Zeewater stijgt door gebruik van grondwater

De onttrekking van grondwater voor de landbouw, industrie en drinkwatervoorziening leidt jaarlijks tot een zeespiegelstijging van 0,8 millimeter. Dat is een kwart van de huidige zeespiegelstijging van 3,1 millimeter per jaar (volgens schattingen van klimaatpanel IPCC).

Die verrassende conclusie publiceert onderzoeker Marc Bierkens van de Universiteit Utrecht binnenkort in het wetenschappelijk tijdschrift Geophysical Research Letters, zo maakte de universiteit vandaag bekend.

Het jaarlijkse verschil tussen grondwaterverbruik en -aanvulling bedraagt volgens Bierkens’ schatting 283 kubieke kilometer. Die hoeveelheid water komt versneld in zee terecht en doet de zeespiegel stijgen.

De bijdrage van grondwateronttrekkingen aan de zeespiegelstijging is niet opgenomen in de jongste editie van de rapporten van het VN-klimaatpanel IPCC. „Volgens het IPCC zijn de onzekerheden wat dat betreft te groot”, zegt Bierkens, hoogleraar fysische geografie. „Onze studie laat nu zien dat grondwateruitputting wel degelijk moet worden meegeteld.”

„Van het water dat wereldwijd aan de grond wordt onttrokken komt volgens onze schattingen 97 procent in zee terecht”, zegt Bierkens. „Neem bijvoorbeeld het water dat wordt gebruikt voor irrigatie. Het grootste deel daarvan wordt opgenomen door planten en komt dan vrij door verdamping.” Dat water vormt regen. Het merendeel van de regen valt in zee, de rest van het regenwater stroomt daar snel naar toe via rivieren.

In de studie combineert Bierkens een database met gegevens over het wereldwijde grondwatergebruik met hydrologische modellen. Die modellen schatten hoeveel water wereldwijd wordt afgevoerd door rivieren, hoeveel verdampt en hoeveel in het grondwater terecht komt.

Bierkens schat dat het wereldwijde grondwatergebruik sinds 1960 is toegenomen van 312 tot 734 kubieke kilometer. De wereldwijde uitputting groeide in die tijd van 126 kubieke kilomeer naar de genoemde 283 kubieke kilometer.

De gebieden waar de grondwatervoorraden het sterkst worden uitgeput liggen volgens Bierkens in India, Pakistan, het noordoosten van China en in de Verenigde Staten.