Een valutaoorlog op volle zee

Zou de Zan Qixiong, de Chinese kapitein in zijn Japanse cel, beseffen dat er sinds hij op 10 september gevangen werd gezet, er vanwege hem al vele miljarden euro’s van eigenaar zijn verwisseld? Japan bracht zijn vissersboot op na een botsing met twee marinevaartuigen rond een omstreden eilandengroep in de Chinese Zee, die door Japan Senkaku en door China Diaoyu wordt genoemd, en door beide wordt geclaimd.

Het resulterende conflict tussen China en Japan is politiek én economisch. Dat geldt ook voor de oplopende spanningen tussen China en de Verenigde Staten, die variëren van Amerikaanse klachten over het schenden of afpersen van intellectueel eigendom tot het hardnekkige Chinese handelsoverschot. De Congresverkiezingen op 2 november verscherpen intussen de toon. President Obama’s adviseur Larry Summers toerde twee weken geleden nog door China om de klachten kracht bij te zetten.

De verzurende stemming slaat intussen neer op de plek waar de typische combinatie van politieke en economische conflicten doorgaans op de spits wordt gedreven: de valutamarkt. Japan greep vorige week voor het eerst sinds jaren weer in met steunaankopen om de almaar stijgende yen, die steeg in de richting van het hoogterecord van 80 yen per dollar uit de jaren negentig, te drukken. Eén van de redenen voor de krachtige yen: Chinese aankopen van Japanse staatsobligaties. Peking stelt dat het bezig is met het diversifiëren van zijn valutareserves, en daarom naast Amerikaans ook meer Japans schuldpapier is gaan kopen. Tokio vermoedt dat het een platte poging is om de koers van de yen op te drijven tegenover de Chinese munt, de renminbi.

En die Chinese munt is weer inzet bij de Amerikaans-Chinese wrijvingen. Sinds Summers’ bezoek aan China heeft het land de renminbi met 1,8 procent laten stijgen tegenover de dollar. Zo’n kleine concessie wordt wel vaker gedaan als in het Congres stemmen opgaan om China te straffen voor wat ‘valutamanipulatie’ wordt genoemd. Tot nu toe kwam Peking er telkens nét op tijd mee weg.

Ditmaal lijkt de situatie ernstiger. Nu het Westen én Japan meer moeite krijgen op te krabbelen uit de recessie, China geenszins van plan lijkt om de waarde van zijn munt op te drijven én veel andere Aziatische landen als Taiwan en Zuid-Korea vrezen voor hun concurrentiepositie ten opzichte van China, hoeft er maar weinig te gebeuren om een valutaoorlog te ontketenen. Vaak is er maar één ogenschijnlijk onbeduidend incident voor nodig om het kruitvat te ontsteken. Kapitein Zan zou de geschiedenisboekjes wel eens kunnen gaan halen.