Ook Vaticaan onder toezicht

Ettore Gotti Tedeschi kan niet voor de voeten worden geworpen dat hij te ver is afgeweken van de lijn van het Vaticaan. Hij heeft gezegd en geschreven dat de mondiale crisis gedeeltelijk het gevolg is van het onvermogen om de pauselijke leerstellingen over leven, geboorte en seksualiteit te volgen – en ziet in de dalende geboortecijfers de voornaamste reden voor de economische problemen van het Westen. In September 2009 werd de topman van Santander in Italië door paus Benedictus XVI benoemd tot hoofd van de Vaticaanse bank, met als opdracht de bezem door de stal te halen. Misschien heeft de nieuwe bestuursvoorzitter niet snel genoeg gehandeld. Italiaanse aanklagers, die in het geweer zijn gekomen op basis van informatie van de Italiaanse centrale bank, onderzoeken of Gotti Tedeschi en zijn rechterhand wel hebben voldaan aan de wetgeving over witwassen.

Meer dan dertig jaar geleden was het schandaal rond Banco Ambrosiano, waarvan het Vaticaan aandeelhouder was, een enorme klap voor het Italiaanse establishment. Dit schandaal draaide om corruptie, vrijmetselaarsloges en betrokkenheid van de maffia, om maar te zwijgen van het opknopen van banktopman Roberto Calvi onder de Londense Blackfriars Bridge. Er ging een schokgolf door het hele systeem. Regeringen dienden hun ontslag in, politieke partijen verdwenen, en de politieke status quo van na de Tweede Wereldoorlog stortte in elkaar. Zelfs de opkomst van premier Silvio Berlusconi begin jaren negentig kan worden verklaard als reactie tegen de ‘schonehanden’-campagne, waarmee de rechterlijke macht trachtte een corrupt systeem aan te pakken.

De recente aantijgingen tegen de Vaticaanse bank verbleken tegen de achtergrond van het Ambrosiano-schandaal. Maar zij brengen in herinnering dat het Vaticaan een staat is, met zijn eigen belangen. Hoewel de Vaticaanse bank onder de jurisdictie van het Vaticaan valt, is zij – voorzover zij elders opereert – onderworpen aan de wetten van andere landen. Vandaar de betrokkenheid van Italiaanse autoriteiten.

Dertig jaar geleden werd beweerd dat een deel van het ‘verdwenen’ geld (meer dan 1 miljard dollar) naar de Poolse vakbeweging Solidariteit was gesluisd, die destijds nog in haar kinderschoenen stond en tegen het communistische regime moest opboksen. De kerk kan vinden dat zij de enige is die onderscheid kan maken tussen goed en kwaad, en dat zij vrij is in haar wapenkeuze in de strijd tussen deze grootmachten. Maar de tijden zijn aan het veranderen, en zelfs Rome moet buigen voor het feit dat geld, hoe ‘heilig’ ook, tegenwoordig onderworpen is aan strenger toezicht.

Vertaling Menno Grootveld

Voor meer commentaaruit Londen: www.breakingviews.com