Een wereld van verlangen

Louise Fresco schreef het onlangs in De Groene: „De wereld van Slow en Whole Food is een wereld van verlangen, het verlangen te horen bij het kleinschalige, het echte, zoals het vroeger nog leek te bestaan – voedsel zoals de natuur het bedoeld zou hebben.” Zo is het. Aan eten kleven dromen, dromen over hoe je leeft, hoe de wereld is of zou moeten zijn, dromen over hoe het was.

„Het is het verlangen van de grootstedelijke consument die de grote afstand tussen metropool en dorp probeert te overbruggen door terug te grijpen op het verleden van traditie en saamhorigheid.”

Het is niet voor niets dat nu overal in steden moestuinprojecten tot ontwikkeling komen in binnentuinen, op daken, in parkjes, niet voor niets ook dat Michelle Obama een moestuin heeft bij het Witte Huis en dat wij dat allemaal weten bovendien. Voor je eigen eten zorgen, weet hebben van de seizoenen, contact hebben met de aarde, woorden als ‘eerlijk’ en ‘puur’, ze zijn geweldig in de mode in een tijd waarin technologie en virtualiteit een hoofdrol spelen. In de mode is altijd dat wat schaars is.

We zien ook al jaren hoe woontijdschriften het landleven verheerlijken, afgebladderde, versleten verf op bankjes en kasten wordt speciaal nagebootst in de fabrieken om het gevoel te geven dat we zelf in het gebruik die kast hebben gesleten en dat-ie daarom zo mooi is geworden. In dat ‘daarom’ zit een hoop: het verlangen naar het gebruikte en het authentieke, maar ook de wetenschap dat wij rijk genoeg zijn om een nieuwe kast te kopen in plaats van in armoede de oude te verslijten en die een beetje op te lappen met nog weer een laagje verf.

Een van de dingen die bij al dit natuurlijke hoort is brood. Bij de meze die we deze week maken (zie hier en hier) past een plat brood. Dat kun je kopen, bij een Turkse of Marokkaanse winkel, je kunt het ook heel makkelijk en heel bevredigend zelf maken.

Platte broden (Khobz)

Voor 8 broden

  • 2 tl droge gist
  • 1 tl suiker
  • 750 g harde bloem
  • 60 g melkpoeder
  • 1 el olijfolie

Vermeng de gist met de suiker en 1 dl lauwwarm water. Laat 15 minuten staan tot het begint te schuimen.

Zeef de bloem met het melkpoeder (wie geen melkpoeder kan vinden neemt twee eetlepels lauwe melk en zometeen wat minder water) in een ruime schaal en maak een kuiltje in het midden. Giet daar het gistmengsel in en werk daar van buiten naar binnen de droge ingrediënten door.

Voeg de olie toe en zoveel lauw water (niet meer dan 3 dl) als nodig is om het geheel tot een deeg te maken.

Kneed het deeg 10 minuten goed door. Bedek het met een doek en laat het op een warme plaats anderhalf uur rijzen.
Sla het deeg terug als het verdubbeld is in omvang. Verdeel het in acht ballen en rol die op een met bloem bestoven werkvlak uit tot 2 millimeter dikte.

Verwarm de oven voor op 240 graden of zo heet als-ie kan worden. Heet in ieder geval. Verwarm de bakplaten mee.
Leg de lappen deeg op met bloem bestoven bakpapier, bedek ze met plasticfolie en laat ze een half uur staan.

Smeer de hete bakplaten snel in met een beetje olie en leg er de broden op (zonder het folie uiteraard). Bak ze zeven minuten in de gloeiende oven. De broden krijgen blazen maar moeten wel zacht blijven, geen matzes. Eet het brood met de wortelpuree, de peterseliesalade en de fetadip van eerder deze week. Of met iets heel anders. Zelf weten.