Depressief, net als op tv

Jongeren uit allochtone gezinnen komen weinig bij de psycholoog of psychiater.

Een etnisch probleem, concludeert Albert Boon, geen armoedeprobleem.

Heel raar. Jongeren die in het buitenland geboren zijn (of minstens een van hun ouders), gaan veel minder vaak in psychotherapie dan autochtone jongeren. Terwijl bekend is dat ze minstens even vaak psychologische of psychiatrische hulp nodig hebben.

En dat terwijl er wél twee keer zo veel allochtone jongeren door de rechter naar therapie worden gestuurd als Nederlandse jongeren. Daarbij gaat het weliswaar om veel kleinere aantallen, maar juist die overlastveroorzakers beheersen het publieke debat en zelfs de landelijke politiek, zegt psycholoog Albert Boon. Veel van die probleemjongeren hebben gedragsproblemen die je gewoon veel eerder moet behandelen, vindt hij. Zorg dat allochtone kinderen en hun ouders al vroeg de weg naar de psychotherapeut weten te vinden – dan heb je minder last van ze vanaf de tijd dat ze gaan puberen en zich moeten bewijzen.

Boon is onderzoeker bij De Jutters, het centrum voor jeugd-ggz in de regio Haaglanden. Deze maand publiceert hij nieuwe onderzoeksresultaten in het Tijdschrift voor Psychiatrie: hoe blanker een Haagse wijk, hoe meer jongeren (onder de twintig jaar) er in therapie zijn. Aan het inkomen ligt het niet, want in rijke wijken bleken niet méér jongeren in therapie te zijn dan in arme wijken. Het is echt een etnisch probleem, concludeert Boon, geen armoedeprobleem. Ongeveer 1 op de 40 jonge autochtonen gaat in therapie, tegen slechts ongeveer 1 op de 67 jonge allochtonen. En binnen de ‘zwarte’ wijken is die verhouding nog sterker uit balans, blijkt uit vervolgonderzoek dat nog gepubliceerd moet worden. Met name de niet-westerse migrantenjeugd gaat niet in therapie.

„Het is moeilijk om de urgentie hiervan te laten doordringen”, zegt Boon wat gelaten. En dan verscheen er begin dit jaar ook nog een onderzoeksrapport van het NICIS Instituut, dat heel verrassend meldde dat Marokkaanse jongens in hechtenis juist minder emotionele en gedragsproblemen zouden hebben dan autochtonen. Dat haalde ook deze krant. „Maar daarbij hadden ze aan die jongens zelf naar hun problemen gevraagd, niet aan deskundigen”, zegt Boon. „Dan krijg je een onderschatting.”

Hoe komt het dat allochtone jongeren niet vaak genoeg bij een therapeut belanden? Voor een deel ligt het probleem bij de autochtone behandelaars en verwijzers, meent Boon. „Die denken: ach, die Marokkaantjes zijn altijd wat drukker. En een depressief meisje dat altijd binnen moet zitten, dat valt ook minder op.”

Ook allochtone ouders zelf zien slecht welk gedrag buiten de norm valt. „In Nederland hebben we wat dat betreft een hele ontwikkeling doorgemaakt. Voor mijn ouders bestónd psychische hulp helemaal niet, die kenden alleen het gekkenhuis. Maar mijn kinderen kennen de meest voorkomende psychische stoornissen, die hebben een ADHD’ertje in de klas.”

De tv heeft ook geholpen: „In GTST komt allerlei psychische problematiek voorbij, Gordon vertelt dat hij een depressie heeft – zelfs als je alleen SBS6 kijkt, raak je toch redelijk op de hoogte. Dat verklaart denk ik waarom veel van onze cliënten uit arme blanke wijken komen. Ik denk dat je op Marokkaanse schotelzenders minder goed geïnformeerd wordt.”

Nu is het ook vaak moeilijk, zegt Boon: „Als het gaat om kinderen die in wezen alleen maar vervelend gedrag vertonen, de boel belazeren, niet luisteren... Dat is niet zielig, dus het is niet eenvoudig om de stap te maken om dat als stoornis te zien.” Hij vindt dat de jeugd-ggz moet samenwerken met scholen en consultatiebureaus – want hoe vroeger je behandelt, hoe beter. „Ook allochtone ouders zijn trouwe bezoekers van consultatiebureaus. Wat is er simpeler dan alle ouders een vragenlijstje te laten invullen: doet uw kind dát, en dát? Veel ouders weten niet beter dan: mijn kind vertoont dat gedrag, dus dat zullen alle kinderen wel vertonen. Maar als een kind erg agressief is, kun je zeggen: kom nog maar eens praten.”

En, vindt Boon, je moet de etniciteit van je cliënten natuurlijk registreren, net als in het onderwijs. „Ik zei dat al een hele tijd en toen riep ineens de PVV dat ze voor etnische registratie zijn. Kijk, met zulke vrienden heb je geen vijanden meer nodig. Al is het mij volkomen onduidelijk wat de PVV nou wil: met iemands burgerservicenummer kan de overheid zo zien waar diegene geboren is, en zijn ouders. Maar goed, ons gaat het er alleen om dat als een bepaalde groep een probleem heeft, dat je dat in kaart kunt brengen en kunt onderzoeken of een oplossing al dichterbij komt. Wij zijn de enige ggz-instelling in Nederland die haar administratie zo op orde heeft dat we onderzoek naar etnische afkomst kunnen doen.”

Ook, zegt Boon, zou je kunnen overwegen om jeugd-ggz-instellingen meer geld te geven voor allochtone cliënten. „Net als op scholen. Het gaat om de kwaliteit van leven van heel veel kinderen. En je wilt toch niet dat al die potentiële Marokkaanse of Turkse Einsteintjes verloren gaan.”

Bekijk het therapeutbezoek in de verschillende Haagse wijken via nrcnext.nl/links