Effect screening borstkanker klein

Een bevolkingsonderzoek naar borstkanker vermindert de sterfte aan die kanker met ongeveer 3 procent. Er is zelfs een kans dat het effect van de screening nihil is.

Dat blijkt uit Noors onderzoek, vandaag gepubliceerd in The New England Journal of Medicine. Het effect van borstkankerscreening is dus ‘bescheiden’, concluderen de onderzoekers. Zij deden een grote studie, onder vrijwel alle (ruim 40.000) Noorse vrouwen bij wie tussen 1986 en 2005 borstkanker werd vastgesteld.

Dit onderzoek zaait nieuwe twijfel over het nut van bevolkingsonderzoek naar borstkanker. Begin deze eeuw concludeerden Deense epidemiologen, op grond van nieuwe analyse van oudere onderzoeken, dat borstkankerscreening helemaal geen levens redde.

In Nederland was de verwachting voorheen dat door de borstkankerscreening 700 vrouwen minder aan die ziekte zouden overlijden. Na de Deense publicatie stelde de Gezondheidsraad dat aantal naar beneden bij. De voorlichtingsfolders voor vrouwen die voor borstscreening worden uitgenodigd noemen overigens nog steeds het getal van 700 geredde levens.

In 2006 en 2009 hebben de Denen hun oordeel afgezwakt. Zij houden het er nu op dat de borstkankersterfte met 15 procent vermindert. De Noorse onderzoekers komen nu weer uit op een nog geringere afname.

Een begeleidend commentaar in The New England Journal of Medicine vindt de conclusies van de Noren aannemelijk. De commentator rekent voor dat door de borstkankerscreening 4,0 in plaats van 4,4 vrouwen per 1.000 aan borstkanker overlijden. En dat er dus 996,0 in plaats van 995,6 níét aan borstkanker overlijden als er een bevolkingsonderzoek is.

Hij becijfert dat op grond van de Noorse cijfers 2.500 vrouwen tien jaar moeten worden gescreend om één dode door borstkanker te vermijden en dat 5 tot 15 vrouwen worden behandeld aan een ziekte waar ze niet aan zullen sterven.

Het besluit om al of niet mee te doen aan het bevolkingsonderzoek, schrijft de commentator, is moeilijk.