Een Fransman moet straks 41,5 jaar hebben gewerkt

Een verhoging van de pensioenleeftijd van 60 naar 62 lijkt weinig ingrijpend.

Maar dit betekent ook dat voor veel Fransen volledig pensioen onhaalbaar wordt.

Nóg meer demonstranten willen ze op de been brengen, vandaag. De Franse vakbonden en de oppositie maken zich op voor een nieuwe krachtproef met de regering-Sarkozy, die vastbesloten lijkt de pensioenleeftijd te verhogen van 60 naar 62 jaar. Kort geleden, op 7 september, demonstreerden volgens de bonden 2,7 miljoen mensen.

Waarom bestaat er in Frankrijk zo veel weerstand tegen een relatief bescheiden verhoging van de pensioenleeftijd? Elders in Europa, zoals in Nederland, Duitsland, en Spanje, staat verhoging tot 67 jaar op de agenda.

Het getal ‘60’ zegt in Frankrijk niet alles. Het is de wettelijke pensioenleeftijd – de leeftijd waarop werknemers mogen stoppen met werken. Maar Fransen gaan op uiteenlopende leeftijden met pensioen. Dat geldt bijvoorbeeld voor de leden van de vereniging Retraite Sportive (‘sportief pensioen’), die maandagmiddag een danscursus volgen in een zaaltje in Parijs.

De cursisten met een carrière in de particuliere sector werkten het langst, zo blijkt. Paul Mourgues (79) runde een bedrijfje dat kopieermachines verkocht. Hij had „veel plezier” in zijn werk en stopte op zijn 65ste. Roger Travers (65) werkte bij oliebedrijf Total. Travers werkte door tot zijn 63ste „om in aanmerking te komen voor een volledige pensioenuitkering”.

Travers refereert aan een belangrijke voorwaarde in het Franse stelsel: een volledig pensioen krijg je pas als je 40 jaar pensioenpremie hebt betaald. Wie nog geen 40 jaar heeft gewerkt en wil stoppen, wordt gekort op zijn pensioen. Pas bij 65 jaar krijgt iedereen volledig uitbetaald.

Franse pensioenen worden direct betaald uit pensioenkassen, die worden gevuld door verplichte afdrachten van werkenden. Deze kassen zijn geen pensioenfondsen die sparen en investeren, zoals in Nederland. Als minder mensen een pensioenbijdrage betalen, raken de Franse kassen snel leeg. En dat is wat er nu gebeurt: met name door het uittreden van de babyboomgeneratie moest de staat dit jaar al 32 miljard euro schulden aangaan om de tekorten in de kassen aan te vullen.

Sarkozy en zijn minister van Arbeid Éric Woerth willen de verplichte arbeidsduur geleidelijk verder verhogen. In 2018 moet je 41,5 jaar hebben gewerkt voor een volledig pensioen. Als je korter hebt gewerkt, krijg je pas op je 67ste volledig uitbetaald.

Dat doet pijn voor mensen die niet in staat zijn een volledig arbeidsverleden van 41,5 jaar op te bouwen. Zij moeten nu wachten tot hun 67ste voor een goed pensioen.

Eind deze maand buigt de Franse senaat zich over het plan-Woerth, dat onlangs door het parlement werd aangenomen. Senatoren van de Parti Socialiste, de grootste oppositiepartij, willen met hulp van kleine middenpartijen zorgen dat vrouwen worden gecompenseerd.

Onder de dansende ouderen is Robert Varbereux (75) de langst gepensioneerde. Hij is oud-buschauffeur bij de RATP, het Parijse openbaar vervoerbedrijf. „Ik schaam me bijna om het te zeggen, maar ik trad uit op mijn 51ste.” Werknemers bij een aantal (semi-)overheidsinstellingen, zoals de spoorwegen, profiteren van riante régimes spéciaux, waar uittreden op een zo’n leeftijd tot voor kort normaal was. In 2007 zijn de excessen in deze regelingen deels aangepakt. Nu brandt Sarkozy er zijn vingers niet meer aan; de regimes als zodanig blijven intact.

Ook de publieke sector als geheel blijft in de voorstellen van Sarkozy en Woerth bevoorrecht. Ongeveer een vijfde van de werkende Fransen is ambtenaar. Afhankelijk van functie mogen zij nu vaak voor hun 60ste met pensioen: verpleegsters op hun 55ste, administratieve krachten op hun 60ste. Sarkozy wil de pensioenleeftijden voor ambtenaren met twee jaar verhogen.

„Deze hervorming trekt de pensioenen in de publieke sector niet gelijk met die in de privésector”, zegt pensioenexpert Arnauld d’Yvoire. D’Yvoire vreest dat het doel van Sarkozy – evenwicht in de financiering van pensioenen in 2018 – niet gehaald zal worden. „De voorspelling is gebaseerd op optimistische hypotheses van economische groei en werkgelegenheid”