Zielig? Zwanendrift is gewoon handel

De enige professionele zwanendrifter van Nederland heeft het moeilijk. Nu dreigt hij ook wettelijk zijn vak niet meer te mogen uitoefenen.

Boosheid en onbegrip bij de laatste professionele zwanendrifter van Nederland. „Moet ik de boel sluiten of zo?”

Woest las Piet Oostveen gisteren een uitspraak van de Raad van State. Die houdt in dat minister Verburg (LNV, CDA) de ondernemer uit het Zuid-Hollandse Nieuwerbrug ten onrechte een ontheffing van de Flora- en Faunawet heeft verleend. Ze moet een nieuw besluit nemen.

Al jaren wordt Piet Oostveen achtervolgd door dierenbeschermers, onder meer de Faunabescherming. „Ik word van de gekste dingen beschuldigd.” Hij zou zwanen mishandelen door vleugels af te knippen en nekken te breken. Barre onzin. „Mijn zwanen hebben een prachtig leven. Ze worden gemiddeld 25 jaar oud. Ik zorg er juist voor dat de zwanen niet verwilderen en worden afgeschoten.”

Oostveen rijdt langs zijn zwanen. Vrij precies weet hij welke zwanen zich waar bevinden, en met hoeveel jongen. Langs sloten. Op weilanden. In wegbermen. Piet Oostveen is eigenlijk een boer zonder land. „Prachtig toch? De mensen horen respect voor mij te hebben. Ik zorg dat de polders er hier uitzien als een mooie dierentuin vol zwanen. Maar de mensen zijn jaloers. Ze gunnen het mij niet.”

Achterin de auto liggen vier zwanen die hij vanochtend heeft gevangen. Na de rit pakt hij ze uit de laadbak. De zwanen klapperen hevig met hun vleugels als Oostveen de touwen aan hun poten losknipt. „Jullie maken geen reclame voor m’n vak”, moppert hij. Hij legt de vleugels onder elkaar. „Kruiswieken noem ik dat.” Daarna schieten ze het water in bij een opvanghok. Ze worden volgende week verkocht aan handelaren en komen dan terecht in landen als Spanje, Portugal en Italië, veelal als siervogels in parken en tuinen.

„Leuke handel”, zegt Oostveen. „Ik doe het mijn hele leven. Ik ben er niet heel rijk door geworden, maar ik kan er wel van leven.”

Weinig mensen begrijpen wat Piet Oostveen precies doet. Hij wil het graag uitleggen. „Ik heb niks te verbergen.” De zwanendrift is een recht dat uit de Middeleeuwen stamt. In het voorjaar zoekt hij pasgeboren zwanen om ze te leewieken, zodat ze niet meer kunnen vliegen. „Ik haal een heel klein stukje van de vleugelpen af. Met een nagelschaartje. Sneeuwvlokjes zijn het.” Na zes tot zeven weken zoekt hij ze opnieuw op om ze te ringen. Na een paar maanden, ongeveer rond september, vangt hij de jonge zwanen om te verhandelen. Hij laat de bestellingen zien. Uit België. Uit Spanje. Uit de Keukenhof. De oudere zwanen tatoeëert hij. „Kijk maar naar de snavel. Zie je de letters P en O staan? Van Piet Oostveen.”

De boeren in de buurt zijn blij met de zwanendrifter. Als Piet Oostveen er niet was, zouden er te veel zwanen komen. Ze zouden verwilderen. Ze zouden complete akkers en weilanden wegvreten. En wat zouden de boeren dan doen? Ze afschieten natuurlijk. Zoals in de rest van Nederland al gebeurt.

Toegegeven, burgers vinden het niet altijd leuk als jonge zwanen worden gevangen. Piet Oostveen: „Dat vinden ze zielig. Maar het is gewoon handel. En snappen de mensen dan niet dat het voor de zwanen zelf ook beter is? Weet u wat er gebeurt als zwanen weer willen broeden en er zijn nog jonge zwanen in de buurt? Die worden niet geduld. Weggejaagd worden ze. Ze worden de rijkswegen opgejaagd en daar komen ze aan hun einde.”

Nee, zwanen zijn mooie beesten. Symbool van trouw. „Monogaam. Een broedpaar blijft altijd samen.” En op de Theems is een deel van de zwanen eigendom van het koninklijk huis. „Schrijf dat ook maar eens op.”

Een woordvoerder van minister Verburg laat weten dat zij uit de uitspraak van de Raad van State niet de conclusie trekt dat het met de zwanendrift afgelopen is. „Wel moeten we de ontheffing nu beter motiveren.”