De duistere mens in mootjes

SONY DSC

Tentoonstelling The Human Condition. T/m 31 okt in P.ART, Zwolle, en in KiK, Nijeveen. Inl: 06-51537791 of www.p.artofyourlife.nl of www.kik-site.nl. ****

De zin staat er terloops, als het handje pinda’s dat je achteroverslaat voordat het eten op tafel komt. „Alle gelukkige gezinnen lijken op elkaar; maar ieder ongelukkig gezin is op bijzondere wijze ongelukkig.” Zo begint Tolstojs Anna Karenina – een zin die beroemd is geworden omdat Tolstoj er zo beknopt in uitlegt waarom het in de kunst en literatuur vaak niet draait om alles wat goed gaat. Nee. De nachtzijde van het menselijk bestaan, het bedrog, de woede, de ellendige afloop en het wanhopige gefriemel in de marge is vele malen interessanter dan het geluk.

Die nachtzijde is het leidende thema van de tentoonstelling The Human Condition in kunstenaarsintitiatief P.ART in Zwolle en in de nieuwe artist in residence K.IK in het Drentse Kolderveen. Op deze twee bijzondere plekken – een fonkelnieuwe bedrijfsruimte op het Zwolse bedrijventerrein de Marslanden en een voormalige zuivelfabriek met ruimtes die ruiken naar omgewoelde aarde en zure melk – heeft tentoonstellingsmaker en artistiek leider Pim Trooster zeventien, voornamelijk jonge kunstenaars verzameld en ze in enkele gevallen gevraagd om nieuw werk te maken. Dat heeft geleid tot een mooie, evenwichtige en duistere thematentoonstelling over de menselijke conditie. Er zijn beelden, schilderijen, video’s en tekeningen van kunstenaars die, zoals Trooster het zegt: ‘het persoonlijke willen overstijgen op een zo persoonlijk mogelijke manier.’

Ron Amir (1975) doet dat door het menselijke en dierlijke lijf in schitterende en tegelijkertijd abjecte stukken op te dienen. Op een groot doek van twee bij twee tachtig (Zonder Titel, 2010) schildert Amir heel fijntjes een feestelijk gedekte tafel die aan de zeventiende-eeuwse pronkstillevens van Abraham van Beyeren, Pieter Claesz en Willem Kalf doet denken. Maar waar de zeventiende-eeuwse voorvaderen het parelmoer van vers geopende oesters, de uitpuilende pasteien, de wijn en het knisperende brood kunstig laten weerspiegelen in zilver en kristal, beklemtoont Amir juist de schoonheid van ontbinding en wreedheid.

Een afgesneden piemel ziet er verrassend mooi uit als hij het hart vormt van een ster die bestaat uit de tentakels van een inktvis. Een kat die vergaat, is sierlijk als de darmen van het dier maar sierlijk op de schotel zijn gedrapeerd. Afgehakte benen, armen, teelballen, vingers met de nagels er nog aan – met een kakelvers bosje prei en wat schijfjes citroen erbij verandert Amir een slachthuis in een surrealistische ontdekkingsreis.

Heel anders, maar niet minder beloftevol, is het werk van Marcel Goossen. Goossen (1962) bekeerde zich na een studie sociologie en journalistiek tot de beeldende kunst. Zijn tekeningen, waarvan hij twee joekels bij P.ART toont, zijn odes aan wat je het mislukte experiment mens kunt noemen. Goossen boetseert met potlood en uitgeknipte foto’s van lichaamsdelen veelvoetige en veelhandige wezens in broek of jurk. Hun gezichten zijn androgyne tronies, hun benen behaard als van een beest, hun handen klauwen zich vast aan een plastic bak. Spiritual Development doopt Goossen ze.

De Duitse Kirsten Wilmink (1986) verbeeldt het abjecte door zich juist te concentreren op het doodnormale. Wilmink viel op de afgelopen Kunstvlaai in Amsterdam op met geënsceneerde foto’s van doorsnee Duitse gezinnen. In hyperrealistische scènes steekt Wilmink de draak met beeldvorming rondom Duitsers, een volk dat graag in de dirndl mag gluren, van tuinkabouters, bier en braadworst houdt, maar in smetvrije huizen en tuinen de engste sympathieën praktiseert.

Op deze tentoonstelling verschuift Wilmink de aandacht van Duitsland naar ongeluk in het algemeen. Lucky Lucy (2009) is zo’n geval van pech in het kwadraat. Een blonde jonge vrouw in onderbroek en bh toont de kijker haar mishandelde gezicht en haar bleke lichaam vol pukkels her en der. De vrouw zit op bed, met om zich heen platenhoezen van Nirvana en The Beatles (Lucy in the Sky with Diamonds). Misschien staat de muziek nog op. Aan de muur op de achtergrond hangt een icoon van Maria met het kindje Jezus. De ene hand van de jonge vrouw rust ontspannen in de andere. Haar ogen staren degene die tegenover haar staat doordringend en toch onbevangen aan: er is weinig aan de hand. Nog is niet alles verloren.