De halve wereld - al voor je 32ste

Als één figuur mythisch genoemd mag worden, dan is het Alexander de Grote.

De Hermitage in Amsterdam wijdt een tentoonstelling aan hem.

Hij was koning vóór zijn 20ste, stierf op zijn 32ste, veroverde de halve wereld en werd en passant de kampioen van het globaliseringsproces dat door historici Hellenisme is gedoopt. Hij kreeg les van de filosoof Aristoteles en gold als een charismatische legeraanvoerder, maar hij was ook een on-Griekse tiran en een onverbeterlijke dronkelap, die in blinde drift of achterdocht zijn beste vrienden vermoordde. Als één figuur mythisch genoemd mag worden, dan is het Alexandros III van Macedonië, beter bekend als Alexander de Grote of – bij oosterlingen en lezers van Couperus – Iskander.

Het is dan ook terecht dat de tentoonstelling De onsterfelijke Alexander begint met de mythe, zoals die in de jaren na Alexanders dood (323 vC) door vrolijke fantasten werd verbreid. De verhalen uit de Alexanderromans zijn de wereld overgegaan, in vele verschijningsvormen. Sommige zijn overbekend: het temmen van het woeste paard Bucephalus, het bezoek aan de cynische filosoof Diogenes, die Alexander verzocht om uit zijn zon te gaan. Maar er zijn er meer, bijvoorbeeld de anekdote over Alexanders confrontatie met de beroemde schilder Apelles, die op een van de eerste kunstwerken in de grote hal van de Hermitage-tentoonstelling door de Italiaanse rococoschilder Sebastiano Ricci is verbeeld.

We zien hoe Apelles bezig is met een portret van Kampaspe, een van de concubines van Alexander. De vrijgezelle koning, die overigens ook de Griekse beginselen was toegedaan, staat achter hem en kijkt naar het schilderij. Niet veel later zal hij Apelles, die tijdens het penselen verliefd is geworden op Kampaspe, prijzen om zijn werk en hem de concubine cadeau doen. Immers: het portret is mooier.

In een pre-feministische tijd symboliseerde deze anekdote de grootmoedigheid van Alexander – dezelfde eigenschap die hem vergiffenis deed schenken aan de familie van de gesneuvelde Perzische koning Darius, en die hem aanzette tot een laat huwelijk met Roxana, de dochter van een verslagen oosterse gouverneur. Afbeeldingen van deze menselijke gebaren hangen tegenover een serie heroïsche gravures met Alexanders krijgsverrichtingen. Ze komen net als alle andere (kunst)objecten op De onsterfelijke Alexander uit het bezit van de Hermitage in Sint Petersburg, en dat is geen toeval, want de 18de-eeuwse tsarina Catherina de Grote was een verklaard fan.

Goedbeschouwd is de halve zaal over de Alexandermythe maar een klein gedeelte van de Amsterdamse tentoonstelling; er is – op een kleine videopresentatie na – geen aandacht voor de moderne boeken, films en televisieseries. De bezoeker vervolgt zijn weg langs achtereenvolgens vitrines over de Werkelijkheid, de Reis en de Erfenis van de grote veroveraar. Daarbij zie je geen materiaal dat direct van Alexander afkomstig is, en ook betrekkelijk weinig dat uit zijn levensjaren stamt. Helmen, rood- en zwartfigurige vazen en terracotta beelden zijn van vóór of na zijn tijd.

Dat doet aan hun schoonheid niets af. Het bronzen borstpantser met Medusahoofd is niet minder mooi omdat het nooit het hart van Alexander beschermd heeft. Het diadeem met een Gordiaans knoopje is even gaaf als had het ooit het gelokte voorhoofd van de Macedonische koning gesierd. En de gouden pijlkokers en zwaardschedes uit het Zwarte zee-gebied zijn niet fraaier bewerkt dan als ze voor de heerser van Oost en West bestemd waren geweest. Bij sommige uitstalkasten is het alsof je rondloopt in de original blockbuster ‘Het Goud der Scythen’.

Een van de grootste prestaties van Alexander is zijn veroveringstocht naar het oosten – 23.480 kilometer lang volgens een inzichtelijke animatie, die volgt op zes zalen waarin de archeologie van de halteplaatsen wordt aangedaan. Een verdieping hoger wordt tot slot de erfenis van Alexander geïllustreerd, niet alleen in de oudheid (de hellenistische beschaving) maar ook in de Middeleeuwen en de vroegmoderne tijd – vooral de Russische natuurlijk. Behalve verrassende Perzische miniaturen (Iskandar begluurt de Sirenen) en verhalende weefsels uit koptisch Egypte, zijn daar ook de kostbare prullaria te zien waarmee de tsaren zich omringden: van een goudkleurige tafelklok met een wakende Alexander tot een 19de-eeuwse tegel die het beroemde Alexandermozaïek uit Pompeii – een actiescène uit de slag bij Issus – reproduceert. Toegegeven, het origineel is mooier; maar zelfs Apelles zou dit porseleinen plaatje goedkeurend bekijken.

Tentoonstelling

De onsterfelijke Alexander de Grote. Hermitage Amsterdam. T/m 18 maart. www.hermitage.nl ****

In het Allard Pierson Museum in A’dam is t/m 20 maart de parallelexpositie Alexanders erfenis – Grieken in Egypte te zien.