Verhagen in verlegenheid door Wilders

PVV-leider Geert Wilders heeft demissionair minister Verhagen (Buitenlandse Zaken, CDA) in een lastig parket gebracht door van hem te eisen dat hij optreedt tegen de ambassadeur van Indonesië in Nederland.

Verhagen moet ambassadeur Junus Habibie ontbieden en kapittelen naar aanleiding van diens „beledigende uitspraken” aan zijn adres, zegt Wilders.

In een vraaggesprek met Het Financieele Dagblad laat de Indonesische ambassadeur zich vandaag ongekend fel uit over Wilders. Zo bestempelt hij de uitlatingen van de PVV-leider over de islam als „haatzaaierij”. Ook worden volgens de ambassadeur de relaties tussen Nederland en Indonesië door de aanwezigheid van Wilders „verstoord”.

De rel tussen Wilders en de vertegenwoordiger van het grootste moslimland ter wereld komt een maand voor het staatsbezoek van de president van Indonesië aan Nederland; volgens Habibie zou dat bezoek niet zijn doorgegaan als de PVV in de regering zat. Het incident brengt Verhagen extra in verlegenheid omdat hij nu als CDA-fractievoorzitter onderhandelt met Wilders over gedoogsteun aan een minderheidskabinet van VVD en CDA.

Eerder spraken VVD, CDA en PVV in een gedoogverklaring af elkaars verschillen van inzicht over het karakter van de islam te zullen accepteren. Ook mochten zij hun eigen mening daarover blijven ventileren.

In het interview maakt ambassadeur Habibie, een broer van de vorige president, duidelijk dat het verschil maakt of de PVV geen deel van de regering uitmaakt. „Als de heer Wilders buiten de regering staat, mag hij schreeuwen wat hij wil. Zolang hij maar buiten het kabinet blijft blaffen.”

In schriftelijke vragen aan minister Verhagen noemt Wilders deze kwalificaties beledigend. Ook heeft hij zich gestoord aan de opmerking van Habibie dat de mensen die op de PVV hebben gestemd „misschien” wel last hebben van een angstpsychose.