschuwde dat „de vijand in binnen- en buitenland” probeert onvrede te zaaien over de regering. Dat was een duidelijke waarschuwing aan critici van Ahmadinejad. Wel riep Khamenei de president tijdens een recente bijeenkomst met ministers op om meer kritiek te accepteren en beter met het parlement samen te werken.

Ondanks de aanzwellende kritiek kan Ahmadinejad voorlopig relatief probleemloos zijn beleid voortzetten. Totdat de heersende factie voelt dat het gehele systeem in gevaar wordt gebracht, „is Ahmadinejads positie veilig”, zegt Abbas Abdi.

Mohammad Khoshchehreh, een voormalig lid van het parlement dat vroeger Ahmadinejad steunde, vreest dat de problematische economie en gespannen relatie met het buitenland niet zullen verbeteren zolang politici ruziemaken over de verdeling van de macht.

„Het gevaar is dat dit zal leiden tot bittere politieke gevechten en toenemende sociale onrust”, zegt hij. „Als dit patroon zich voortzet, is dit scenario zeker.”