Het romantische ideaal van de eeuwige liefde

Waarom vinden wij ‘altijd’ en ‘eeuwig’ mooie woorden?

Omdat wij stervelingen op onze liefde wel altijd willen kunnen rekenen, betoogt filosoof Jan Drost.

In liefde geen gebrek aan mooie woorden. Wat zijn nu typische mooie woorden in de romantiek? En waarom vinden wij die woorden zo mooi en zijn ze zo verleidelijk, dat we steeds weer naar de bioscoop gaan en de dvd-speler eindeloos laten draaien om ze te kunnen horen en zien en in ons opzuigen?

Een woord dat vrijwel onmiddellijk in mij opkwam was ‘altijd’. Of, aangezien de meeste romantische films uit Hollywood komen: always. Forever. Voor altijd. Voor altijd en eeuwig. En never ‘nooit’, in de zin van always, dus nooit ‘niet’, altijd ‘wel’. Whitney Houston zingt het vol overgave in de film The Bodyguard: ‘And I, will always love you’ (waarbij zij overigens dat ‘I’ zo lang aanhoudt dat ik mij afvraag om wie het nou eigenlijk draait in die liefde van haar. Het origineel is trouwens van Dolly Parton, die het liedje veel breekbaarder zingt, voorzichtiger, kwetsbaar, met haar vergeleken heeft Whitney Houston meer weg van een misthoorn of een alarmsirene dan van een verliefde vrouw).

Waarom vinden wij die woorden zo mooi? ‘Altijd’, ‘eeuwig’. Waarschijnlijk omdat wij, eindige wezens die wij zijn, verzot zijn op eeuwigheid en de absolute woorden die daarbij horen. Omdat wij, allesbehalve eeuwig, niets liever willen dan dat onze liefde iets is waar wij dan tenminste wel op kunnen rekenen. Alles gaat voorbij, alles inclusief wij, maar laat dan alsjeblieft liefde iets zijn dat ongevoelig is voor de snijtanden van de tijd.

Misschien is het verhelderend hier een film als voorbeeld te nemen en te kijken wat we daaruit kunnen destilleren.

Shakespeare in Love is een film uit 1998, met in de hoofdrollen Gwyneth Paltrow en Joseph Fiennes. Op de achterkant van de dvd staat de volgende tekst (je kunt dit soort films maar beter zichzelf laten verkopen, dat kunnen ze uitstekend):

‘De jonge Will Shakespeare is eind 16de eeuw een veelbelovend toneelschrijver, maar hij wordt getroffen door de nachtmerrie van alle schrijvers: hij krijgt geen letter op papier. Het schiet totaal niet op met zijn komedie Romeo en Ethel, de zeeroversdochter en het theater wordt met sluiting bedreigd. Wat Will nodig heeft is een muze… en zij verschijnt in de vorm van de beeldschone (en reeds verloofde) Lady Viola.

Het pad van de ware liefde is bezaaid met obstakels, want Viola is op bevel van koningin Elizabeth (Judi Dench) uitgehuwelijkt aan de onuitstaanbare Lord Wessex (Colin Firth). De vreugde en het verdriet in zijn eigen leven vinden hun weg naar het papier en vormen een ontroerend, geestig en boeiend verhaal. Shakespeare in Love is een briljante, komische en meeslepende romantische komedie van de hand van de hooggewaardeerde regisseur John Madden (Mrs. Brown).’

Wie de film nog wil zien moet nu even zijn ogen dichtdoen, maar aan het einde van de film scheiden de wegen van Lady Viola en Will. Zij is inmiddels getrouwd met Lord Wessex en vertrekt ook nog voorgoed naar het buitenland. Will blijft alleen achter. Je zou denken: wat een waardeloos einde voor een romantische film. Want waar is het happy end, en dan bij voorkeur een happy end waarbij we een diepe zucht kunnen slaken?

Maar dat zit wel goed, een romantisch einde is het wel degelijk, zeer romantisch zelfs. De geliefden nemen voorgoed afscheid, dat is waar, maar, troost Will haar en daarmee ons, de kijkers: hij zal haar nooit vergeten. Zij zal altijd in zijn herinnering blijven, in zijn hart, en daar zal zij nooit veranderen, nooit verouderen en nooit sterven, ze zal eeuwig jong en dezelfde blijven.

Een prachtig einde. Aangrijpend, vol van smachtend verlangen en diep romantisch. Verleidelijke romantiek? Lonkende mooie woorden? Ik zou zeggen: ja. Een van de redenen waarom dergelijke woorden en een dergelijk einde van een film ons zo raken is dat zij ideeën over liefde verwoorden en uitbeelden die diep in ons leven ingrijpen. Ze raken zogezegd aan ons ideaal van liefde.

Maar laten we eens goed kijken naar wat daar gezegd wordt. Waarom is het zo mooi en verleidelijk? De ene geliefde, de man, zegt tegen de andere geliefde, de vrouw, dat hun liefde echte, ware liefde is, omdat zij nu nooit zullen veranderen, nooit zullen verouderen en sterven en altijd jong zullen blijven. En ja, wie wil dat niet, dat zijn geliefde nooit oud zal worden, altijd mooi en jong zal blijven en vooral nooit zal sterven. Als dat toch eens zou kunnen.

Maar het kan niet. Kijk om je heen. Het kan niet. Het is onmogelijk. Wij worden geboren, zijn een leven lang in ontwikkeling en beweging en gaan uiteindelijk – vroeg of laat, maar altijd – dood.

Als ons ideaal van liefde gevoed wordt door dergelijke romantiek, door romantiek die zegt dat eeuwigheid en eeuwige jeugd en eeuwige schoonheid tot de mogelijkheden behoren, worden wij daarmee dan niet in de richting van desillusie en wanhoop geduwd? Want onze geliefde zal niet stil blijven staan op precies dat moment in ruimte en tijd waarop wij haar het liefst hebben. Zij zal ouder worden, zij zal haar jeugd verliezen, en uiteindelijk zal zij sterven – net als wijzelf, ook wij zullen dat ideaal voor onze geliefde nooit kunnen waarmaken.

Wat een romantisch ideaal leek berust dus in feite op een misverstand, een onjuiste gedachte, of misschien kan ik beter zeggen een wensgedachte.

Ja, de man in de film heeft deels gelijk, er is een plek waar zij inderdaad nooit zal verouderen. Maar die plek is in hem. Dat is zij niet, dat is zijn herinnering aan haar. Een beeld van haar dat hij liefheeft maar dat gestold is. Dat is zij niet meer, dat is zij misschien zelfs nooit geweest. Zij is verdergegaan waar zijn liefde ophield.

Wij zien de wereld door een bril. Hollywood is een van de grootste opticiens ter wereld. Maar de brillen die op onze neuzen worden gezet bieden een vertekend beeld van ons leven, onze liefde en elkaar. Onze brillen afzetten gaat niet, wij hebben altijd bemiddelende glazen nodig om iets te kunnen zien.

Maar laten we dan op zijn minst ons best doen door glazen te kijken waardoor we onszelf en elkaar zien op een manier die liefde een kans geeft.

In het geval van het ideaal van altijd en eeuwig is het denk ik van belang dat we ons ideeën en beelden van liefde vormen die recht doen aan hoe mensen zijn. En dat is, het is niet anders, eindig, tijdelijk, en van voorbijgaande aard.

Waarschijnlijk is dat niet iets waar we ooit echt vrede mee kunnen hebben. Maar laten we elkaar daarin niet afkeuren, van ons afstoten, en vooral niet van elkaar wegkijken. Als we wegkijken van wat we wel hebben, als we wegkijken van wie we wel hebben, dan zullen we uiteindelijk niets hebben gezien, niemand hebben gezien, en zijn we ons hele leven met onze dromen alleen geweest.

En liefde kan veel zijn, maar dat is zij volgens mij toch niet, een verdroomd leven. Liefde is samen wakker worden. Valse romantiek doet ons inslapen, alleen, volmaakt alleen.