Aan de wieg van onze woorden Boot

Waar komen de woorden vandaan? Waarom heet een worst worst? Deze keer bedenkt Bas Rompa de geboorte van het woord boot.

Tekeningen Bas Rompa

Mijn vriend Gijs heeft een klein bos om in het weekend tot rust te komen. Als ik er op bezoek ga, is hij altijd aan het zagen, hakken of maaien. Hij moet iets doen voor de rust. Ik stel altijd voor koffie te drinken bij een vuurtje.

Vooral stadsmensen vinden het fijn in het bos. Op zondagmiddag gaan ze er wandelen. Wat hebben mensen te zoeken in het bos? Rust dus. Misschien ook een oergevoel? Hier horen we thuis?

Onze alleroudste voorouders woonden en werkten in het bos. Niet omdat ze van zo’n groep bomen rustig werden, nee: ze hadden die bomen nodig! Van jonge takjes vlochten ze wanden voor hun huis, de zware takken waren staanders, de schors was ideaal als dakbedekking.

Omdat ze samen moesten werken, hadden ze woorden nodig en die bedachten ze. Je kunt zeggen: onze oudste woorden ontstonden bij het werken in het bos. Ze kwamen uit elkaar voort, woorden met dezelfde klank zijn vaak familie.

Stel je twee van je alleroudste voorouders voor: een bosman en een bosvrouw. Zij geeft hem opdracht een boom om te hakken en naar de rivier te slepen. De bosman doet het. Op de oever hakt de bosvrouw de takken en wortels er af en begint de boom uit te hollen.

‘Waar is dat goed voor?’ vraagt de bosman. ‘We gaan op visjacht’, zegt de bosvrouw. ‘Verderop heb ik grotere vissen gezien. Maar het is ver lopen. Ik heb iets bedacht om er snel te komen.’

De bosman denkt dat de bosvrouw een reusachtige vliegspeer wil maken. Maar hij heeft het mis. Als de boom is uitgehold, zegt de bosvrouw: ‘Duw hem de rivier in. We gaan over het water.’

‘Leuk!’ zegt de bosman. ‘Over het water in een boom.’ ‘Nee,’ zegt de bosvrouw. ‘Het is geen boom meer.’ ‘Wat is het dan?’ ‘Tja.’ De bosvrouw denkt na. ‘Het is een boom, maar nu is hij dood,’ zegt ze. ‘Dus we noemen hem boot.’

‘Boom plus dood is boot,’ zegt de bosman. ‘Goed bedacht. Heb jij de speren?’

‘Vergeten,’ zegt de bosvrouw. ‘Ga jij ze halen? Ik wacht hier in de boot.’

Bas Rompa