Voor Vasi is het leven geen vetpot

Roma in Nederland laten zich niet zomaar vergelijken met die in Frankrijk. In de haven van Amsterdam wonen wel enkele recente migranten.

Verstopt tussen de bedrijven en fabrieken in de haven van Amsterdam wonen Pildo, Marta en hun drie zonen. Ze hebben de drie kleinste van de ongeveer vijftig caravans op dit open veld. Sinds ze zich hier een jaar geleden vestigden, hebben ze hun plek geleidelijk uitgebreid met een schutting, een binnenplaatsje en een hondenhok. Hun omstandigheden lijken op die van de mensen die recentelijk Frankrijk uitgezet zijn. Ze verlieten Roemenië, waar ze als Roma gemarginaliseerd waren. Nu bevinden ze zich aan deze rafelrand van de Nederlandse samenleving.

Pildo werkt in de bouw, als er werk is, en de oudste zonen zijn levende standbeelden op de Dam. Dani van zeven gaat sinds kort naar school. Daar heeft de Nederlandse buurman bij geholpen.

Ze weten dat er in Frankrijk woonwagenkampen zijn ontruimd. Een oom kwam naar Amsterdam toen het hem daar te heet onder de voeten werd, maar is een week geleden teruggekeerd naar Frankrijk. Dat een Kamerlid van een Nederlandse regeringspartij ook opriep tot het uitzetten van Roma, is aan ze voorbij gegaan. Net als de discussie over etnische registratie.

„Als het kan, ligt mijn toekomst hier. Als ze me terugsturen, ga ik terug”, zegt Vasi (21). Hij haalt zijn schouders op.

Michelle Mila van Burik van het Landelijk Platform Roma vreest wel „een heksenjacht”. Ook andere betrokkenen spreken hun afschuw uit voor de manier waarop over Roma gesproken wordt. Van Burik: „We riepen op tot begrip voor de situatie van de mensen in Frankrijk. Nu ontwikkelt het zich tot een discussie waarin de Roma weer negatief bejegend worden.”

Omdat officieel niet op etniciteit geregistreerd wordt, is niet bekend hoeveel Roma er in Nederland zijn. De schattingen lopen uiteen van 10.000 tot 15.000. De meesten hebben de Nederlandse nationaliteit. Zij kunnen niet uitgezet worden. Dat kan ook niet zomaar met burgers uit andere landen van de Europese Unie.

De situatie van Roma in Nederland is eigenlijk nauwelijks te vergelijken met Frankrijk, zeggen deskundigen. Mensen zoals de familie van Pildo zijn hier schaars. Als ze al geteld worden, staan ze geregistreerd als Roemeens of Bulgaars, niet als Roma. Deze mensen kiezen over het algemeen voor Frankrijk, Spanje en Italië, zegt historicus Leo Lucassen. Vanwege de taalverwantschap, en vaak in het kielzog van eerdere generaties. Hoewel er wel Roma met Franse nummerborden gezien zijn de laatste weken, ziet hij ze niet massaal noordwaarts reizen. In Frankrijk kunnen Roma zich makkelijker aan de onderkant van de maatschappij vestigen, in kampen of de banlieu. Hij schat het aantal recente Romamigranten uit Roemenië en Bulgarije in Nederland op hooguit 2.000. Meestal seizoensarbeiders die teruggaan als ze geen werk vinden. „Bedelaars, muzikanten en straatkrantverkopers zijn de zichtbare minderheid, de flexwerkers aan de onderkant van de onderkant.”

De politie is de immigratie van deze mensen in kaart aan het brengen, weet Ruus Dijksterhuis, die namens Romaorganisaties lobbyt in Brussel. Vooral om zicht te krijgen op criminele bendes uit Roemenië en Macedonië, die bijvoorbeeld pinautomaten skimmen. De politie brengt alle Romacriminaliteit onder één noemer, maar experts zeggen dat er nauwelijks contact is tussen de nieuwe migranten en de oude.

Die oude behoren tot de groep van 1978, die na omzwervingen door Europa destijds een generaal pardon kreeg. Van hen zijn een aantal mensen nog steeds stateloos. „Die groep hebben ze maar laten aanmodderen”, zegt Dijksterhuis. Dat meisjes in sommige families nauwelijks naar school gaan, wordt pas een aantal jaar onderkend. Hun problemen hebben nauwelijks met de ontwikkelingen in Frankrijk te maken, maar staan daardoor wel volop in de schijnwerpers.

Een derde groep bestaat uit een paar duizend Roma die tijdens de Balkanoorlogen in de jaren negentig politiek asiel kregen. „Daar hoor je nooit iets over”, zegt Dijksterhuis. Want deze, vaak beter opgeleide, Roma doen het relatief goed. De succesvolsten verbergen vaak hun Roma-identiteit, wegens het stigma dat daaraan kleeft. Dat geldt ook voor de recente arbeidsmigranten.

De jongste lichting heeft meer gemeen met de Poolse en Litouwse werkers die ook op het terrein in de Amsterdamse haven bivakkeren. Tot 2014 kunnen Roemenen en Bulgaren alleen met steun van een werkgever immigreren, maar ze mogen hier wel tijdelijk verblijven en als zelfstandige in hun eigen onderhoud voorzien.

Dat is voor de familie in het Amsterdamse havengebied geen vetpot. In hun sobere caravans hebben ze geen stromend water. Elektriciteit komt uit een generator en afgelopen winter stookten ze hout, vertelt Vasi.

Zijn vader vindt het leven hier toch beter dan in Roemenië. Hij stroopt zijn linkermouw op om een tatoeage te laten zien met het getal 77. In dat jaar werd hij in de gevangenis gestopt ten tijde van dictator Ceausescu. Nog steeds voelt hij zich in Roemenië niet veilig. Maar Vasi vraagt zich af of hij hier wel toekomst heeft, zonder werkvergunning en opleiding. „Mijn familie wil hier blijven, maar misschien ga ik wel terug.”